Hoofdredacteur

Er is verrassend veel werk. Nu nog de drive om mensen die kunnen werken ook effectief aan de slag te krijgen.

Uitzendkantoren die echtgenotes van Poolse arbeiders laten overkomen om te poetsen, bedrijven die hoge startpremies uitdelen of de gekste charmeoffensieven ondernemen om toch maar aan werkvolk te geraken. Veel sneller dan gedacht is de krapte op de arbeidsmarkt van voor de coronacrisis helemaal terug. Met 33.000 stuks kreeg de VDAB nog nooit zoveel vacatures binnen als in juni.

Voor een deel is dat goed nieuws. Bedrijven zijn verrast door de snelheid waarmee de economie opveert naarmate de pandemie uitdooft. Iedereen had een herstel verwacht. Weinigen zagen aankomen dat de motor zo snel zo hard zou draaien. Bedrijven investeren meer, consumenten laten het geld sneller rollen. De combinatie van wegvallende coronarestricties en goedkoop geld leidt tot een economie die stilaan roodgloeiend staat. Een deel van de krapte is perfect normaal.

Maar het tekort aan mensen wringt ook. In de eerste plaats omdat het een rem zet op het herstel, omdat het ondernemers met ideeën weerhoudt om die ook in de praktijk te brengen. Restaurants draaien minder shifts omdat ze geen mensen voor in de keuken of de zaal vinden. Bouwbedrijven kunnen minder werk aannemen, want wie wil nog schilderen of pleisteren? En waar vindt de IT-sector alle whizzkids om de digitale versnelling door de pandemie vast te pakken?

Tegenover de enorme massa openstaande vacatures staat een enorme massa inactieven, een oud Belgisch zeer.

Wat vooral wringt, is dat er handen in overvloed zijn om dat werk aan te pakken. Tegenover de enorme massa openstaande vacatures staat een enorme massa inactieven, een oud Belgisch zeer. Meer dan 100.000 mensen zitten bovendien nog altijd in de tijdelijke werkloosheid. Dat systeem heeft goed gewerkt om de sociale impact van de coronacrisis te temperen. Maar vandaag verlamt het voor een deel de markt. Een deel van de tijdelijk werklozen zit gevangen in jobs die niet terugkomen.

Hetzelfde geldt voor de wirwar aan andere steunmaatregelen die een rem zetten op het aantal faillissementen. Ze kwamen er om goede redenen, maar vandaag houden ze mee bedrijven overeind die op lange termijn niet levensvatbaar zijn. Dat die toch blijven leven, verstoort de concurrentie voor bedrijven die wel structureel gezond zijn en het zet opnieuw mensen vast die beter elders aan de slag zouden gaan.

Het wringt nog meer dat de mensen waarvan de carrière in de diepvries zit in de tussentijd zo weinig worden opgeleid of bijgeschoold. Vakbonden en werkgevers hebben daar allebei boter op het hoofd. De bonden vinden tijdelijke werkloosheid een absoluut recht. De werkgevers zijn bang dat ze hun opgeleide werknemers zullen kwijtraken aan andere sectoren, net door hun capaciteiten op te krikken.

De Belgische arbeidsmarkt smeekte voor de pandemie al om maatregelen om minder star te worden en om vraag en aanbod beter te matchen. De Vlaamse en de federale regering schoten met duidelijke intenties uit de startblokken om daaraan iets te doen. Welaan, aan de slag!

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud