Wij zijn de 1 procent

Redacteur Beleggen

De Belgische rente nadert 1 procent. Dat moet elk van ons slapeloze nachten bezorgen. Die 1 procent weerspiegelt de reële kans dat we pas halverwege een verloren decennium zitten.

De financiële markten beleefden gisteren een ‘ouderwetse’ verkoopgolf. Aan straffe cijfers geen gebrek. Zo noteert de olieprijs 25 procent onder zijn piek van juni en incasseerde de Bel20 het grootste dagverlies in drie jaar. Maar het onrustwekkendste cijfer is 1 procent. De Belgische tienjaarsrente is in de loop van de zomer exact gehalveerd en luttele basispunten verwijderd van de grens van 1 procent. Duitsland gaat met een tienjaarsrente van 0,75 procent Japan achterna.

Die 1 procent zou ons collectief uit onze slaap moeten houden. Dat lijkt een vreemde stelling. Dankzij die 1 procent kan de overheid haar schulden spotgoedkoop herfinancieren en kunnen Belgen tegen bodemtarieven een woonkrediet afsluiten, wat we ook in groten getale doen. Maar fundamenteel weerspiegelt die ultralage rente de reële kans dat de eurozone nog jaren gebukt zal gaan onder een combinatie van chronisch lage groei en dito inflatie.

De zakenbank JPMorgan, bijvoorbeeld, verwacht dat de Europese Centrale Bank pas ten vroegste in het najaar van 2018 (!) weer aan een renteverhoging kan beginnen te denken. Dat is logisch: op dit ogenblik rateert de ECB spectaculair haar enige doelstelling: een inflatie van ‘minder dan, maar dicht bij’ 2 procent. In de eurozone is de inflatie tot 0,3 procent gezakt.

Centraal bankiers die als leerling-tovenaars de markten voor hun kar proberen spannen, zetten ‘animal spirits’ in werking waar ze nauwelijks greep op hebben

Waarom is de ECB er zo op gebrand ‘een beetje inflatie’ in het leven te roepen? Eenvoudigweg omdat dat, bij gebrek aan groei, de enige manier is om de collectieve berg overheidsschuld in de eurozone, een slordige 9.000 miljard euro, reëel af te toppen. Of denkt er iemand dat de Italiaanse schatkist - een land dat al een decennium wereldkampioen stagnatie is - zonder een scheut inflatie ooit op eigen kracht de 2.000 miljard euro schulden kan aflossen? 

Het moet gezegd: Mario Draghi doet er alles aan om de inflatie en de groei te reanimeren. Begin september suggereerde hij desnoods 1.000 miljard - het equivalent van wat Belgen én Nederlanders in een jaar produceren - in de markten te pompen, ongetwijfeld in de hoop dat een deel van dat geld via een grotere kredietverlening zijn weg vindt naar de reële economie. Begin oktober slikte de voorzitter van de ECB die belofte deels weer in. Terecht. Het risico van die monetaire stimulus is dat het gros van het geld in de financiële markten blijft rondklotsen en daar allerhande zeepbellen helpt opblazen.

Centraal bankiers die als leerling-tovenaars de markten voor hun kar proberen spannen, zetten - Keynes citerend - ‘animal spirits’ in werking waar ze nauwelijks greep op hebben. De rode koerstabellen van gisteren zijn maar een voorproefje. Monetair beleid werkt het beste om een acute crisis te bestrijden, zoals in 2008. Maar bij een chronische crisis, zoals nu, is het gevaarlijk een monetaire turbo te zetten op een economie die volop een schuldencrisis uitzweet. Om de structurele groei op te krikken heb je structurele hervormingen en vooral veel geduld nodig. Dat is geen fijne boodschap, maar wel de enige juiste.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud