<B>Commentaar</B> over de desindustrialisering van België: Mijlpaal

De desindustrialisering van de Belgische economie heeft een mijlpaal bereikt. Voor het eerst staat de industrie in voor minder dan een kwart van de toegevoegde waarde. Bovendien werkt nog amper een vijfde van de beroepsbevolking in de industrie. Het gewicht van de industrie was sinds het ontstaan van België nooit zo klein en zal nog sterk dalen.

Het afnemende belang van de industrie is niet noodzakelijk een probleem. Hoewel alleen de landbouw en de industrie tastbare producten maken, is de economische activiteit van de dienstensector evenwaardig. Bovendien zijn de Belgen vandaag rijker dan ooit en stijgt de werkgelegenheid dit jaar wellicht tot een recordhoogte. Desindustrialisering is geen synoniem van dalende activiteit, want de productie van de industrie en ook de landbouw blijft stijgen.

Betekent dat dat het aandeel van de industrie mag dalen tot nul? Neen. Het belang van de industrie is groter dan de cijfers van de toegevoegde waarde en de werkgelegenheid suggereren. Ongeveer 400.000 banen in de dienstensector zijn afhankelijk van de industrie. Indien de industrie plots zou verdwijnen, sneuvelen ook in de dienstensector veel banen. Bovendien zorgt de industrie voor ruim driekwart van de uitvoer en het handelsoverschot in goederen en diensten. We hebben de inkomsten van de uitvoer nodig om de invoer te betalen.

Om de levensstandaard op peil te houden en zo mogelijk te vergroten, moet België voldoende industriële activiteit behouden. Maar de Belgische industrie worstelt met enkele belangrijke handicaps. Ze is gespecialiseerd in halfafgewerkte producten en daarom kwetsbaar voor concurrentie uit lagelonenlanden. Bovendien is de industrie te weinig aanwezig op groeimarkten, zoals Azië. Ten slotte zijn de loon- en energiekosten relatief hoog. Daarom dreigt het Belgische marktaandeel in de komende jaren voort af te brokkelen. De Waalse industrie staat daarbij voor nog grotere uitdagingen dan de Vlaamse.

De industrie moet zich meer dan vandaag richten op producten met een hogere toegevoegde waarde. Zowel het bedrijfsleven als de overheid kan de vernieuwing van de industrie stimuleren door meer te investeren in onderzoek en ontwikkeling. De Vlaamse regering doet met de begroting 2005 terecht stappen in die richting.

De overheid moet echter beseffen dat de werkgelegenheid in de industrie zal blijven dalen. Extra banen moeten van de dienstensector komen. Maar onderzoek laat doorschemeren dat België een zwakke dienstensector heeft. De bedrijfstak niet-verhandelbare diensten - die vooral door de overheid wordt gefinancierd - is groot in verhouding tot de tak verhandelbare diensten. Naast een industrieel beleid is er dus ook een beleid nodig dat de ontwikkeling van privé-diensten stimuleert.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud