Akkoord Stabiliteitspact binnen handbereik

(tijd) - De Europese ministers van Financiën krijgen zondag een compromisvoorstel in handen over de versoepeling van de Europese begrotingsnormen, zoals vastgelegd in het Stabiliteitspact. Een definitief akkoord over een soepeler pact lijkt binnen handbereik, al blijft een extra ministerraad aan de vooravond van de Europese top tot de mogelijkheden behoren.

Het Europese Stabiliteitspact verplicht de EU-landen hun begrotingstekort onder 3 procent van het bruto binnenlands product (BBP) te houden, op straffe van sancties. Het pact kwam de jongste jaren onder vuur omdat het te strikt wordt toegepast en te weinig rekening houdt de economische situatie. Daarom onderhandelen de EU-landen al maanden over een versoepeling.

Tijdens de jongste vergaderingen van de Europese ministers van Financiën is al grote vooruitgang geboekt. Maandagavond wil Jean-Claude Juncker, de Luxemburgse premier en voorzitter van de eurogroep, de laatste knopen doorhakken. Juncker laat niets aan toeval over. Hij roept de ministers twee uur vroeger dan gewoonlijk bijeen om tot de finish te kunnen onderhandelen.

De finale onderhandelingen gebeuren op basis van een compromisvoorstel dat Juncker zondagavon rondstuurt. Het document is grondig doorgesproken met de Europese Commissie. De grote lijnen van dat compromisvoorstel werden de jongste weken al duidelijk.

Aan de normen van 3 procent van het BBP voor het begrotingstekort en van 60 procent van het BBP voor de staatsschuld wordt niet geraakt. Er komt wel een ruimere definitie van 'uitzonderlijke omstandigheden' die een hoger tekort toelaten.

Europa gaat ook soepeler optreden wanneer een land een tekort van meer dan 3 procent heeft. Regeringen krijgen onder bepaalde voorwaarden meer tijd dan één jaar om hun deficit weer onder de 3 procent te krijgen. Dat is het geval bij aanhoudend lage groei of bij ingrijpende structurele hervormingen, zoals van het pensioenstelsel of de gezondheidszorg.

Het pact gaat ook meer rekening houden met de economische en financiële situatie van een land. Landen met een hoge groei en een lage schuld moeten niet langer streven naar een begrotingsevenwicht op middellange termijn; landen met een hoge schuld en lage groei moeten dat wel nog. Wanneer een land een tekort heeft, moet dat met gemiddeld 0,5 procentpunt per jaar afgebouwd worden. Bij grote hervormingen mag dat ritme wat lager liggen.

Tijdens hun vorige vergadering lieten zowat alle ministers van Financiën zich optimistisch uit over de kans op een akkoord volgende week. Maar toch blijven enkele heikele punten op tafel liggen. En uitgerekend Frankrijk en Duitsland, de twee zwaargewichten van de eurozone, liggen dwars.

Juncker en het Europese commissielid voor Economische Zaken, Joaquin Almunia, willen dat de Commissie de bevoegdheid behoudt om een procedure te starten wanneer een begrotingstekort boven de 3 procent uitstijgt. Duitsland en Frankrijk willen die beslissing 'politieker' maken en in handen leggen van de ministers van Financiën.

Parijs en Berlijn willen ook dat sommige uitgaven als verzachtende omstandigheid ingeroepen kunnen worden voor een te hoog tekort. Duitsland denkt aan de kosten van de hereniging; Frankrijk aan uitgaven voor defensie, ontwikkelingshulp, onderzoek,...

Als er maandag of dinsdag geen akkoord komt, roept Juncker waarschijnlijk een extra ministerraad bijeen aan de vooravond van de Europese top van 22 en 23 maart. Volgens ingewijden is een dergelijke extra ministerraad zelfs aangewezen. Want dan blijft er voor de Franse president, Jacques Chirac, en de Duitse bondskanselier, Gerhard Schröder, beiden pleitbezorgers van soepeler begrotingsnormen, minder tijd over om het compromis van de ministers van Financiën te ontmantelen.

Jim LANNOO

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud