<B>Commentaar:</B> Als Osama kon stemmen

Als we de peilingen mogen geloven, gaan George W. Bush en John F. Kerry nek aan nek de verkiezingsdag in. Ook een ultieme videoboodschap van Osama Bin Laden heeft daar niets aan kunnen veranderen. Op het Republikeinse hoofdkwartier klonk waarschijnlijk stil gejubel toen de 'volksvijand nummer één' op het scherm verscheen. Bush en Bin Laden zijn doodsvijanden. Maar tot op zekere hoogte zijn de twee nu ook elkaars objectieve bondgenoten. Beiden kunnen de andere goed gebruiken om de eigen achterban te mobiliseren tegen de 'krachten van het kwade'.

Bush heeft zijn campagne gebouwd op zijn reputatie als verbeten bestrijder van het wereldterrorisme. Die strategie bleek ook vrij goed te werken. Ondanks het feit dat Bin Laden nog altijd op vrije voeten is, gelooft een meerderheid van de Amerikanen toch dat de huidige president hen beter tegen nieuwe aanslagen kan beschermen dan Kerry.

Hoogstwaarschijnlijk hopen Bin Laden en zijn volgelingen dat Bush het haalt. Met zijn inval in Irak en zijn onbezonnen uitspraken over een 'kruistocht' in het Midden-Oosten heeft de zittende president zich gehaat gemaakt in de hele Arabische wereld. Met een Bush in het Witte Huis heeft Al Qaeda geen eigen propagandadienst nodig. Het Amerikaanse leger zorgt wel voor de rekrutering.

Op zijn vroegst vannacht zal blijken wie de nieuwe president van de Verenigde Staten wordt. Waarschijnlijk is nog nooit eerder een Amerikaanse verkiezingsstrijd met zoveel spanning door de rest van de wereld gevolgd. Als die rest kon meestemmen, lag de uitslag nu al vast. Kerry zou met vele lengtes voorsprong verkozen worden.

Heel wat analisten hebben al getracht die hevige gevoelens wat te temperen. Ook onder Kerry zullen de 'fundamentals' van de Amerikaanse buitenlandse politiek dezelfde blijven, luidt het. Ook de Democraat kan het zich niet veroorloven om zomaar op de loop te gaan in Irak. Hij zal met minstens evenveel vuur het economische eigenbelang van de VS moeten verdedigen. En ook hij zal niet kunnen verhinderen dat Europa en de VS langzaam maar zeker uit elkaar drijven.

Die vaststellingen zijn allemaal correct. Maar zelfs een scheiding kan op heel wat manieren voltrokken worden. De afgelopen vier jaar lagen de VS voortdurend op ramkoers met bijna de hele rest van de wereld. Voor de neoconservatieven die onder Bush aan de touwtjes trokken was dat geen probleem. Zij gingen ervan uit dat het vaak meer oplevert gevreesd dan geliefd te zijn. Met een Kerry kan ten minste gehoopt worden dat brute machtspolitiek een iets minder prominente rol gaat spelen in de internationale diplomatieke betrekkingen.

Sommige waarnemers hopen dat ook Bush zijn les geleerd heeft en dat hij in een tweede ambtstermijn iets minder hard van stapel zal lopen. Het kan zijn. Maar zijn campagne geeft toch maar weinig reden om op zo'n bekering te hopen.

Ivan Broeckmeyer

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud