Een schop tegen het blikje

De regeringscrisis over de meerwaardebelasting doet haast vergeten dat de coalitiepartners het vrij makkelijk eens zijn geraakt over maatregelen om de begroting op koers te houden.

De coalitiepartijen in de regering-Michel hebben het zichzelf moeilijk gemaakt door de hervorming van de vennootschapsbelasting en de discussie over de meerwaardebelasting op aandelen te koppelen aan de zoektocht naar de miljarden om de begroting voor 2017 op koers te houden. De begrotingsoefening zelf werd vrij gemakkelijk afgerond.

Er is iets meer dan 3 miljard euro gevonden, zonder zware belastingverhogingen, zonder pijnlijke ingrepen, ook al dramatiseren sommigen elke kleine ingreep. Een belangrijk deel van de besparingen gebeurt in de sociale zekerheid, ondanks de claims vooraf dat daar geen ruimte meer was om nog iets te doen. Wél dus, en zonder de botte bijl te moeten hanteren.

Zo heeft de regering alweer een begroting in elkaar gebokst. Een pronkstuk is het niet. Structureel is de staatshuishouding niet op orde gezet. Maar het moet volstaan om een ‘voldoende’ te krijgen van de Europese Commissie. Daarmee is alweer wat tijd gekocht. Het blikje is een eind vooruit geschopt. Tot de volgende begrotingscontrole in maart 2017 of tot bij de opmaak van de begroting voor 2018. Dan zal blijken dat de regering weer geconfronteerd wordt met onverwachte uitgavenstijgingen en dat sommige inkomsten tegenvallen. En moet er weer geld gezocht worden om de begrotingsgaten te vullen.

De externe druk ontbreekt om de beleidsmakers tot structurele ingrepen te dwingen.

Het is telkens weer improviseren op het laatste moment om de begroting op het spoor te houden. Aan structurele ingrepen om de overheidsfinanciën duurzaam gezond te maken komen de regeringspartijen niet toe. Daarvoor ontbreekt de politieke moed.

De versnippering van het politieke landschap en de grote beweeglijkheid van de kiezers maken dat de partijen elkaar wantrouwen. Ze durven niet meer resoluut vooruit te kijken, maar kijken bij elke beslissing wel voortdurend achterom, om te checken of hun achterban er wel mee instemt. Tegelijk ontbreekt de externe druk om de beleidsmakers tot structurele herstelmaatregelen aan te manen. De Europese Commissie heeft haar harde opstelling tegenover de begroting van de lidstaten wat laten varen. België heeft geen eigen munt meer die onder druk komt te staan als de regering er een zootje van maakt. En de rente op Belgisch staatspapier kan niet stijgen door de heel dikke laag goedkoop geld die de ECB erbovenop gelegd heeft.

In die omstandigheden kan de regering-Michel, zoals andere regeringen voor haar, er zich tevreden mee stellen het blikje telkens weer een eindje vooruit te schoppen en de structurele hervormingen die op termijn onvermijdelijk zijn voor zich uit te schuiven. Een krachtdadig en toekomstgericht beleid is dat niet.

Lees verder

Tijd Connect

Gesponsorde berichten

n