<B>Commentaar over vakbonden en Generatiepact:</B> Gulzige generatie

De 'verfijningen' die de regering-Verhofstadt vorige vrijdag aan haar Generatiepact heeft aangebracht - en in feite toegevingen zijn aan de vakbonden - zijn boter aan de galg. Het ABVV en het ACV verwierpen gisteren ook het aangepaste en aangevulde pakket maatregelen om meer jongeren een baan te geven, oudere werknemers langer op de werkvloer te houden en de financiering van de sociale zekerheid veilig te stellen.

De federale regering wordt niet beloond voor het begrip en het geduld dat ze maandenlang aan de dag heeft gelegd. Voor het zomerreces heeft ze, in de beste neocorporatistische traditie, met de top van vakbonden en werkgeversorganisaties het Generatiepact voorbereid. De 'pensioenmalus' en andere stekelige bepalingen werden geschrapt uit de sneuvelnota 'Actief ouder worden'. Na het reces werd dagenlang formeel onderhandeld tot er een vergelijk op tafel lag dat voor iedereen verteerbaar was - behalve voor het ABVV dat toen al 'njet' zei. De leiding van het christelijke vakverbond had aanvankelijk ingestemd, maar kwam naderhand onder druk van haar middenkader op haar standpunt terug.

Voor de afwijzing door de vakbonden van het aangepaste Generatiepact kan geen begrip worden opgebracht. De vergrijzingsgolf die op ons afkomt, is niet tegen te houden. Wie bekommerd is om de toekomst van onze sociale zekerheid en onze welvaart, zoals de vakbonden beweren te zijn, weet dat er wat langer sociale bijdragen moeten worden betaald en dus wat langer gewerkt. Het Generatiepact zal hoogstwaarschijnlijk niet eens volstaan om het pensioenstelsel betaalbaar te houden. In Duitsland weten degenen die na 1970 geboren zijn, dat zij in principe pas op 67 in plaats van 65 met pensioen kunnen gaan.

Bij ons zien de vakbonden het brugpensioen op 58 jaar, dat als een uitzonderingsregime werd ingevoerd, als een vast onderdeel van het socialezekerheidsstelsel, zoals de kinderbijslag, de werkloosheidsuitkeringen en het gewone pensioen. Dat de brugpensioenleeftijd heel geleidelijk wordt verhoogd tot 60 jaar - wat nog altijd vijf jaar minder is dan de wettelijke pensioenleeftijd - wordt als een brute aanslag op de 'verworven rechten' beschouwd.

Is het niet schrijnend de 55-jarige voorzitter van de socialistische metaalbond te horen zeggen dat men zijn generatie met rust moet laten? Het is de gulzige generatie die een belangrijke verantwoordelijkheid draagt voor de dubbele ontsporing van het laatste kwart van de vorige eeuw: de explosie van de overheidsschuld en de creatie van werkloosheid door loonsverhogingen die de productiviteitsstijging te boven gingen. Alleen al daarom mag van de vijftigers enige solidariteit met de jongere generatie worden verwacht. Een jongere generatie die opmerkelijk genoeg nauwelijks of niet haar stem laat horen in de vakbond. Of zit ze ook al te rekenen op brugpensioen op 58?

Mark Deweerdt

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud