De federale formatie is verworden tot een trage afvallingsrace, met als einddoel het pragmatische midden van de Belgische politiek.

Er zijn vele manieren om beslissingen te nemen. Een ervan is het oplijsten van wat je het liefste zou doen. Een andere is afvinken wat echt niet kan, om daarna met enige afschuw te zien wat overblijft en het met lange tanden te aanvaarden. De federale formatiegesprekken, die nu ruim drie maanden bezig zijn, verlopen volgens die laatste methode.

Maandag brachten de informateurs Johan Vande Lanotte (sp.a) en Didier Reynders (MR) voor de zesde keer verslag uit bij koning Filip. Nadat ze eerder al hadden gemeld dat de extreemlinkse PVDA onverteerbaar was voor een meerderheid van de partijen, hetzelfde gold voor het Vlaams Belang, het cdH zichzelf in de oppositie zette, Ecolo niet aan tafel wou met de N-VA en uiteindelijk Groen ook in deze haar lot aan dat van Ecolo verbond, zitten ze nu nog met zes aan tafel: de Vlaamse en de Waalse socialisten, de Vlaamse en de Waalse liberalen, CD&V en de N-VA.

Tergend langzaam

Vanop afstand bekeken is het een afvallingsrace die steek houdt. De winnaars van de verkiezingen - extreemlinks, groen en extreemrechts - hebben de thema’s bepaald die ertoe doen: koopkracht, klimaat en migratie. Maar de oplossingen moeten vanuit het pragmatische midden komen.

Dat is wat nu tergend langzaam gebeurt. Al wie in Franstalig België even links of linkser is dan de grootste partij - de PS - is er afgereden. In Vlaanderen is hetzelfde gebeurd met de ene partij die rechtser is dan de N-VA. Langzaam gaan we naar het Belgische midden.

De vraag rijst of vanuit dat zelf vertrouwen in de deelstaten in het federale België nog een midden is dat groot genoeg is om ambitieus te besturen.

Maar we zijn er nog niet. Ten eerste omdat mathematisch nog een Vlaamse partij te veel aan tafel zit: Open VLD, CD&V of de sp.a. De symmetrie met de Vlaamse regering suggereert dat de sp.a moet afvallen. De logica van federale politieke families zegt dat CD&V moet afvallen. Dat wordt de nieuwe etappe.

De vraagt wordt vervolgens niet wie de volgende afvaller is, maar hoeveel ambitie overblijft. Het is namelijk één ding om het doel helder te stellen, zoals de nieuwe Waalse regering maandag. Die mikt op een werkzaamheidsgraad van 5 procent meer en een begroting in evenwicht. Het zijn terechte en nodige doelen, maar het is onduidelijk hoe ver de regering wil gaan om ze te bereiken.

Grotesk

Het was overigens uitgerekend de aftredende Zweedse coalitie die leerde dat het moeilijk is ambitie in te lossen. De regering-Michel leverde op veel vlakken uitstekend werk, maar liet op begroting een immense steek vallen.

Dat de premier in lopende zaken uitgerekend afgelopen weekend zei dat hij ‘woedend’ is over het gat in de begroting van 13 miljard euro was grotesk. Het was in de eerste plaats zijn verantwoordelijkheid, net zoals dat van MR-minister van Begroting Sophie Wilmès, die straks misschien premier ad interim wordt.

De weg is dus nog lang en lastig, maar het stof daalt langzaam neer. De PS heeft de door haar gewilde progressieve coalitie in Brussel en met het mathematisch overbodige Ecolo erbij ook in Wallonië. Vlaanderen maakt zich op voor een heruitgave van de Zweedse coalitie, die nog altijd een mooie meerderheid overhield.

De vraag rijst of vanuit dat zelfvertrouwen in de deelstaten in het federale België nog een midden is dat groot genoeg is om ambitieus te besturen. Niemand lijkt het te weten, maar door af te vinken wat niet werkt, zullen we ontdekken wat overblijft.

Lees verder

Tijd Connect