Het Europese - en Belgische - antwoord op het gevaar van het Turkse offensief in Syrië ligt in economische druk en een eigen migratiebeleid.

Voor de tweede dag op rij voerden Turkse troepen donderdag een offensief in het noordoosten van Syrië, dat onder controle staat van de Koerdische militie YPG. En voor de tweede dag op rij veroordeelden Europese leiders de militaire operatie met de ironische naam Vredeslente. De Franse president Emmanuel Macron deed dat ‘in de krachtigste bewoordingen’.

Het conflict drukt ons met de neus op de feiten. Turkije is noodgedwongen al enkele jaren een bondgenoot geworden in het beheersen van het migratieprobleem. De Verenigde Staten zijn via de NAVO onze bondgenoot om te vechten als het moet. Beide landen hebben nu even geen zin om hun rol van bondgenoot te spelen.

‘Wel, ze zullen ontsnappen naar Europa. Dat is waar ze naartoe gaan’, zei de Amerikaanse president Donald Trump woensdag op de vraag wat er gebeurt als door de Koerden gevangen IS-strijders ontsnappen. De Turkse president Tayyip Erdogan dreigt ermee niet langer de grensbewaker van Europa te spelen en 3,6 miljoen vluchtelingen de EU binnen te laten.

Militaire worm

En daar staan we dan, met de neus op de feiten. Het doet denken aan de woorden van Mark Eyskens, die in 1991 Europa omschreef als ‘een economische reus, een politieke dwerg en een militaire worm’. Voor België, dat sterk leunt op de EU voor geopolitiek beleid, is dat een probleem.

Wat kunnen we dan doen? Het eerste idee dat opwelt, is een betere Europese defensie. Hoewel de eerste zaadjes gezaaid zijn, is dat echter een verhaal voor de heel verre toekomst.

Toch zijn er, vanuit Brussel bekeken, dingen die nu al kunnen gebeuren. Een eerste wapen is economisch. Turkije is van Europees geld afhankelijk om zijn tekort op de begroting en op de lopende rekening te financieren. Dat wapen wordt ook gebruikt, via sancties.

Ten tweede moet Europa dringend proberen zijn migratiebeleid in eigen handen te nemen. De deal met Turkije was moreel en juridisch betwistbaar, maar was in 2016 verdedigbaar omdat alle toen haalbare alternatieven slechter waren. Drie jaar later zou je echter verwachten dat we verder staan en Turkije niet meer nodig hebben.

Het is wennen, aan geopolitiek zonder bondgenoten. Maar het betekent niet dat niets mogelijk is.

De twee hangen samen. Turkije kan de EU chanteren met destabilisatie door een vluchtelingencrisis. De EU kan Turkije chanteren met destabilisatie door geldproblemen en vervolgens hyperinflatie en een volksopstand. Als de EU de controle over de migratie herovert, zal het economische wapen in Turkije sneller de pijngrens bereiken dan omgekeerd.

Een derde wapen is diplomatie. Het blijft onduidelijk wat Erdogan exact beoogt met zijn offensief in Syrië, en welke impact hij beoogt op de Turkse kiezer, het Turkse leger dat in 2016 nog een coup pleegde, Rusland, de VS, de EU en IS. Dat begrijpen is cruciaal. Een andere taak zal erin bestaan de weinige bondgenoten die de EU in het Midden-Oosten heeft - zoals Jordanië en Irak - niet te verwaarlozen.

Het is wennen, aan geopolitiek zonder bondgenoten. Maar het betekent niet dat niets mogelijk is.

Lees verder

Tijd Connect