Bart Haeck

Er is nog een uitweg voor Franstalig België om zonder al te groot bochtenwerk het handelsverdrag tussen de EU en Canada op koers te houden. Die moet nu genomen worden.

Het is ‘money time’ voor het vrijhandelsverdrag tussen de EU en Canada, waar zeven jaar over is onderhandeld. Waals minister-president Paul Magnette (PS) keert vandaag vervroegd terug van een handelsmissie in Japan om de kwestie te bespreken. PS-voorzitter Elio Di Rupo gaat vanavond naar de Franse president François Hollande om het over de ontslagen bij Caterpillar te hebben, maar zo goed als zeker komt ook het Canadese verdrag ter sprake. Maandag, uiterlijk dinsdag, moet duidelijk worden of het kleine Franstalige België het verdrag voor 500 miljoen Europeanen torpedeert.

Het zou een kleine ramp zijn. Canada is een meertalig land, een van de meest vredevolle economische grootmachten ter wereld, met een uitgebouwde welvaartsstaat. Er is wellicht geen ander land buiten het Europese continent dat zo op de EU of België lijkt. Als we met de Canadezen al geen handel willen, met wie dan wel? Met de Russen? De Chinezen? Discutabele regimes in Afrika?

Daarnaast is er de reputatieschade voor België. Hoe zal het Brussels Gewest uitleggen dat het de trotse huisvester is van de Europese instellingen, maar dat het toch een verdrag voor de hele EU keldert? Hoe zal het Waals Gewest internationaal uitleggen dat het er geen problemen mee heeft de eigenaar van een wapenfabriek te zijn, maar dat het ethische bezwaren heeft tegen internationale handel? Hoe zal Franstalig België uitleggen dat het destijds een mandaat gaf om het verdrag te onderhandelen, maar dat het daar nu op terugkeert?

Er is communautaire spanning. Vlaanderen is goed voor 90 procent van de Belgische handel met Canada. Het ziet met dit verdrag onder meer de Canadese markt voor baggerbedrijven opengaan.

Er zijn economische belangen. Volgens ramingen doet het verdrag de handel met Canada met een vijfde stijgen, voor België gaat het om 400 miljoen euro. Vrijhandel betekent ook goedkopere import, wat volgens een studie van BNP Paribas vooral voor lage inkomens een verschil maakt.

En er zijn inhoudelijke bezwaren. Tegenstanders hebben bezwaren tegen de arbitragetribunalen waar conflicten tussen multinationals en staten op neutraal terrein worden uitgevochten. Maar die tribunalen bestaan al. Het verdrag moderniseert ze en maakt ze transparanter. Weiger dit verdrag en de tribunalen blijven op de oude manier werken.

Er is een uitweg. De ondertekening is niet de eindfase. Nadat alle premiers en staatshoofden van de EU en Canada het verdrag hebben getekend, moeten alle parlementen in Europa, ook de talrijke Belgische, groen licht geven. Ze kunnen dan nog altijd de omstreden handelstribunalen tegenhouden. Voor die weg kiest Oostenrijk, waar ook veel kritiek heerst. De regering zal tekenen, maar de parlementaire discussie blijft open. Die weg moet ook Franstalig België bewandelen, in plaats van te kiezen voor de nucleaire optie.

Lees verder

Tijd Connect