Bart Haeck

Hopelijk is het brexitnoodplan dat de Britse regering donderdag voorstelde een signaal dat de realiteitszin terug is. Maar zeker is het niet.

Er resten nog acht weken tot aan de Europese top van 18 oktober, waarop de Britse regering en de EU27 verwacht worden hun handtekening onder een brexitdeal te zetten. De maanden daarna moet die deal groen licht krijgen in de parlementen in Brussel en Londen, zodat het Verenigd Koninkrijk eind maart 2019 de EU begint te verlaten.

Deze week zitten de onderhandelaars opnieuw bijeen. Michel Barnier, de brexitman van de Europese Commissie, en de Britse brexitminister Dominic Raab lieten al verstaan dat ze vanaf nu non-stop onderhandelen.

Tegenover begin deze zomer zijn een paar dingen veranderd. Boris Johnson en David Davis zijn verdwenen uit de Britse regering, waardoor de ploeg van premier Theresa May in theorie slagkrachtiger en eendrachtiger zou moeten onderhandelen. Al toonde een stemming in het Britse parlement onlangs dat de schermutselingen in Londen niet zijn verdwenen.

De tweede verandering is dat de Britse regering nu publiekelijk spreekt over het scenario dat er misschien geen deal komt tegen 29 maart. Donderdag werd het noodplan voor dat scenario voorgesteld. Farmabedrijven wordt gevraagd zes weken extra voorraad aan medicijnen op te bouwen. Automobilisten en truckers worden gewaarschuwd voor verkeersopstoppingen rond de havens en de kanaaltunnel. Gezinnen worden voorbereid op hogere kosten voor het betaalverkeer met EU-landen. Kmo’s krijgen de aanbeveling een specialist in douaneformaliteiten aan te werven. Banken worden erop attent gemaakt dat ze niet zomaar vanuit Londen hun business in Ierland en het Europese vasteland kunnen voortzetten. Bovendien hebben ook gepensioneerde Britten die in Zuid-Europa wonen reden om zich zorgen te maken.

Sommigen zien in het brexitnoodplan een strategie om te kunnen wegwandelen van een slechte deal.

Sommigen zien in dat document een begin van een realitycheck. Sommigen zien er net een strategie in om te kunnen wegwandelen van een slechte deal. Nog anderen beschouwen het als een manier om de Britse brexitkiezers schrik aan te jagen en het pad te effenen voor een vlotte goedkeuring van een eventuele deal in het parlement.

Het punt blijft dat het moeilijk is om optimistisch te zijn over de gesprekken. Er is deze zomer inhoudelijk geen vooruitgang geboekt. Op de cruciale vragen is er in de verste verte geen antwoord, omdat Londen nog altijd niet weet wat het wil.

De eerste cruciale vraag is hoe je een douane-unie kan invoeren die internationale handel toelaat, zonder de belofte in te slikken dat het Verenigd Koninkrijk de controle over zijn politiek beleid herovert en dus ook zijn eigen handelsakkoorden kan sluiten. Voor dat laatste heeft het VK een douanegrens met de EU27 nodig, voor het eerste mag er geen zijn.

De tweede vraag is een variant daarop, maar dan nog lastiger: hoe kan je vermijden dat er tussen Noord-Ierland en Ierland een grens herrijst die spanningen op het Ierse eiland veroorzaakt? Opnieuw ligt de oplossing in doen alsof het VK de EU niet verlaat en geen grens invoeren, maar onder het motto ‘take back control’ heeft Londen die grens net nodig.

Het valt te hopen dat het noodplan van donderdag geen tactisch maneuver in de onderhandelingen is, maar een signaal dat de Britse regering beseft dat ze knopen moet doorhakken. Een harde brexit is niet alleen voor het VK de slechtste oplossing, maar ook voor de Vlaamse economie, die leeft van internationale handel.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content