<B>Commentaar over EU-onderzoek naar steun aan Ford Genk:</B>Morrelen in de marge

De Europese Commissie opende gisteren een grondig onderzoek naar de 12 miljoen euro opleidingssteun die de Vlaamse overheid aan Ford Genk wil geven. Ze vermoedt dat de Vlaamse regering de concurrentie met andere Europese autofabrieken heeft vervalst. De woorden van de Europese Commissie liegen er niet om: 'Het gevaar bestaat dat de steun gewoon dient om exploitatiekosten van de fabriek te dekken.' De Commissie ziet het spook van de overdadige staatssteun duidelijk weer rondwaren door Europa.

Er zijn redenen voor argwaan. Toen de Ford-directie op 2 oktober 2003 aankondigde dat in Genk 3.000 van de 8.400 banen moesten verdwijnen, sloeg dat nieuws in als een bom. De federale regering was volop aan het onderhandelen over een Werkgelegenheidsakkoord. De Vlaamse regering-Somers bevond zich op negen maanden van verkiezingen. Ford Genk was - en is nog steeds - de grootste private werkgever in Limburg. De beslissing om 3.000 mensen te ontslaan, viel weliswaar niet in de Wetstraat, maar de mogelijkheid dat de kiezer haar daarop wel zou afrekenen, was reëel.

De politieke wereld deed er alles aan om de pil te vergulden. Dat lukte enigszins, een goede maand later, toen de internationale Ford-directie besloot behalve de nieuwe Mondeo ook de volgende generatie van de Galaxy en een derde model in Genk te bouwen. In ruil kreeg ze 25 miljoen euro expansiesteun van de Vlaamse regering - het maximum door de EU toegelaten bedrag - én de toezegging van opleidingssteun.

Tot verbazing van velen is die opleidingssteun nog steeds niet betaald en zal dat ook niet meteen gebeuren. Op zijn vroegst gebeurt het in het najaar van 2006. Ford Genk moet dus minstens drie jaar wachten op zijn 12 miljoen euro, als het die überhaupt al krijgt.

'Veel beloven en weinig geven doet de gekken in vreugde leven', horen we de oppositie al roepen, maar dit keer ligt het moeilijker. Wie de krantenarchieven van het najaar van 2003 erop naleest, merkt dat de Vlaamse regering de 25 miljoen euro expansiesteun toezegde, maar sterk op de vlakte bleef over de opleidingssteun. Het verwijt 'government by announcing' treft haar dit keer niet.

Toch gaat de overheid niet vrijuit. Dat de Europese Commissie nu een grondig onderzoek begint, toont aan dat de Vlaamse overheid haar best heeft gedaan om de EU-regels zo ruim mogelijk te interpreteren en zoveel mogelijk staatssteun te geven. Dat roept één grote vraag op: als de regering dan toch alles uit de kast wilde halen, waarom heeft ze dan zo gemorreld in de marge?

De Vlaamse autosector heeft namelijk meer nodig dan opleidingssteun. Bovenaan op haar verlanglijstje staan lagere loonkosten, vooral voor ploegenarbeid. Deze zomer, twee jaar na Ford Genk, is de federale regering al gedeeltelijk op die vraag ingegaan. Toch blijven de loonlasten de grootste handicap van de Vlaamse auto-industrie. Die verder afbouwen - voor de hele sector - zal niet zo gauw op bezwaren van de Europese Commissie stuiten.

Bart Haeck

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud