Stefaan Michielsen

Dat Europa nu één zwarte lijst heeft van buitenlandse belastingparadijzen is een stap vooruit in de strijd tegen flagrante belastingontwijking. Maar Europa moet ook in eigen huis orde op zaken stellen.

Zeventien landen zijn door de Europese ministers van Financiën gisteren als belastingparadijs gebrandmerkt en op een zwarte lijst gezet. Daarbij de usual suspects zoals Panama,Trinidad & Tobago en Barbados, maar ook eerder verrassende namen als Zuid-Korea en Tunesië.

De lijst is korter dan was verwacht. Een aantal landen is aan het stigma van belastingparadijs ontsnapt door in extremis beloftes te doen voor aanpassingen aan hun fiscale wetgeving.

Bovendien zijn de Europese ministers van Financiën clement geweest in hun beoordeling en hebben een aantal ministers hun best gedaan om sommige namen van de lijst te houden omdat hun regering daar om een of andere reden belang bij had. Die zijn op de ‘grijze’ lijst gezet van landen die nog de kans krijgen te bewijzen dat ze bereid zijn hun medewerking te verlenen aan de Europese strijd tegen belastingontduiking en -ontwijking.

Europa kiest voor de zachte aanpak. In plaats van de landen die het internationale belastingspel naar het Europese oordeel niet helemaal correct spelen keihard aan te pakken, maant Europa de zondaars aan hun leven te beteren. Aan de aanwezigheid op de zwarte lijst zijn amper sancties gekoppeld. Voorlopig blijft het bij ‘name and shame’. Landen die door Europa als belastingparadijs worden gecatalogeerd lopen wel het risico door multinationals gemeden te worden, omdat die hun reputatie niet op het spel willen zetten. En op termijn kan Europa daar wel straffere sancties aan koppelen, zoals de uitsluiting van Europese steunprogramma’s. Al moeten de lidstaten het daarover eerst ook eens worden.

Laat de belastingconcurrentie maar spelen, zolang dat op een faire en transparante manier gebeurt.

Voor sommigen gaat het allemaal niet snel genoeg en treedt Europa onvoldoende doortastend op. Maar er is de voorbije jaren wel degelijk een hele weg afgelegd - onder publieke druk, dat moet gezegd - in de strijd tegen flagrante belastingontwijking met behulp van internationale fiscale constructies. Met het akkoord over deze zwarte lijst is alweer een stap gezet.

Maar al bij al is het niet zo moeilijk voor Europa om een aantal externe landen te blameren en te viseren. Heel wat lastiger is het om de oneerlijke belastingconcurrentie te bannen die de Europese landen elkaar aandoen. Op dat vlak staat er voor de verschillende lidstaten heel wat meer op het spel en zijn ze veel minder bereid om in te binden. De Ierse regering moet, tegen haar zin, 13 miljard euro belastingen vorderen van de Amerikaanse techreus Apple omdat de Europese Commissie de Ierse fiscale gunsten als een vorm van ongeoorloofde staatssteun heeft veroordeeld. Dat is een voorbeeld van hoe de Commissie op een indirecte manier de kwalijke belastingconcurrentie in de Europese Unie probeert aan te pakken, omdat de lidstaten zelf het daarover niet eens kunnen raken.

Er is niks mis mee als landen investeringen en bedrijven proberen aan te trekken met een gunstig fiscaal regime. Maar het is niet oké als dat regime bedrijven helpt om de winsten die ze in andere landen maken onbelast weg te sluizen. Dan wordt de belastingconcurrentie niet alleen oneerlijk, maar zelfs schadelijk. Dát zijn de praktijken die bestreden moeten worden, dáár moeten de belastingparadijzen én de medelidstaten in de Europese Unie op aangesproken worden. En laat voor de rest de belastingconcurrentie maar spelen, zolang dat op een faire en transparante manier gebeurt.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content