Slechte vrienden

©Alexia Mangelinckx

Big data, zoals Facebook ze verzamelt bij zijn miljoenen gebruikers in België, zijn een zegen. Maar de overheid moet de schaduwzijde - inbreuken op privacy - beter reguleren.

Neemt Facebook een loopje met de privacy van zijn bijna 6 miljoen ‘vrienden’ in België? Volgens de KU Leuven, dat de kwestie onderzocht in opdracht van de Privacycommissie, zijn er redenen om dat te vermoeden. Ook de voor­geschiedenis van Facebook suggereert dat. In de VS botste het sociaal netwerk in 2011 al met de Federal Trade Commission over privacy. Het was niet het laatste conflict. 

Er zijn redenen denkbaar om dat privacygevecht tegen Facebook en andere technologiganten als Google en Apple niet te voeren. De eerste is het potentieel van big data. In de VS worden nu al griepepidemies in kaart gebracht door te kijken hoe vaak het woord ‘flu’ wordt gegoogeld. Maar om dat te kunnen doen moet Google wel weten waar je precies bent. Smartphones kunnen ook ongevraagd informatie geven over de files waarin je zal belanden, gewoon omdat het telefoontoestel in je broekzak registreert dat je elke werkdag omstreeks hetzelfde uur hetzelfde traject aflegt. Maar ook daarvoor moet je eerst die data aan Apple of Google geven. En Facebook bracht via ‘likes’ al verbazend accuraat politieke en seksuele voorkeuren in kaart, ook al durfde niet elke Facebook-vriend die voorkeur zelf toe te geven.

Om maar te zeggen: voor het eerst wordt ‘sociale fysica’ mogelijk, waarbij niet heel kort een experiment met enkele mensen wordt opgezet, maar over een lange periode het gedrag van honderdduizenden wordt gevolgd. Het biedt het potentieel om steden beter en slimmer te organiseren. Hebben we voor die vooruitgang niet wat privacy over? 

De tweede denkbare reden om het privacygevecht niet te voeren is dat het een verloren strijd lijkt. Facebook is het spreekwoordelijke dorpsplein van vroeger, waar zelfs de afspraken over jeugdbeweging en school worden gemaakt. Het sociaal netwerk negeren komt in de praktijk heel vaak neer op sociale isolatie. Het is bovendien niet evident om een Silicon Valley-gigant aan banden te leggen, zeker als de technologie sneller evolueert dan een parlement kan volgen. 

En toch zijn beide redenen verkeerd. Ten eerste omdat het gigantische potentieel van big data niet álles rechtvaardigt. Privacy is een mensenrecht. Een privébedrijf moet dan ook duidelijk de afspraken uitleggen én gebruikers een kans geven bepaalde informatie niet te delen, zonder hen meteen van het netwerk uit te sluiten. 

Ten tweede hoeft een gevecht tegen de Silicon Valley-giganten niet bij voorbaat verloren te zijn. De overheid kan wel degelijk de minimumnormen over privacy opleggen en afdwingen. Er zijn zelfs manieren denkbaar waarbij techno­logiebedrijven zich onderwerpen aan een audit, waarbij onderhandelingsruimte bestaat over hoe het potentieel van big data kan worden verzoend met privacy.

Hopelijk mag het succesverhaal van big data nog lang duren. Maar de overheid moet harder proberen de kosten van dat succes - minder privacy - beter in toom te houden.

 

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect