Rommelig

©Debby Termonia

Het rommelige energiebeleid in ons land is het resultaat van talloze compromissen en van neuzen die niet in dezelfde richting staan op de verschillende beleidsniveaus.

Bemoeienissen van Europa maken het energiebeleid in ons land, dat het resultaat is van vele compromissen, extra lastig. Eerder al had Europa vragen over de steun die de federale regering uittrekt voor elektriciteitscentrales die in reserve worden gehouden voor als een stroomtekort dreigt. Nu onderzoekt het ook of de korting die middelgrote en grote stroomverbruikers krijgen op de heffing om windenergie op zee te financieren, geen ongeoorloofde staatssteun is.

De bouw van windmolenparken op zee, nodig om de klimaatdoelstellingen te halen, wordt zwaar gesubsidieerd. Die subsidies worden doorgerekend aan de elektriciteitsgebruikers, in de vorm van een heffing. Maar omdat die heffing de grote stroomverbruikers - vooral de energie-intensieve industriële bedrijven in ons land - extra op kosten jaagt en hen met een internationaal concurrentienadeel opzadelt, heeft de regering in 2013 een kortingsysteem ingevoerd en de bijdrage voor de echt grote verbruikers op 250.000 euro per jaar geplafonneerd. Een honderdtal industriële bedrijven in ons land ontsnapt zo aan een hoge factuur.

In haar energiebeleid probeert de Belgische overheid uiteenlopende doelstellingen te verzoenen. Sinds de vrijmaking van de elektriciteitssector twintig jaar geleden is het energiebeleid daardoor uitgedraaid op steunverlening in een of andere vorm aan verschillende vormen van elektriciteitsopwekking: kernenergie, gascentrales, groene stroom. Het beleid mist daardoor niet alleen richting, het is ook ondoorzichtig en inefficiënt.

Het is daarom geen slechte zaak dat Europa al die subsidiemechanismen onderzoekt. Het dwingt België zijn energiebeleid te herbekijken. Als aan bedrijven geen korting op de offshoreheffing mag worden gegeven, kan misschien worden overwogen de steun voor de windmolenparken op zee fors terug te schroeven, zoals staatssecretaris voor de Noordzee Philippe De Backer (Open VLD) al voorstelde. Het zou een stap zijn om wat orde in de chaos te scheppen.

Want het is een zootje, het energiebeleid in ons land. Een stroomlijning botst echter op veel weerstand. De bouwers van windmolenparken op zee en de exploitanten ervan stonden meteen op hun achterste poten toen een vermindering van de steun ter sprake kwam. Het is ook uitkijken naar het alternatief dat de Vlaamse minister voor Energie Bart Tommelein (Open VLD) zal voorstellen voor de door het Grondwettelijk Hof vernietigde Turteltaks, ook een heffing om groenestroomsubsidies te financieren. Benieuwd of hij iedereen tevreden kan stellen.

Tommelein liep overigens zonet een blauwtje met zijn plan om de energie-intercommunales in Vlaanderen te verenigen in een Vlaamse energieholding. De Antwerpse intercommunale IKA wil er niet mee in stappen. Het bewijst nog eens hoe moeilijk het is om in het energiebeleid alle neuzen in dezelfde richting te krijgen. Het zit versnipperd over veel niveaus - gemeenten, intercommunales, de Vlaamse overheid, de federale overheid - die elk een eigen koers willen varen. Het tegen eind dit jaar in het vooruitzicht gestelde Energiepact tussen de federale overheid en de gewesten zou een beetje beterschap moeten brengen. Maar of het echt een einde kan maken aan het rommelige energiebeleid?

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content