De Wetstraat lijkt almaar meer op absurd theater, waarbij de verkeerde mensen de scène verlaten en het enige wat moet gebeuren niet gebeurt.

Theaterschrijver Eugène Ionesco schreef meer dan halve eeuw geleden het toneelstuk ‘De koning sterft’. Daarin stort een koninkrijk ineen. Een voor een verdwijnen alle personages en objecten van het podium. Op het einde blijven de koning en zijn vrouw alleen achter, blind en sprakeloos. Daarna valt het doek.

Het is moeilijk niet aan het toneelstuk te denken als je de Belgische politiek sinds 26 mei overschouwt. De premier is op weg naar de uitgang, net als de minister van Buitenlandse Zaken. Van de drie vicepremiers van 26 mei is er nog één op post. Bij de belangrijke overheidsbedrijven stapt zowel Koen Van Gerven van Bpost als Dominique Leroy van Proximus op.

Het is des te surrealistischer omdat de mensen van wie je zou denken dat ze opstappen na desastreuze verkiezingen blijven zitten: de partijvoorzitters. In 2010 was Marianne Thyssen twee weken na de verkiezingen al weg als voorzitster van CD&V. In 2009 kondigde Bart Somers op de verkiezingsavond zijn ontslag al aan als voorzitter van Open VLD, waarna Guy Verhofstadt meteen ad interim overnam.

Misschien wel de markantste nieuwigheid in de Wet straat sinds 26 mei is de traagheid.

Terwijl op 26 mei geen enkele partij tevreden kon zijn over de uitslag, op de PVDA en het Vlaams Belang na, zitten nog alle voorzitters op hun stoel. Bij Groen is Meyrem Almaci, ondanks de historische kans die ze miste op 26 mei, kandidaat om zichzelf op te volgen. Bij de christendemocraten, de liberalen en de socialisten zitten ze met hun hoofd wel bij voorzittersverkiezingen, maar is nog geen datum geprikt.

Misschien wel de markantste nieuwigheid in de Wetstraat sinds 26 mei is de traagheid. Begin deze week overschreden we de mythische honderd dagen die Jean-Luc Dehaene ooit vroeg aan koning Boudewijn om een federale regering te vormen. Twee koningen later hebben we in die honderd dagen zelfs geen Vlaamse of Waalse regering.

Slechts heel voorzichtig keert het tij. Bart Tommelein gaf deze week met zijn kandidatuur het officieuze startschot voor de voorzittersverkiezingen bij de liberalen. Meteen barstte de discussie los over het ideologisch DNA van de partij en haar bijbehorende toekomst. Bij CD&V woedt binnenskamers dezelfde discussie, al is het maar omdat politici met heel verschillende profielen over de tongen gaan als kandidaat-voorzitter. Van minister van Justitie Koen Geens tot jongerenvoorzitter Sammy Mahdi of vertegenwoordigers van de teloorgegane rechtervleugel zoals Hendrik Bogaert.

Al die absurditeit mag stilaan stoppen. Het zou goed zijn mochten de partijen weer beslissen wie ze zijn. Het zou goed zijn mochten de Waalse en Vlaamse regering er komen, zodat ook daar wat rust terugkeert. En wie weet slagen informateurs Didier Reynders en Johan Vande Lanotte er daarna alsnog in de N-VA en de PS aan tafel te krijgen. En kan het echte werk beginnen.

Lees verder

Tijd Connect