Advertentie
Advertentie

Ich bin ein Berliner

Kris Van Haver

Het Portugese parlement stemde gisteren de minderheidsregering naar huis. Premier Socrates wilde met een streng besparingsplan alsnog de schande afhouden om de hulp van Europa en het IMF in te roepen. Maar Socrates kreeg de gifbeker te drinken.

Het resultaat laat zich raden: Portugal is een vogel voor de kat op de markten. De bevolking krijgt er binnen de kortste keren een nog veel strenger besparingsplan opgelegd door Europa en het IMF.

Dezelfde paradox leeft ook dichter bij huis. Brussel is vandaag een bezette stad. De vakbonden betogen tegen de Europese boeman die te veel besparingen oplegt, de automatische koppeling van de lonen aan de index wil afschaffen en de pensioenleeftijd wil verhogen. De betogers willen, bij het begin van een cruciale Europese top, de spierballen laten rollen. Als het Europese monster wordt tegengehouden, is onze welvaart gered, is de redenering.

Het ideologische debat over Europa lijkt terug van helemaal weggeweest. In zuinigere eurolanden als Nederland en Finland slaan populistische partijen munt uit het groeiende ongenoegen over een verplichte Europese solidariteit. En Bondskanselier Angela Merkel verstevigt, in ruil voor de transfer van Duitse miljarden, haar greep op de Europese politiek. Met als hoogtepunt het competitiviteitspact dat ze eind januari lanceerde en dat kortweg de afschaffing eiste van de automatische loonindexering en het opschuiven van de pensioenleeftijd.

Waarop onder meer de Belgische premier Yves Leterme zich uitsloofde om de Duitse aanval op ‘ons sociaal model’ te pareren en de index veilig te stellen. Die Belgische ‘overwinning’ zal - ook bij ons - het omgekeerde effect sorteren. De taal van het pact voor de euro is wel grondig bijgeschaafd en het onmiddellijke gevaar is geweken. Maar het budgettair beleid, het terugdringen van de overheidsschuld tot en met de kern van het economisch beleid, zoals de loonkosten, de pensioenen en de werkgelegenheid, komen de komende jaren in ons land meer dan ooit onder Europese curatele. Wat voorligt op de Europese top van vandaag en morgen laat daarover geen onduidelijkheid bestaan.

Als het van Merkel afhangt, moet iedereen in Europa een beetje Duitser worden. En eigenlijk is dat lang niet erg. Een minimale gezamenlijke marsrichting is het eerste wat het economisch verdeelde Europa vandaag nodig heeft. En competitiviteit is geen vies woord. Zeker niet met de hete adem van China en India in de nek. Het is de enige manier om, op termijn, nog iets als een Europees sociaaleconomisch model over het houden.

Wat Merkel wél begrepen heeft en de Portugezen binnenkort ook aan den lijve zullen ondervinden, is dat we niet langer boven onze stand kunnen leven in Europa. De vette jaren, gulle loonstijgingen en pensioen op een goede vijftig jaar: dat is allemaal definitief gedaan. Met die wetenschap voor ogen, hoef je geen visionair zijn om het uit te roepen: ‘Ich bin ein Berliner.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud