Advertentie

<B>Commentaar</B> over de hoge olieprijzen: Marktpsychologie

De olieprijs steeg gisteren tot een record. Een vat Brent-olie is 65 nu procent duurder dan begin dit jaar en kost al vijf keer meer dan goed vijf jaar geleden. Voor de olieconumerende landen wordt de energiefactuur stilaan loodzwaar.

Tot nog toe bleef de impact van de olieprijs op de westerse economieƫn beperkt. Meer nog, ondanks het olieprobleem stevent de wereldeconomie dit jaar af op een recordgroei sinds 1976, voorspelde het IMF. Maar wat indien de petroleumprijs hoog blijft of verder stijgt? Zelfs Jean-Claude Trichet, de voorzitter van de Europese Centrale Bank, waarschuwde gisteren dat het herstelritme van de economie op de duur kan worden afgeremd en dat tegelijk de inflatie kan worden aangewakkerd. Dat zijn ongewoon duidelijke woorden voor een man die alle woorden wikt.

Desondanks presteren de aandelenbeurzen sterk. De Europese aandelen bereikten eerder deze week hun hoogste peil in vijf maanden. Nasdaq kon tot en met woensdag zeven keer op rij met winst afsluiten. De Bel20-index noteert al 23,5 procent hoger dan tijdens de jaarwende. Hoe valt al dat beurssucces te rijmen met het prangende olievraagstuk?

Het heeft vooral te maken met marktpsychologie. Een stevige trend wordt op de duur zelfvoedend. Dat geldt voor de oliemarkt, waar almaar duurdere olie steeds meer twijfel en onzekerheid zaait, met name over de kloof tussen vraag en aanbod. En die toenemende twijfel duwt de prijs almaar hoger. Dat geldt evenzeer voor de aandelenmarkten, waar stijgende koersen steeds nieuwe kopers lokken. In een dergelijke aangename omgeving worden de risicofactoren wat genegeerd, terwijl de succesfactoren extra aandacht krijgen.

Dat fenomeen is duidelijk merkbaar in Brussel. De Belgische aandelen genieten van een welverdiende herontdekking en bereiken dezer dagen koersniveaus die ze in jaren niet meer hadden gehaald. En net nu de onderwaardering bij velen weggewerkt is, vindt de massa stilaan zijn appetijt voor aandelen terug. Het momentum dat uit deze dynamiek ontstaat, kan tot gigantische overdrijvingen lijden, zoals op Nasdaq in 1999 en begin 2000 en - in negatieve zin - in Europa in maart 2003.

Op de beurs is van dergelijke overdrijvingen vooralsnog zeker geen sprake. De olieprijs lijkt wel al een poos buitensporig hoog. Beschouw de overeenkomsten met begin 1999, toen een vat olie nauwelijks 10 dollar kostte. Ook toen luidden de experts de alarmbel, want net als te dure olie brengt te goedkope olie problemen mee. Een voorbeeld: de grote verliezen in armere olieproducerende landen als Rusland en Venezuela konden wel eens tot sociale en economische rampen leiden. En ook toen voorspelden de experts een verderzetting van de trend. In een spraakmakend artikel legde het gezaghebbende weekblad The Economist uit waarom de prijs verder zou dalen tot 5 dollar.

En wat krijgen we vandaag her en der te horen? 'De olieprijs koerst naar 100 dollar per vat.'

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud