Bart Haeck

De oplossing voor de problemen van de EU ligt niet in het Europarlement, maar in de hoofdsteden van de 27 landen die na de brexit overblijven. Daar moet de nieuwe consensus groeien.

Politici zeggen doorgaans niet dat ze in crisis zijn.  Doorgaans zien ze kansen waar anderen problemen zien. Jean-Claude Juncker, de voorzitter van de Europese Commissie, was gisteren in zijn jaarlijkse state of the union wél brutaal eerlijk. ‘Ik sta hier vandaag niet om jullie te zeggen dat alles oké is. Dat is het niet’, luidde het in de officiële toespraak. ‘Laat ons heel eerlijk zijn. Onze Europese Unie is, minstens gedeeltelijk, in een existentiële crisis verzeild.’

‘Nooit eerder heb ik nationale regeringen zo verzwakt gezien door de kracht van het populisme en verlamd door het risico de volgende verkiezingen te verliezen. Nooit eerder heb ik zoveel verdeeldheid in onze unie gezien, en zo weinig gemeenschappelijks.’

Juncker heeft een punt. De teleurstelling over de Europese Unie is groot. Ze slaagt er zonder Turkse hulp niet in haar buitengrenzen te bewaken. Ze slaagt er niet in 160.000 van de wereldwijde 60 miljoen vluchtelingen op te vangen. Ze liet zich vorig jaar nog uit elkaar spelen door een economische dwerg als Griekenland. Ze slaagt er al decennia niet in haar regels over begrotingsdiscipline af te dwingen. ‘Wat onze burgers nodig hebben is iemand die regeert’, zei Juncker gisteren. En ook dat klopt.

Het probleem van Juncker is dat hij een antwoord moet geven op twee tegenstrijdige kritieken. Enerzijds wordt de EU onmacht verweten om resultaten te boeken, zoals inzake migratie. Anderzijds wordt de EU verweten een superstaat te zijn die zich ondemocratisch macht toe-eigent om vrijhandelsverdragen te onderhandelen of EU-regeringen te dwingen asielzoekers op te vangen.

Onze burgers hebben iemand nodig die regeert.

Daarom moet het antwoord op die contradictorische kritiek zelf contradictorisch zijn. De Europese Unie moet in de nationale parlementen van de EU-landen het vertrouwen herwinnen. Van daaruit moet geprobeerd worden her en der resultaten te boeken en aan legitimiteit te winnen.

Dat zal enkel lukken als pragmatische keuzes worden gemaakt over waar politieke consensus en vooruitgang mogelijk zijn en waar niet. Het migratiebeleid kan weer écht in gang schieten als eerst een stap achteruit wordt gezet en ieder land vrijwillig kan kiezen hoeveel asielzoekers het wil opvangen. Zoiets zou een tijdelijke nederlaag betekenen, maar kan het Europees beleid misschien wel weer in beweging krijgen.

In die zin is het twijfelachtig of dit het goede moment is om alle EU-hoofdsteden te vragen wat macht over het leger aan Brussel af te staan en een Europees militair hoofdkwartier te bouwen. Het is al moeilijk genoeg steun van de EU-landen te krijgen voor het bestaande beleid, laat staan voor nieuwe projecten. Want dat is de hoofdopdracht: in alle hoofdsteden van de 27 EU-landen die na de brexit overblijven weer brede steun vinden voor een gezamenlijke Europese toekomst.

Lees verder

Tijd Connect