Theo Dilissen (Real Software): 'Vlaanderen moet staatssecretaris voor kenniseconomie hebben'

(tijd) - 'Vlaanderen heeft een staatssecretaris voor de kenniseconomie nodig. Zoniet dreigen we uit de boot te vallen, en dat zou bijzonder jammer zijn omdat onze regio over uitzonderlijke troeven beschikt.' Dat zegt de gedelegeerd bestuurder van de informaticagroep Real Software, Theo Dilissen, naar aanleiding van de publicatie van zijn boek, 'Kennis Maken'.

Het idee voor een boek over de kenniseconomie leefde al een tijdje bij Dilissen, die sinds 2000 Real Software leidt en in 2001 werd uitgeroepen tot manager van het jaar. 'Ik voelde dat ik een ei moest leggen', vertelt Dilissen in een gesprek met de redactie. Dilissen schetste de krijtlijnen van de ideeën in zijn boek vorig jaar al in een interview met deze krant. 'Ik kreeg daar enorm veel reacties op, wat me deed inzien dat de thematiek van de kenniseconomie leeft. Ik besliste mijn gedachten in boekvorm te gieten, in de hoop dat ik een steentje kan bijdragen tot concrete initiatieven.'

Het uitgangspunt van Dilissen is dat velen spreken over de kenniseconomie maar weinigen met concrete projecten op de proppen komen. 'Ik begon te werken met drie basisvragen: waar vinden de jonge mensen die vandaag en morgen op de arbeidsmarkt komen een baan, wat kunnen we concreet doen om die arbeidsplaatsen te creëren en hoe houden we de beslissingsmacht over enkele belangrijke processen hier?'

Dilissen stelt vast dat weinig aandacht besteed wordt aan concrete antwoorden op die vragen. Zelfs van een politiek debat is volgens hem op dit moment geen sprake. 'Telkens wanneer ik met politici praat, constateer ik dat ze mijn bezorgdheid begrijpen. Maar vaak zien ze de urgentie van een concrete oplossing niet in, terwijl we elke dag een beetje meer achterstand dreigen op te lopen.'

De achterstand van België en Vlaanderen uit zich op verschillende terreinen. 'We hebben uitstekende scholen en universiteiten. Maar veel van onze topmensen gaan na hun studies in het buitenland werken. We hebben onvoldoende risicokapitaal voorhanden, we slagen er maar niet in te definiëren waar we goed in zijn en daar voor te gaan, velen vinden winst maken nog steeds een vies concept en we denken veel te weinig in samenwerkingsverbanden', zo vat Dilissen een en ander samen. 'Dat moet stoppen, of we moeten in 2010 vaststellen dat we de boot gemist hebben.'

'Het komt erop aan voor kenniscreatie te zorgen, ons van een concurrentieel voordeel te verzekeren dat tot een gezonde economische activiteit leidt en de kenniseconomie in te bedden in Vlaanderen', gaat Dilissen verder. In zijn boek geeft hij zeven adviezen mee die hier toe kunnen bijdragen. 'Die zeven punten kunnen de kleefkracht van Vlaanderen vergroten', zegt de manager.

Een van Dilissens zeven punten is dat Vlaanderen niet bij de pakken mag blijven zitten nu de ICT-luchtbel uiteen is gespat, Lernout & Hauspie voor een zware kater heeft gezorgd en de hele technologiesector door een diep dal gaat. 'Ik blijf ervan overtuigd dat de ICT-sector zich snel herpakt', aldus Dilissen. Triest is volgens hem de vaststelling dat in Vlaanderen de ICT-sector instaat voor slechts 4 procent van het bruto regionaal product. 'Ik zeg dat we tegen 2010 moeten streven naar een cijfer van 12 procent', gaat Theo Dilissen verder.

Een andere belangrijke krachtlijn in het betoog van Dilissen is dat Vlaanderen dringend zogenaamde kennisclusters moet creëren. 'In Vlaanderen hebben we al te vaak nog schrik van internationale allianties. Dat moeten we veranderen. We moeten kennis samenbrengen. Niet enkel tussen bedrijven onderling, we moeten daar ook de academische wereld in betrekken. De kloof tussen het academische en het bedrijfsleven moet dringend gedicht worden. Enkel dan kunnen we de voordelen van de kenniseconomie plukken, als ze een en-en-economie is. De industriële samenleving was een of-of-economie: of jij, of ik. In de kenniseconomie kan het hoofdingrediënt door oneindig veel mensen gebruikt worden. De kennistaart wordt groter als we ze delen.'

Universiteiten moeten niet enkel meer samenwerken met het bedrijfsleven en met elkaar, ze moeten ook gestimuleerd worden tot het voeren van 'pragmatisch onderzoek'. Dilissen pleit ervoor dat dat onderzoek deels gefinancierd wordt door de privé-sector, net zoals dat in de VS gebeurt, bijvoorbeeld in het Media Lab van het MIT in Boston.

Dilissen vindt verder dat onvoldoende gefocust wordt op waar Vlaanderen goed in is. Hij trekt een parallel met de situatie bij Real Software voor zijn komst. 'Real Software was een confederatie van bedrijven die allemaal hun ding deden. Er was geen duidelijke visie. Het bedrijf had meer dan vijftig producten, vandaag zijn dat er ongeveer tien. We hebben vijf klantengroepen geselecteerd en dan de technologieën en competenties gedefinieerd waarin we goed zijn én waarin we toekomst zien.'

Ook de 'NV Vlaanderen' moet volgens Dilissen zo'n denkoefening maken. 'Je komt volgens mij dan uit op dingen als logistiek, e-learning, biotechnologie en digitale tv. Voor dat laatste denk ik aan het project e-VRT. Een schitterend initiatief, dat al veel verder gaat dan enkel de VRT en een ambitieus en omvattend project is geworden. Er zijn veel partners bij betrokken én er werden grote middelen ter beschikking voor gesteld. We hebben bewezen dat we hier goed bezig zijn en moeten dat verder leveragen in de toekomst.'

De overheid kan en moet volgens Dilissen een cruciale rol spelen in de uitbouw van de kenniseconomie. 'Ik hoop dan ook dat de politici mijn boek lezen. Ik heb al met enkele over het onderwerp gesproken. Ze geven me aan de ene kant gelijk, aan de andere kant zien ze de urgentie er niet van in.'

Dilissen wil dat in het nieuwe regeerakkoord na de verkiezingen van 18 mei een hoofdstuk wordt besteed aan de kenniseconomie. 'Bij een paar politici die ik sprak, heb ik grote interesse gemerkt in de materie. Ik hoop dat de nieuwe coalitie dan ook echt concreet werk maakt van een beleid terzake en dat een soort van staatssecretaris voor de kenniseconomie wordt aangesteld. Die man of vrouw moet een visie definiëren, ze uitvoeren én erop geëvalueerd worden.'

Wat kan de overheid concreet doen? 'Vooral intelligent sturen, maar ook concrete initiatieven nemen. Kijk, in de VS had je bijvoorbeeld het project Man on the Moon van de NASA. Het bracht een ongelooflijke dynamiek op gang. De overheid besliste, of je het daar nu mee eens was of niet, dat het belangrijk was dat de Amerikanen als eersten op de maan zouden lopen. Ze zijn daarvoor gegaan, en de economie is er beter van geworden. Een ander voorbeeld in de VS was het openbreken van het telecommonopolie van AT&T. Dat leidde tot een revolutie in de telecommarkt.'

Maar ook in andere landen stelt Dilissen een veel krachtdadiger overheid vast. 'Onze politici zien vaak de noodzaak van een digitale infrastructuur niet in. Ze bouwen liever wegen en bruggen of knippen lintjes. Helemaal anders gaat het eraan toe in bijvoorbeeld Groot-Brittannië, Nederland en de Scandinavische landen.' Dilissen geeft in zijn boek vooral praktijkvoorbeelden uit Denemarken, de thuishaven van de schoonmaakgroep ISS, Dilissens vorige werkgever. 'Denemarken zag op een gegeven moment zijn achterstand in en heeft gereageerd. Vlaanderen moet dat ook doen. Het probleem in Vlaanderen is misschien dat van de remmende voorsprong: we zijn nu eenmaal goed in sommige dingen. Maar wat ontbreekt, is een visie en een sturende overheid.'

De overheid moet volgens Dilissen ook maatregelen nemen om de aanwending van durfkapitaal te stimuleren. 'We sparen meer dan onze buren maar slagen er niet in die middelen om te zetten in een nieuwe economische activiteit. Oké, het verdwijnen van L&H en de hele technologievallei in Ieper heeft misschien voor een zware kater gezorgd, maar dat wil toch niet zeggen dat we het hoofd moeten laten hangen? De overheid kan daar een handje bij helpen, bijvoorbeeld met fiscale stimuli voor investeringen in Vlaamse, vernieuwende projecten.'

Dilissen hoopt dat hij met zijn boek een aanzet geeft tot een brede maatschappelijke discussie over de kenniseconomie. 'We moeten inschatten hoe 2010 er kan uitzien voor Vlaanderen. Volgens de doelstellingen van de Europese raad van Lissabon moeten we in de EU tegen 2010 een werkgelegenheid van 70 procent halen. Voor Vlaanderen betekent dat 300.000 nieuwe banen. We kunnen dat halen, maar dan moeten we onze competitiviteit drastisch verhogen en dan vooral in die sectoren waar we competent zijn en waarvan we geloven dat ze een toekomst hebben. Dat is de uitdaging waar we voor staan.'

Theo Dilissen, Kennis Maken, Uitgeverij Lannoo, 80 blz, 9,95 euro.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud