Senior writer

Wie betaalt, bepaalt. Aan die harde wetmatigheid valt niet te ontsnappen. En dus dicteren de Duitsers van Lufthansa voortaan de wet bij Brussels Airlines.

Etienne Davignon, de voorzitter van Brussels Airlines, maakte zich afgelopen weekend nog sterk dat de Belgische luchtvaartmaatschappij een grote mate van autonomie zal genieten na de volledige overname door het Duitse Lufthansa. In een interview met De Tijd doorprikt Carsten Spohr, de topman van Lufthansa, die illusie.

‘We willen het model van Brussels Airlines incorporeren in onze lagekostendivisie Eurowings om er een pan-Europees succes van te maken. Vele van ons zijn te klein om zelfstandig te overleven’, stelt de Lufthansa-baas.

Davignon: ‘De werkgelegenheid staat centraal. We kunnen die houden.’ Spohr: ‘In een sector als de onze bestaan geen werkgelegenheidsgaranties, we geven die ook niet in Duitsland.’ Davignon: ‘De overname betekent niet het einde van het merk Brussels Airlines.’ Spohr: ‘Aanvankelijk zullen we de merknaam niet wijzigen. We veranderen hem enkel in samenspraak met het Belgische management en op voorwaarde dat we een betere naam vinden.’

Etienne Davignon neemt zijn wensen voor werkelijkheid. Maar als voormalig voorzitter van de Generale Maatschappij van België - die er lijdzaam op moest toezien hoe de Franse hoofdaandeelhouder Suez de controleparticipaties van de Generale in een reeks Belgische sterbedrijven aan buitenlandse groepen verkocht - moet hij toch wel hebben geleerd dat er een harde wet bestaat: wie betaalt, bepaalt.

De overnemer koopt niet alleen de activiteiten, hij betaalt ook voor het zeggenschap.

Om de mogelijke weerstand bij een overname weg te nemen, worden vaak heel wat beloften gedaan: behoud van de lokale vestigingen, waarborgen voor de werkgelegenheid, het handhaven van de merknaam, het aan boord houden van het management, en zo meer. Maar of die beloften worden nagekomen, hangt louter af van de goodwill van de overnemer. Er zijn geen sancties op het verbreken ervan. Daarom zijn die beloftes weinig waard.

Voorbeelden daarvan zijn er te over. ING behield de merknaam BBL na de overname van de Belgische bank minder lang dan beloofd. De Franse energiegroep GDF Suez gooide het herenakkoord met de Belgische regering over het handhaven van het Brusselse beslissingscentrum van haar internationale divisie - de Tractebel-activiteiten - in de prullenmand nadat ze het Britse International Power had verworven. Japan Tobacco beloofde na de koop in 2012 van het Wervikse Gryson de vestiging daar te zullen uitbreiden. Twee jaar later werd bekendgemaakt dat ze zou worden gesloten. Marc Coucke zou Omega Pharma blijven leiden na de overname in 2015 door het Amerikaanse Perrigo. Dit jaar werd hij er aan de deur gezet.

Een overname wordt gewoonlijk duur betaald - al is in het geval van Brussels Airlines de prijs niet zo hoog. De overnemer koopt niet alleen de activiteiten, hij betaalt ook voor het zeggenschap. En dat betekent dat de garanties die de overlatende partij vraagt - en misschien zelfs op schrift laat stellen - slechts papieren garanties zijn. Wie voor de centen kiest, hoort dat te weten. Kiezen is verliezen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud