Rekeningrijden toont waar de grotere knoop van het klimaatbeleid ligt: qua milieubeleid moet alles anders, maar qua koopkracht wil niemand dat er ook maar iets verandert.

‘Het kan niet de bedoeling zijn dat mensen die met de auto naar het werk rijden, daarvoor meer zullen moeten betalen. Ook niet als die in een uithoek van Vlaanderen wonen’, zei N-VA-voorzitter Bart De Wever afgelopen weekend. Hij reageerde daarmee op een studie over rekeningrijden waarvan vorige week al details uitlekten in De Tijd.

Open VLD-voorzitster Gwendolyn Rutten herhaalde dat voor de liberalen de belastingen op auto’s niet mogen stijgen door het invoeren van rekeningrijden.

Het is veelzeggend dat de twee voorzitters reageerden op een studie van de administratie van de Vlaamse overheid die nog geen enkele politieke steun kreeg. Het toont enerzijds hoe gevoelig het ligt om in alles wat milieu-, klimaat-, of mobiliteitsbeleid maar de minste suggestie te geven dat iemand ergens op een bepaald moment koopkracht zal verliezen.

Uiteraard is iedereen het daar mee eens. Maar het is pas als na de slogans en de grote principes de cijfers op tafel komen, dat de moeilijkheden beginnen. Want zelfs als de Vlaamse overheid na 26 mei een systeem uitdoktert waarin de opbrengst van rekeningrijden voor de overheid even hoog is als de autobelastingen vandaag, zal dat niet voor iedereen zo zijn.

En dan gaat iets simpels als rekeningrijden plots over alles. Betekent het dat we de belastingen op auto rijden gaan afwentelen op iedereen die werkt en in veel gevallen wel moet in de file staan? Het punt is namelijk dat niemand ook nu al voor het plezier in de file staat en desondanks de files lang zijn. Dat komt door een doorgaans ondermaats openbaar vervoer en een traditie van lintbebouwing. Beide problemen – zowel de NMBS als ruimtelijke ordening – zijn niet op enkele jaren op te lossen. Veel mensen zullen dus in de file blijven staan.

Iedereen is het er over eens dat de files korter moeten. De discussie begint als de vraag op tafel komt wié dan uit die file moet verdwijnen. En wie ervoor moet betalen.

Betekent dat vervolgens dat we de kost voor thuisverpleging – of andere beroepen die heel veel rond rijden – zullen doorrekenen aan patiënten? Betekent het dat we een nieuwe werkloosheidsval invoeren, omdat we mensen met een job verplichten zich in de spits te verplaatsen?

Of gaan we de woonwerkkosten – belastingen inbegrepen – fiscaal aftrekbaar maken als beroepskosten? Waardoor we het hele idee van rekeningrijden – mensen doen betalen als ze in de spits rijden – ondergraven?

Nog gevoeliger worden de vakantiefiles. Willen we dat het elitair wordt om naar de zee te rijden? Of mag iedereen dat blijven doen, ook wie weinig geld heeft?

Het toont hoe moeilijk dit soort discussies zijn. Iedereen is het er over eens dat de files korter moeten. De discussie begint als de vraag op tafel komt wié dan uit die file moet verdwijnen. En wie ervoor moet betalen.

De discussie over rekeningrijden is maar een miniatuurtje in het grotere debat over de strijd tegen klimaatverandering, maar ze legt wel pijnlijk uit hoe moeilijk dit wordt. Onder het hele klimaatvraagstuk ligt namelijk een discussie over verdeling van de lasten.

In de partijhoofdkwartieren beseffen ze dat. Afgelopen weekend legde PS-voorzitter Elio Di Rupo nog uit wat de socialistische manier op ecologie inhoudt: iedereen moet mee kunnen. Er mag geen tweedeling ontstaan tussen zij die geld hebben om groener te leven en zij die dat geld niet hebben. N-VA-voorzitter Bart De Wever merkte dan weer op dat de lasten op de te kleine groep in België die werkt, echt niet kan stijgen. Beiden hebben een legitiem punt, maar het is niet duidelijk hoe je beide punten kan verzoenen én de files oplossen.

Ziedaar de echte knoop van het klimaatbeleid: qua milieubeleid moét het anders. Qua koopkracht mag het voor niemand anders. Misschien is het niet verwonderlijk dat politici niet graag op de details van klimaatbeleid ingaan.

Lees verder

Gesponsorde inhoud