Het gelijk van Rutte

Stefaan Michielsen

De Nederlandse premier Mark Rutte heeft gelijk dat hij initiatieven neemt om te maken dat Nederlandse multinationals hun hoofdkwartier in Nederland behouden.

Rutte kreeg het voorbije weekend tal van Belgische politici over zich heen. Hij had gewaarschuwd dat Nederland moet vermijden in dezelfde situatie te belanden als België dat nog maar één echte multinationaal – biergroep AB InBev – heeft.

Nederland moet aantrekkelijk blijven voor de grote Nederlandse ondernemingen. Dat was het punt dat Rutte maakte. Hij zei niet dat België een economische woestijn is, al interpreteerde een aantal Belgische ministers het zo.

In Nederland is er veel discussie over het voorstel van de nieuwe regering Rutte III om de dividendbelasting voor buitenlandse aandeelhouders af te schaffen. Daar hangt een prijskaartje aan van 1,4 miljard euro.

Unilever en Shell zijn twee industriële kroonjuwelen van Nederland.

De regering had geen duidelijke uitleg gegeven over het waarom van die maatregel. Maar intussen is het duidelijk geworden dat hij in de eerste plaats bedoeld is om oliegroep Shell en levensmiddelengroep Unilever in Nederland verankerd te houden. Die twee Nederlands-Britse multinationals zijn met bezig met een denkoefening over waar ze best hun hoofdkantoor vestigen.

Unilever en Shell zijn twee industriële kroonjuwelen van Nederland. Rutte en zijn ploeg hebben gelijk daarvoor te vechten. Overigens heeft België in 2015 ook het belastingregime voor buitenlandse beleggers op dividenden van Belgische aandelen aangepast, om te maken dat AB InBev na de fusie met het Britse SABMiller zijn hoofdzetel in ons land zou houden.

België heeft naast AB InBev nog andere multinationals, zoals Bekaert, Solvay en UCB. En er zijn de internationaal actieve niet-beursgenoteerde familiale miljardenbedrijven zoals baggeraar Jan De Nul, logistieke reus Katoen Natie, bouwmaterialengroep Etex en kalkbedrijf Carmeuse.

Maar wie de samenstelling van de Bel20 bekijkt, de sterindex van de Brusselse beurs, kan meteen vaststellen dat de spoeling aan de top dun is. Om aan twintig grote beursgenoteerde bedrijven te raken, moeten wij in de Bel20 bedrijven als het Franse Engie en het Luxemburgse Aperam opnemen.

En de voorzitter momenteel van het Verbond der Belgische Ondernemingen (VBO), de patroon der patroons zeg maar, is de nummer twee – boven hem staat een Fransman - van het ingenieursbedrijf Tractebel, een filiaal van Engie. Dat zegt ook veel.

België heeft de voorbije decennia zonder veel slag of stoot tal van zijn topbedrijven in buitenlandse handen laten vallen.

Rutte stelt het karikaturaal voor. Maar helemaal ongelijk heeft hij niet.

België heeft de voorbije decennia zonder veel slag of stoot tal van zijn topbedrijven in buitenlandse handen laten vallen: de bank BBL, de oliemaatschappij Petrofina, elektriciteitsgroep Tractebel, verzekeraar Royale Belge, de Fortis Bank en onlangs nog supermarktketen Delhaize, om er maar enkele te noemen.

Die uitverkoop bracht in België ook heel wat discussie op gang. ‘Land van filialen’ of ‘Vlaanderen, een Franse kolonie’ luidden de titels van boeken die aan het onderwerp waren gewijd. Dát is het scenario waar Mark Rutte voor waarschuwt.

In Nederland zijn de politici traditioneel meer bereid om te vechten voor het behoud van hun industriële kroonjuwelen, zoals vorig jaar bleek toen Bpost een overnamevoorstel deed aan PostNL en dit jaar bij het bod op verfgroep AkzoNobel door het Amerikaanse PPG.

Onderzoek heeft uitgewezen dat de aanwezigheid van hoofdkwartieren van multinationale ondernemingen positieve effecten heeft op onder meer onderzoek en ontwikkeling, productiviteit, werkgelegenheid en kansen voor toeleverende bedrijven. En als er een herstructurering komt en banen geschrapt dienen te worden, gebeurt dat gewoonlijk minder drastisch in het thuisland dan in de buitenlandse filialen. De medewerkers van ING België kunnen er van meespreken.

Er zijn dus duidelijk economische baten. De vraag is hoe ver de overheid moet en kan gaan om die baten binnen te halen. Of een belastingkorting van 1,4 miljard euro in verhouding staat tot de winsten die de blijvende aanwezigheid van Nederlandse multinationals oplevert voor de economie in Nederland, is een afweging die de Nederlandse regering en parlement moeten maken.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content