Lippendienst

De maatregelen waartoe de Syrische president Bashar Al-Assad zijn toevlucht neemt om zijn opstandige bevolking mores te leren, hebben afgelopen weekend een nieuw dieptepunt bereikt.

Vanaf de Middellandse Zee namen oorlogsbodems van de Syrische marine op eigen grondgebied de stad Latakia onder vuur. Vanaf land werd de stad bestormd door de landmacht. Hoewel het erg moeilijk is controleerbare informatie het land uit te krijgen, zouden bij die beschietingen minstens 24 mensen om het leven zijn gekomen.

Het brengt de dodentol na vijf maanden van onlusten in tal van Syrische steden op meer dan 1.800. En de kans dat het daarbij blijft is, ondanks steeds luider internationaal protest, erg klein.

Assad zal zich weinig aantrekken van de scherpe veroordelingen waarmee hij dit weekend om de oren geslagen werd door onder meer de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Hillary Clinton, de Saudi-Arabische koning Abdullah of de voorzitter van de Liberale fractie in het Europees Parlement, Guy Verhofstadt.

Want veel meer dan lippendienst zal de oppositie in Syrië niet uit het buitenland krijgen. Het Syrische hoofdstuk van het boek dat Arabische Lente heet, zal veel minder dan Libië kunnen rekenen op een grote rol van Europa en de Verenigde Staten. De Verenigde Staten en de Europese Unie gaan vooralsnog ook niet verder dan hervormingen en een eind aan het militaire optreden tegen burgers te eisen.

In tegenstelling tot Libië ligt Syrië midden in de meest explosieve regio op aarde. En waar kolonel Khadaffi zelfs in zijn eigen regio een redelijk geïsoleerde positie innam en –neemt, heeft de Assad-clan in Syrië zich de afgelopen decennia met behoorlijk succes bekwaamd in het tegen elkaar uitspelen van machtige buren of regiogenoten, zoals Israël, Turkije, Iran en Irak.

De mondelinge veroordelingen ook met militaire middelen kracht bijzetten, zoals in Libië, is in het geval van Syrië uitgesloten. Daarvoor weet het regime van Assad zich nog altijd genoeg gesteund door regionale supermacht Iran. En een abrupte regime-verandering zou het wankele evenwicht tussen de diverse minderheidsgroeperingen kunnen verbreken. Het vooruitzicht op een tweede Irak is voor niemand aantrekkelijk.

En Libië is inmiddels ook al niet meer het voorbeeld van effectief optreden van de VS en Europa. De luchtaanvallen op het regime van Khadaffi werden vol aplomb ingezet, maar de Libische leider bleek minder makkelijk weg te jagen dan gehoopt en de NAVO is er nog maar eens aan herinnerd dat een oorlog gemakkelijker begonnen is dan beëindigd.

De lange duur van de operatie maakt de bombardementen ook nog eens extra kostbaar, wat de ministers van Defensie in de bezuinigende NAVO-landen met lede ogen aanzien.

Met een onrealistisch militair dreigement, blijven er economische sancties over om de Assad-clan te overtuigen op te stappen. Daarvan zijn er al een heel aantal van kracht. Syrië was al grotendeels economisch geïsoleerd sinds de VS Syrië in de nasleep van de aanslagen van 11 september 2001 samen met Noord-Korea, Iran, Irak, Afghanistan en Cuba classificeerde als ‘Schurkenstaat’. Extra economische sancties zullen het verschil dan ook niet maken.

Toch stelde Guy Verhofstadt gisteren voor om een olieboycot in te stellen tegen Syrië. Het zou het regime van Assad financieel lam leggen. Dat valt in de praktijk nogal mee. De 27 lidstaten importeerden in 2010 voor net iets meer dan 2,8 miljard euro olie uit Syrië.

Het land is in totaal goed voor een schamele 0,3 procent van wat Europa jaarlijks uit de rest van de wereld invoert. Een exportverbod biedt al even weinig soelaas: Syrië is voor de cruciale onderdelen van zijn economie volledig zelfvoorzienend. Wellicht is het beter het opheffen van de huidige sancties in het vooruitzicht te stellen als Assad belooft op te stappen.


Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud