Politieke benoemingen

Senior writer

Er zijn verschillende gradaties van politieke benoemingen. Het is logisch dat de regering de mensen aanduidt die de overheidsbedrijven- of diensten leiden, en het is verdedigbaar dat daarbij politieke verdeelsleutels worden gehanteerd. Maar het eerste criterium voor de benoeming moet zijn dat de kandidaat de nodige kwaliteiten heeft voor de job.

Naar aanleiding van de benoeming door de regering Michel van Sophie Dutordoir tot nieuwe CEO van de NMBS en de compensaties die de andere regeringspartijen daarvoor krijgen, stelt sp.a voorzitter John Crombez voor de politieke benoemingen te depolitiseren.

De aanstelling van de CEO’s en voorzitters van overheidsbedrijven moet in handen worden gegeven van een benoemingscomité, vindt Crombez, dat de toplui selecteert op basis van hun bekwaamheden en hun visie op het overheidsbedrijf dat ze zullen leiden. De sp.a-voorzitter zegt een wetsvoorstel in die zin te zullen indienen.

Het klinkt mooi. Maar het voorstel van Crombez is hypocriet. Waarom komt hij nu met dit voorstel aandraven? Hij had het kunnen doen tijdens de vorige regeerperiode, toen de sp.a deel uitmaakte van de coalitie en John Crombez zelf staatssecretaris was. Zijn voorstel zou dan meer kans hebben gemaakt.

En is de sp.a-voorzitter vergeten dat de regering Di Rupo in 2013 een nooit geziene koehandel heeft opgezet over niet minder dan 101 benoemingen aan de top van overheidsbedrijven en in de administratie? Er is toen tussen de coalitiepartners meer dan een jaar onderhandeld om de pionnetjes op hun plaats te kunnen krijgen.

Het voorstel van Crombez is doorzichtig. Nu zijn partij in de oppositie zit en bij de verdeling van de postjes niet aan bod komt, moeten de benoemingen plots gedepolitiseerd worden. Toen zijn partij mee aan tafel zat, heeft ze het spel echter altijd enthousiast meegespeeld en waren de politieke benoemingen geen probleem.

Het voorstel van de sp.a-voorzitter snijdt bovendien geen hout. In de praktijk maakt het geen verschil of een benoeming rechtstreeks door de regering wordt gedaan na partijpolitieke afspraken, of door een benoemingscomité waarvan de leden dan politiek benoemd zijn, of door de politiek samengestelde raden van bestuur van de overheidsbedrijven. In de drie gevallen heeft de benoeming de voorafgaandelijke instemming nodig van de hoofdkwartieren van de partijen die in de regering zitten.

Het is de logica zelf dat de topman of topvrouw van een bedrijf zoals de NMBS, dat voor 100 procent in handen is van de staat en dat elk jaar honderden miljoenen euro belastinggeld ontvangt, door de regering wordt aangesteld. Zij mag die taak niet van zich afschuiven. Want de regering is uiteindelijk politiek verantwoordelijk voor wat er bij de NMBS gebeurt, en bij de andere overheidsbedrijven waar de staat de enige aandeelhouder is.

Het is ook logisch dat de verdeling van de politieke macht weerspiegeld wordt in de raden van bestuur van die overheidsbedrijven, die immers een verlengstuk zijn van de overheid.  Dat bij de benoemingen van bestuurders een politieke verdeelsleutel wordt gehanteerd, is bijgevolg niet verwerpelijk.

Het is niet aanvaardbaar dat mandaten en de vergoedingen die eraan vasthangen worden gebruikt om trouwe partijsoldaten of verdienstelijke kabinetsmedewerkers te belonen.

Uiteraard moeten de bestuurders, de voorzitters en de CEO’s van overheidsbedrijven en de toplui van overheidsinstellingen – en diensten, in de eerste plaats beschikken over de nodige expertise en ervaring voor hun job.  Dát moet het eerste criterium zijn voor hun selectie. Maar die vereiste is niet onverenigbaar met een partijpolitieke weging.

Dat wordt bewezen bij Belfius. De bestuurders van de staatsbank zijn door de regering benoemd. Maar het zijn allemaal mensen die hun carrière hebben gemaakt buiten het apparaat van de politieke partijen en die over de nodige kwaliteiten beschikken. Dat laatste is trouwens een wettelijke vereiste om bestuurder bij een bank te kunnen worden. De Nationale Bank als bankentoezichthouder waakt daar over – en de ECB kijkt over haar schouder mee. Voor de benoemingen aan de top van de Nationale Bank zelf is zo’n onafhankelijke controle er jammer genoeg niet.

Wie wordt benoemd in een overheidsbedrijf of –dienst, moet er de belangen van dat bedrijf of die dienst dienen. Zij zijn daar niet om belangen te behartigen van de partij die hen heeft uitgestuurd of ervoor te spioneren. Het is ook niet aanvaardbaar dat mandaten en de vergoedingen die eraan vasthangen worden gebruikt om trouwe partijsoldaten of verdienstelijke kabinetsmedewerkers te belonen. Dat zijn de platte politieke benoemingen. Helaas gebeuren die nog te veel. Dáár moeten we van af.

En we moeten ook af van de kwalijke gewoonte om alle benoemingen in een grote pot te stoppen en te wachten met beslissen tot er genoeg postjes in die pot zitten om elke partij wat te kunnen geven. Dat is het gevolg van het wantrouwen dat bestaat tussen de regeringspartijen. Maar het is niet goed voor de overheidsbedrijven en –diensten die op een nieuwe baas wachten.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud