Als 1 miljoen gezinnen een sociaal energietarief nodig hebben, zit er iets scheef in het beleid

Redacteur Politiek

Als 1 miljoen gezinnen in België een sociaal tarief voor energie nodig hebben, zit er iets scheef in het sociaal beleid én het energiebeleid.

Als de energieprijs stijgt, neemt de temperatuur in de Wetstraat toe. Johan Vande Lanotte (sp.a) was ooit zo beducht voor hogere elektriciteitsprijzen dat hij ze als vicepremier in de regering-Di Rupo bevroor en de btw erop werd verlaagd. Premier Charles Michel (MR) verslikte zich in zijn beslissing die btw te verhogen, waarna er ondanks de stijgende gezinsinkomens een betoging voor meer koopkracht door de Brusselse straten liep.

In de verkiezingscampagne van 2019 beloofden zowat alle partijen lagere elektriciteitsrekeningen, vaak door heffingen uit de facturen te zullen schrappen. Toen de coronacrisis toesloeg, betaalde de Vlaamse regering een maand de energiefactuur van wie - zelfs maar heel even - tijdelijk werkloos was. En de federale regering breidde het systeem van sociale-energietarieven uit naar 1 miljoen gezinnen.

Federaal minister van Energie Tinne Van der Straeten (Groen), die al herhaaldelijk aankondigde dat de factuur zal dalen, maakte dinsdag duidelijk dat ze die brede toepassing van de sociale tarieven wil behouden.

Het klinkt sympathiek, maar verdient helaas kritiek. Een eerste reden is dat de manier waarop de overheid de coronaschok opving, moet voldoen aan de drie t's van crisisbeleid: tijdig, tijdelijk en targetgericht. De tijdigheid zat goed, de doelmatigheid doorgaans ook, maar de tijdelijkheid mag nu stilaan stoppen. De Belgische overheid stevent dit jaar af op een tekort van 34 miljard euro. Ook financiën moeten duurzaam zijn.

Minister Van der Straetens aankondiging de sociale tarieven te behouden klinkt sympathiek, maar verdient helaas kritiek.

Uiteraard mag dat geen reden zijn de strijd tegen armoede - en energiearmoede in het bijzonder - te stoppen. Maar in een goed draaiende welvaartsstaat gaat dat op een andere manier.

Door progressieve tarieven betalen burgers met een hoog inkomen ook procentueel meer belastingen dan wie weinig verdient. Dat gebeurt ook: volgens data van Statbel betalen de 10 procent Belgen met de hoogste belastbare inkomsten 47 procent van de fiscale opbrengsten voor de overheid.

De herverdeling loopt vervolgens verder via de sociale zekerheid. Ook die is niet min. De sociale uitgaven vormen in ons land de helft van de overheidsuitgaven. In de hele economie is 1 euro op de 4 een sociale uitgave: in 2019 ging het volgens data van de Nationale Bank om 117 miljard euro.

Ook het energiebeleid verdient beter. Als we Belgen willen ontmoedigen veel energie te verbruiken, is een btw een goede maatregel. Wie spaarzaam omgaat met energie, betaalt minder belastingen. Tegelijk zijn te veel andere heffingen op de energierekening beland, waardoor de facturen zijn uitgegroeid tot een tweede belastingbrief.

Het zou niet slecht zijn al die doelen nog eens scherp te stellen: voer het sociaal beleid via de sociale zekerheid. Voer het energiebeleid via de energiefactuur. Als plots 1 miljoen gezinnen een sociale correctie op die factuur nodig hebben, zit het scheef met allebei.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud