In Spanje is zelfs de vierde keer niet de goede keer. De verkiezingen zijn andermaal uitgedraaid op een totale politieke blokkering. Extreemrechts rukt rustig op.

Vier parlementsverkiezingen in vier jaar hebben de politieke situatie in Spanje niet ontsleuteld. Noch links, noch rechts kan een eenvoudige parlementaire meerderheid halen. Het land blijft een democratie zonder meerderheid.

De socialisten (PSOE) van dienstdoend premier Pedro Sánchez blijven de grootste partij, ondanks licht verlies. De gok van Sánchez om zijn partij groter te maken na deze verkiezingen is dan ook mislukt.

De conservatieven (PP) doen het wel beter dan bij de vorige verkiezingen, die een absoluut dieptepunt waren voor hen, maar overtuigend is de terugkeer niet.

De partij van Albert Rivera schoof tijdens de Catalaanse discussie steeds meer naar rechts op, maar de kiezers kozen blijkbaar liever voor PP en VOX dan voor het liberale nationalisme. Rivera spiegelde zich dan wel aan de Franse president Macron, het recept sloeg niet aan in Spanje.

Haast ongemerkt heeft het extreemrechtse VOX de derde plaats opgeëist in het politieke landschap. Dat is opmerkelijk voor een partij die vier jaar geleden nauwelijks bestond.

De opstoot van VOX is het gevolg van de Catalaanse perikelen en aan de verwijdering van ex-dictator Francisco Franco uit zijn mausoleum in de Valle de los Caídos. Die demarche leidde bij een deel van het Spaanse electoraat tot een opstoot van extreem Spaans nationalisme.

De liberalen van Ciudadanos betalen deze verkiezingen cash en smelten compleet weg op de Spaanse electorale kaart. Het is voor de partij een complete vernedering. De partij van Albert Rivera schoof tijdens de Catalaanse discussie steeds meer naar rechts op, maar de kiezers kozen blijkbaar liever voor PP en VOX dan voor het liberale nationalisme. Rivera spiegelde zich dan wel aan de Franse president Macron, het recept sloeg niet aan in Spanje.

Aan de linkerzijde verloor het radicaal-linkse Unidas Podemos kiezers aan de nieuwe linkse partij Más País. Ook aan die zijde van het politieke spectrum zet de versplintering van het politieke landschap zich door.

Uiteindelijk blijft de huidige uitslag even onbeslist als bij de vorige drie verkiezingen.

Binnen de twee grote blokken veranderen de machtsverhoudingen dan wel maar uiteindelijk blijft de huidige uitslag even onbeslist als bij de vorige drie verkiezingen. Noch het linkse noch het rechtse blok heeft een meerderheid. Een waaier van kleinere partijen vullen de grote nationale partijen aan, maar die zijn niet altijd een welgekomen regeringspartner.

Opvallend is dat het linkse ERC in Catalonië de verkiezingen wint. Het is de partij die wél wil onderhandelen over een meer autonoom statuut voor Catalonië. Maar of met deze uitslag veel beweging in het dossier zal komen, is zéér twijfelachtig.

'Más complicado', was de conclusie op de Spaanse televisie over de regeringsvorming. Een 'grote coalitie' tussen PSOE en PP zou meteen de Spaanse impasse kunnen doorbreken, maar de ideologische verschillen tussen beide partijen zijn onoverbrugbaar. Geen van beide ziet die oplossing zitten.

Dus lijkt Spanje redelijk onbestuurbaar. Net als in België zijn enkele politieke kloven te diep om te dichten en de volgende poging dreigt nu al weer uit te lopen op nieuwe verkiezingen. Want dat is wel de druk op de Spaanse ketel: als de regeringsvorming mislukt, volgen onverbiddelijk nieuwe verkiezingen. Al lijken die in de huidige situatie niets op te lossen. En dat is misschien nog wel het meest verontrustende.

Lees verder

Tijd Connect