<B>Commentaar:</B>Het energie-imbroglio

Europa heeft zijn lidstaten de jongste jaren op bijna alle domeinen van de economie gedwongen te liberaliseren, in openbaar vervoer, telecommunicatie, logistiek en nu ook in energie. Dat beleid heeft zeker voor telecommunicatie al tot aanzienlijk lagere prijzen geleid. Dat was uiteindelijk ook de bedoeling. Ook voor energie wil de EU dezelfde stappen doen, maar dat stuit nu plots op een protectionistische reflex in steeds meer landen.

Frankrijk stak het vuur aan de lont door het bod van Enel op Electrabel van Suez te dwarsbomen via een opgezette fusieoperatie tussen Suez en Gaz de France. Tegelijk wil Spanje niet dat Endesa in handen komt van het Duitse E.ON. Nu ziet ook Italië Enel zich versterken met Eni. Spat de Europese liberalisering uiteen of waar loopt het fout?

Vooreerst is de energiesector veel complexer en crucialer dan andere sectoren. Elk individu en elk bedrijf hebben permanent behoefte aan energie. Energie moet dan ook voldoende voorradig zijn. Dit is een sterk argument voor de staat om die sector te controleren. Niemand kan aanvaarden dat één privaat bedrijf een monopolie heeft op een zo wezenlijk deel van de economie en monopoliewinsten maakt. Electricité de France voldoet voor Frankrijk perfect aan dat tweeledig doel: zekerheid van productie en controle op de prijzen om monopoliewinsten te vermijden. Bovendien vraagt energieproductie gigantische investeringen over een langere termijn. Daar moeten zekerheden tegenover staan. Die kunnen enkel een individueel land leveren. Zo verstrengelen de belangen tussen staat en bedrijf, een imbroglio.

De liberalisering van een markt kan ook aan die hogere beleidsdoelstellingen beantwoorden. Maar daar speelt een element van onzekerheid en is er ook vertrouwen mee gemoeid dat die spelers voor voldoende capaciteit zorgen en dat de concurrentie ook effectief tot lagere prijzen zal leiden. Een land moet zijn hogere beleidsdoelstellingen uit handen geven. In België besliste decennialang het controlecomité over alle noodzakelijke investeringen die moesten uitgevoerd worden. Bij een echte liberalisering valt die dwang weg en laat de overheid het aan de markt over om voldoende capaciteit te creëren. In Californië is enkele jaren geleden nog bewezen dat die spontane markt kan falen, met alle gevolgen vandien voor voldoende capaciteit en voor het prijsniveau.

Voor de meeste sectoren heeft de markt intussen bewezen dat de liberalisering echt werkt en dat voldoende capaciteit spontaan ontstaat tegen lagere prijzen. Dat model zonder veel waarborgen in de energiesector toepassen, gaat voor landen als Frankrijk, Spanje en Italië te ver. Voor de EU wordt het een harde noot om kraken om de individuele landen ervan te overtuigen dat een door de EU gecontroleerd liberalisme dezelfde garanties biedt als het protectionisme van ieder land afzonderlijk. De uitgangspunten zijn voor de twee opponenten dezelfde: zekerheid van productie en het vermijden van monopoliewinsten.

Guy Van den Broek

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect