<B>Commentaar:</B>: Jihad in de polders

De moord op de Amsterdamse cineast en schrijver Theo van Gogh schokt Nederland. De precieze omstandigheden van de moord zijn nog niet volledig opgehelderd, maar ook de Nederlandse gezagsdragers gaan ervan uit dat het gaat om een politieke moord. Tweeënhalf jaar na de moord op de politicus Pim Fortuyn begint Nederland een beangstigende traditie op te bouwen.

Van Gogh was een geboren provocateur die graag met controversiële standpunten de maatschappij uitdaagde en tot denken wilde aansporen. Hij draaide in de zomer nog een film met de liberale politica Ayaan Hirsi Ali. In 'Submission Part I' klaagde hij op een scherpe manier de onderdrukking van de vrouw in de islam aan. Ongenuanceerd wellicht, provocerend zeker. Ayaan Hirsi Ali vreest dat de moordaanslag verband houdt met de film. Hirsi Ali geniet al enige tijd politiebescherming voor haar keiharde standpunten over de islam, een bescherming die Van Gogh afwees. Ook hij was al bedreigd geweest.

Sinds de moord op Fortuyn lijkt de geest wel uit de fles in Nederland. De ooit zo geroemde tolerantie is volledig verdwenen. En in de meest harde bewoordingen palmen de extreme partijen het discours over maatschappelijke integratie volledig in.

Dat is een kwalijke evolutie. Op die manier lijkt de democratische rechtsstaat op de helling gezet te worden door enkele heethoofden. In de democratie geldt het recht van vrije meningsuiting maar evenzeer het respect voor iedereen. Dat geldt blijkbaar niet langer in Nederland. De Nederlandse premier, Jan Peter Balkenende, predikt graag over 'de normen en waarden' als een soort antwoord op de agressieve analyse van Fortuyn. Maar dat discours slaat niet aan.

De verruwing in Nederland is onmiskenbaar aanwezig. In de straten van Amsterdam is het al een tijdje niet meer veilig lopen. Bij afrekeningen in misdaadmilieus worden mensen op klaarlichte dag neergeschoten.

De moord op Van Gogh is gepleegd door een enkeling. Zijn motieven zijn onbekend, maar wel staat vast dat hij van Marokkaanse afkomst is. De al gespannen verhoudingen tussen de Nederlandse bevolking en de Marokkaanse gemeenschap komen door een krankzinnige daad van een man nog meer onder druk. Het zal de discussie over de maatschappelijke integratie alleen maar bemoeilijken. Ook de integratie van de islam in de maatschappij wordt nog maar eens aangescherpt. De moord bevestigt alleen maar het cliché over de fundamentalistische moslims die met een moordende jihad uit zijn op de vernietiging van het Westen. Hoewel dat ook niet meer dan een - bedenkelijke - slogan is.

Na de schok van de moord staat de Nederlandse politiek voor een zware opgave. De opgave luidt het initiatief te heroveren in het maatschappelijke debat over de integratie. Het terrein niet langer vrij te geven aan extremisten van beide kanten en te komen tot meer verstandhouding. Een loodzware opgave.

Jean Vanempten

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud