Arcelor is makkelijkste prooi

(tijd) - Arcelor is van alle grote staalbedrijven de makkelijkste prooi voor Mittal. Zowel technisch als financieel. Als Arcelor niet gauw een wit konijn uit zijn hoed tovert, zal het vijandige bod ongetwijfeld heel vlug uitdraaien op een 'vriendelijk' bod, hoor je in staalkringen. Een gifpil uitbrengen via een kapitaalverhoging bij bevriende partners om het bod van Mittal te blokkeren, heeft volgens analisten weinig slaagkans.

Arcelor-topman Guy Dollé weert zich als een duivel in een wijwatervat om zijn Arcelor los te weken uit het vijandige bod van concurrent Mittal. Gisteren ging hij zijn zaak bepleiten bij de Belgische overheden. Het Waals Gewest heeft een belang van 2,4 procent.

Dollé tracht zoveel mogelijk 'bevriende partijen' te vinden die hem kunnen helpen om het bod van Mittal te blokkeren. Een grote witte ridder vinden is onmogelijk. Dat liet hij vorige week al uitschijnen. Maar een alliantie met een kleine sectorgenoot in een industrieel project in ruil voor een klein belang in Arcelor ziet hij wel zitten. Wat die kleine-witte-ridderconstructie inhoudt, is niet duidelijk.

'Arcelor kan zonder het aan de aandeelhouders te vragen zijn kapitaal met circa 10 procent verhogen', zegt Peter Van Assche, analist van Dexia. 'Vraag is tegen welke prijs je die aandelen uitgeeft en hoe je daarmee het bod blokkeert. 81 procent van de aandelen is vrij verhandelbaar. De grootste aandeelhouder is Luxemburg met 5,6 procent.'

Nippon Steel komt in geen geval te hulp. Dat bevestigde de Japanse staalgroep gisteren. Arcelor en Nippon hebben al jaren een heel goede relatie. Veel waarnemers hadden verwacht dat die zou uitgroeien tot een fusie. Maar Nippon was niet tuk op een fusie. Het was bang om te veel macht te verliezen. Er was ook de invloed van de overheid. Het Nippon-aandeel was voorts te duur. Voor Arcelor betekende een fusie via aandelenruil een te groot verlies aan aandeelhouderswaarde. De fusie zou vooral de Nippon-aandeelhouder ten goede komen. Dat wou Arcelor niet.

Arcelor is voor Mittal in dat opzicht een veel makkelijker prooi dan bijvoorbeeld Nippon Steel of die andere Japanner, JFE. Zowel technisch als financieel. De grote free float maakte het een vogel voor de kat en Mittal hoeft er niet eens veel cash voor neer te tellen. Het Indiase bedrijf betaalt met eigen aandelen. Die zijn hoog dankzij de hoogconjunctuur in de staalsector. Maar eigenlijk stelt dat niet veel voor. Want door de heel lage free float is het aandeel heel volatiel. Het extra stukje cash dat Mittal betaalt, is niet veel meer dan de jaarlijkse cashflow van Arcelor.

Analisten lieten al horen dat het bod 'niet genereus' is. Zeker als men de overnameprijs van Dofasco bekijkt. Arcelor betaalde per geproduceerde ton bijna dubbel zo veel. Dat Mittal bereid is de Canadese staalproducent voor een lagere prijs door te schuiven aan ThyssenKrupp, is voor Arcelor natuurlijk een slag in het gezicht. Te duur gekocht, is de boodschap. Maar duur is een relatief begrip. Drie jaar geleden had men het bod van Mittal ongetwijfeld goed genoemd. Maar toen was staal niet zo 'hot'. En Mittal niet zo groot.

Dat Arcelor zich liet verrassen door een vijandig bod is op zich verrassend. Naar verluidt was de top al een tijd op zoek naar betere 'bescherming'. Daar zijn echter middelen voor nodig en Arcelor heeft juist zijn kas leeggemaakt voor overnames. Arcelor is er te lang van uitgegaan dat het als een van de 'consolidators' van de staalmarkt zou overblijven. Het was een van de vijf grote wereldspelers. Het stond er te weinig bij stil dat het zelf opgeslorpt kon worden.

Het bod van Mittal is misschien laag, maar de timing is perfect. Chapeau wat hij doet, hoor je ook in staalkringen die niet tot het Mittal-kamp behoren. De complementariteit, zowel geografisch als productmatig, tussen de twee groepen is bekend. Arcelor is bovendien nog een sterke staaltrader, Mittal heeft zijn eigen ijzerertsmijnen. Die verticale integratie heeft ongetwijfeld bijgedragen tot de sterke groei van het Indiase bedrijf. Terwijl concurrenten zoals Arcelor hun mijnen verkochten, deed Mittal juist het tegenovergestelde. Als de prijzen van grondstoffen pieken, vaar je daar wel bij. Arcelor koos, zoals de boekjes het voorschrijven, voor de corebusiness, Mittal niet. Op lange termijn zou Arcelor wel gelijk hebben gehad. Maar in de huidige hoogconjunctuur is Mittal de winnaar. Mittal wordt vaak getypeerd als een uit het niets schietend groeibedrijf dat groot is geworden via het opkopen en saneren van slechtdraaiende bedrijven, maar de winst en het eigen vermogen mogen er zijn.

Als Mittal het haalt, is dat maar een eerste stap in een grotere consolidatiegolf. De grootste tien staalbedrijven hebben nu maar 30 procent van de wereldmarkt. Om de markt in de hand te houden is minstens 50 procent nodig. In de ijzerertssector hebben vier grote spelers 80 procent van de markt. Dat is volgens waarnemers in de staalsector uitgesloten.

Veel zal afhangen van China. Als de groei daar 'stokt' op 5 à 6 procent, zal China zich genoodzaakt zien zelf staal te exporteren. Met staal verdien je enkel je boterham als je volle bak produceert. Dat kan een zware impact hebben op de prijzen van de gewone staalproducten en op de winsten van veel Europese staalgroepen. Hoewel klanten uit de automobielsector, die hoogwaardig staal willen, uiteraard minder vlug de shift zullen maken naar Chinese leveranciers. Een transcontinentale fusie lijkt nochtans een logische volgende stap in de consolidatie van de staalsector. Op macroschaal lijkt de fusie Mittal/Arcelor een goede deal, hoor je overal, maar een fusie van die omvang kan altijd struikelen over details. Over cultuurverschillen bijvoorbeeld.Marc DE ROO

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud