Redacteur Politiek

Dat de inkomsten uit kapitaal in 2020 veel harder daalden dan die uit lonen, toont dat het niet het moment is om keihard loonopslag voor iedereen te vragen. Tenzij je wil dat het jobs kost.

De coronacrisis is niet alleen ongenadig omdat ze niemands schuld is, ze is ook ongenadig omdat ze niet iedereen even hard treft. De horeca is nog dicht, terwijl de zware industrie alweer volop draait. Freelancers - vaker laaggeschoolden en jongeren - hebben het zwaarder dan wie met een vast contract werkt. Ook tussen grotere delen van de economie zijn er grote verschillen.

Werknemers zagen hun inkomen als groep vorig jaar met 2,1 procent dalen. Aandeelhouders en zelfstandigen zagen hun inkomen uit kapitaal meer dan drie keer zo hard dalen: met 6,8 procent.

De cijfers brengen perspectief in een wereld waarin we neigen naar de excessen te kijken. De beurs en de bredere wereld van het kapitaal zijn niet te herleiden tot de waanzinnige koersen van Tesla en Amazon. Veel bedrijven zijn aan het bloeden.

Dat perspectief ontbreekt al eens. Vakbonden weigeren te onderhandelen over hoeveel ruimte er is voor opslag, omdat ze 0,4 procent boven op de inflatie een aalmoes vinden. Dat is het op dit moment allerminst, zeker niet voor de groep werknemers als geheel. Net dat laatste is waar de onderhandelingen tussen nationale vakbonden en werkgevers over gaan.

Het toont opnieuw hoe de centrale loononderhandelingen een aberratie aan het worden zijn. In de ene sector is 0,4 procent opslag weinig en wordt dat cijfer omzeild. In de andere drijft het de kosten zo ver op dat werkgevers niet anders kunnen dan aanwervingen uitstellen of mensen ontslaan. Als er te weinig inkomsten zijn, leidt de 'aalmoes' van de ene tot het ontslag van de andere.

Het perspectief wordt ook nuttig zodra de discussie begint over wie de factuur voor de corona-uitgaven zal oprapen, evenals de factuur voor de stijgende overheidsuitgaven door de opslag in de zorgsector. De Nederlandse verkiezingsstrijd gunt waarnemers een interessante blik in de toekomst: de discussie die bij onze noorderburen is gestart, volgt later bij ons.

Wat blijkt? De doorrekening die het Centraal Planbureau van de verkiezingsprogramma's deed, leert dat iedere partij de belastingen op bedrijven wil verhogen. Ook de liberale VVD van premier Mark Rutte, al blijven haar fiscale plannen vrij bescheiden tegenover die van de andere partijen.

Op een bepaald moment worden offers gevraagd voor de factuur van een crisis. En ze zullen pijn doen, want die crisis was niemands schuld.

Deels is het de logica van een verkiezingscampagne. Bedrijven stemmen niet, net zoals de generatie die binnen dertig jaar de schulden van vandaag moet aflossen. Verkiezingsprogramma's durven daardoor al eens de nadruk te leggen op bedrijfsbelastingen en begrotingstekorten.

Het wordt een belangrijke politieke discussie, al lijkt ze in België en Vlaanderen amper begonnen. De Vlaamse regering plant weliswaar een 'spending review', die meer dan zinvol is en overbodige uitgaven kan laten schrappen. Het relanceplan kan tot investeringen leiden die de economische groei verhogen, en op die manier vrij pijnloos de facturen laten betalen.

Maar niets wijst erop dat we daarmee het doel makkelijk bereiken. Op een bepaald moment zullen offers gevraagd worden voor de factuur van een crisis. En ze zullen pijn doen, want die crisis was niemands schuld.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud