Een filosofische kwestie

Het is mogelijk DNA-gegevens in kaart te brengen. De vraag is niet alleen of dat wenselijk is, maar ook hoe we die persoonlijke gegevens voldoende tegen misbruik kunnen beschermen.

In 1992 schreef Philip Kerr de sublieme thriller ‘A Philosophical Investigation’. Het verhaal speelt zich af in 2013 in Londen. Een wetenschappelijk instituut heeft een hersencelafwijking ontdekt bij mannen, waardoor die potentiële seriemoordenaars zijn. Alle mannen zijn gecontroleerd en het profiel van de potentiële moordenaars zit in een databank van het instituut. De mannen hebben allemaal codenamen van grote denkers. De politie mag de databank niet raadplegen, maar als een moordverdachte wordt aangehouden, mag ze wel zijn identiteit aftoetsen. Tot een man met de hersencelafwijking, codenaam Ludwig Wittgenstein, de databank kraakt en op eigen houtje de rest van de potentiële seriemoordenaars begint te vermoorden.

Het verhaal is verrassend actueel. Anno 2016 bestaan er grote databanken die vanalles en nog wat opslaan. Denk aan de grote internetbedrijven zoals Facebook, Google, Apple en consorten, die massaal gegevens gebruiken voor commerciële exploitatie.

De snelle evolutie op digitaal en medisch vlak leidt ertoe dat de grenzen snel en steeds verder opschuiven. Het probleem is dat big data zijn intrek neemt en dat een wettelijk kader voor het gebruik ervan ontbreekt.

Onze privacy staat aan alle kanten onder druk. Natuurlijk is transparantie in sommige gevallen nuttig en nodig, maar er moeten ergens grenzen gesteld worden. Medische gegevens kunnen worden misbruikt, denk maar aan de blikken van verzekeraars, toekomstige werkgevers of andere partijen die met een ongezonde nieuwsgierigheid naar het DNA van iemand willen kijken.

De overheid moet het initiatief nemen. Vaak hollen de overheden achter de feiten aan en zijn de ontwikkelingen zo snel dat een adequate regulering moeilijk is.

Dat betekent nog niet dat een regulering niet noodzakelijk is. Eerder dan af te wachten wat de technologische en medische ontwikkelingen met zich meebrengen, moet de overheid ervoor kiezen om op voorhand bepaalde grenzen te trekken. Medische big data zijn per definitie gevoelig en heel persoonlijk. Door de snelle ontwikkeling is het beter nu in een regelgevend kader te voorzien.

Hoeveel privacy een overheid een particulier gunt, is een filosofische en maatschappelijke vraag. Die vraag verdient een gedegen publiek debat. Al is het maar in hoeverre de privégegevens van iemand mogen worden gedeeld met derde partijen en onder welke voorwaarden. Iedere afbreuk aan de privacy beperkt de persoonlijke vrijheid. Als een te dominante overheid de burgers dag en nacht controleert, is dat een dictatuur. Hoe noemen we de bijna permanente opheffing van de privacy?

Lees verder

Gesponsorde inhoud