Stefaan Michielsen

Zonder hulp van een onafhankelijk bemiddelaar lukt het in Vlaanderen blijkbaar niet meer om grote infrastructuurprojecten te realiseren.

De gemeente Machelen heeft de stadsplanner Alexander D’Hooghe in de arm genomen in een poging het omstreden Uplace-project te redden. Het plan om een groot shoppingcenter te bouwen op een oude industriële site naast het viaduct van Vilvoorde is al tien jaar oud en bijzonder omstreden. Het leek vorig jaar de definitieve doodsteek te hebben gekregen toen de stedenbouwkundige vergunning nog maar eens werd vernietigd.

Machelen, dat altijd een grote voorstander van Uplace is geweest - de buurgemeente Vilvoorde is fel tegen - hoopt het project te reanimeren. Het rekent daarvoor op D’Hooghe, die eerder het onmogelijk geachte in Antwerpen voor mekaar kreeg. Via uitgebreid overleg slaagde hij erin een compromis te smeden tussen de initiatiefnemers en de tegenstanders van het Oosterweelproject.

Het is eigenaardig dat een onafhankelijke bemiddelaar nodig is om het falen van de overheid op te vangen. Maar het is niet anders.

Zulke grootschalige en ingrijpende infrastructuurwerken zijn in Vlaanderen nagenoeg onmogelijk geworden. De complexe administratieve procedure die doorlopen moet worden en de vele mogelijkheden voor tegenstanders en belangengroepen om beslissingen te betwisten en tegen te houden zijn de schuldigen.

Het is eigenaardig dat een onafhankelijke bemiddelaar nodig is om het falen van de overheid op te vangen. Maar het is niet anders. Het kan de beste manier zijn om toch nog dingen gedaan te krijgen.

Procedureslag

Het is duidelijk dat voor grote bouwprojecten die een forse invloed hebben op de omgeving, ruimtelijk en op andere manieren, een breed draagvlak nodig is. Dat moet vanaf het begin worden gezocht bij alle belanghebbenden, om in de mate van het mogelijke rekening te kunnen houden met hun bezwaren, die gerechtvaardigd kunnen zijn, en om te vermijden dat waardevolle projecten vastlopen in een eindeloze procedureslag.

Voor ingrijpende bouwprojecten is een breed draagvlak onontbeerlijk.

Dat betekent misschien dat de oorspronkelijke plannen bijgestuurd moeten worden. Maar een bemiddelaar heeft enkel kans op slagen als niet alle partijen op hun onverzettelijke standpunt blijven kamperen en bereid zijn tot toegevingen voor een groter algemeen belang.

Moet zo een bemiddelaar een vast onderdeel worden van de administratieve procedure voor grote infrastructuurprojecten? Dat kan niet de bedoeling zijn. Gelukkig trekt de overheid ook lessen uit de voorbije ervaringen.

Sinds enige tijd heeft Vlaanderen een aangepaste procedure voor ‘complexe projecten’ vastgelegd bij decreet. Die zet sterk in op voorafgaandelijk overleg met de verschillende partners en adviesinstanties die bij het project betrokken zijn. Ook burgers en burgerbewegingen krijgen inspraak. Dat moet de kans verminderen dat vergunningen worden aangevochten. Het moet er ook toe leiden dat projecten in een kortere tijdspanne klaar zijn.

Of deze andere aanpak in de praktijk de verwachte vruchten afwerpt, moet nog blijken.

Lees verder

Tijd Connect