Stefaan Michielsen

Er broeit heel wat in het Belgische innovatielandschap. Maar grote succesverhalen zijn er tot dusver niet. Onze techondernemers, financiers en beleidsmakers moeten hoger durven mikken.

Spotify, gebaseerd in Stockholm, heeft zich opgewerkt tot een wereldspeler in online muziekstreaming, zijn app staat op miljoenen smartphones en tablets. Het Zweedse bedrijf krijgt binnenkort een beursnotering op Wall Street. Ook in België broeit het in de technologiesector van beloftevolle start-ups, leert de reeks ‘Silicon Belgium’ die de afgelopen week in deze krant verscheen. Maar een bedrijf dat een grote doorbraak realiseert en een succesverhaal neerzet als Spotify missen we tot dusver.

Het onderzoek aan onze universiteiten op het vlak van nieuwe technologieën staat op een hoog niveau. Met imec in Leuven beschikken we over een onderzoekscentrum dat inzake nanotechnologie absolute wereldtop is. Er gaat flink wat geld, van de overheid en private investeringsfondsen, naar de financiering van dat onderzoek en naar de financiering van de bedrijfjes die daaruit groeien. Er zijn veel jonge scheuten. Maar weinig stevige bomen.

Wie zijn beide voeten op de grond houdt kan nooit een hoge vlucht nemen.

De internationale economie zit in een belangrijk transformatieproces. Automatisering en robotisering rukken op. De economie zal altijd traditionele activiteiten en bedrijven die in die sectoren actief zijn nodig hebben. Bierbrouwers, chocolademakers, fabrikanten van biljartballen, tapijtwevers, kalkproducenten. Maar de groei zal vooral komen van nieuwe activiteiten en van bedrijven die daarin excelleren. Op dat domein kunnen we echter nog niet veel voorleggen.

Het hoeft zelfs niet allemaal supertechnologisch zijn. Ook in nieuwe ontwikkelingen in eerder traditionele activiteiten, zoals de verkoop en de distributie, laten we kansen liggen die onze buurlanden wel grijpen. Het e-commercebedrijf Bol.com is Nederlands, Zalando is Duits.

Kennis hebben we, financiële middelen ook. Maar we missen een groot overkoepelend project. De inspanningen zijn te gespreid, elke regio wil zijn eigen technologievallei, er is te weinig kruisbestuiving en krachtenbundeling.

Onze techondernemers zijn meestal ook te bescheiden. Ze zijn al tevreden als ze kunnen uitblinken in een kleine niche, het heel erg groot zien durven ze niet. Ze houden de voeten liever op de grond. Maar zo slaag je er nooit in een hoge vlucht te nemen. En ze vinden zichzelf al gauw geslaagd: als iemand een pak geld biedt voor hun bedrijf, happen ze snel toe. Beter één vogel in de hand dan tien in de lucht, weet je wel.

Dat ondernemen en ondernemers door een groot deel van de bevolking en politici niet hoog worden geacht, en dat het beleid louter lippendienst bewijst aan de bede om een enthousiaster ondernemingsklimaat te helpen scheppen, is ook niet meteen een stimulans.

We hebben nood aan mensen die zich willen smijten om België en Belgische bedrijven prominent op de internationale techkaart te zetten: ondernemers, financiers en beleidsmakers.

Lees verder

Tijd Connect