<B>Pigment</B>:De opwarming van België

(tijd) - Net nu het land institutioneel uit elkaar lijkt te vallen en zowat alle nationale sporticonen het laten afweten, worden heel wat projecten gesmeed om België volgend jaar toch met enige luister aan zijn 175ste verjaardag te herinneren. Het dierbaar vaderland zal worden opgediend met trots, nostalgie en een portie verval.

'Na welgeteld 909 jaar keert het zwaard van Godfried van Bouillon weer naar onze contreien', zegt Jean-Christophe Hubert. 'We hebben net het contract met de Franciscanen van Jeruzalem op zak.' Hubert is de artistiek directeur van de tentoonstelling 'Made in Belgium', die begin maart volgend jaar van start gaat, en waaraan nu al gebouwd wordt in het Dexia Center for the Arts in de Schildknaapstraat in Brussel.

Voorlopig staan er vooral houten karkassen, waar later de tentoonstellingsobjecten in komen. Maar er is al een zuil te zien met het teken van Flor Fina, van Kuifjes Sigaren van de Farao, met het Gele Teken van Blake en Mortimer en met de dollars van Largo Winch. Elders timmeren werklui aan een stuk atletiekpiste, in de zaal van de sportfiguren, of aan een replica van Karel de Grotes paleiskapel in Aken, waar onder meer het borstkruis van de van Haspengouw afkomstige keizer zal worden geëxposeerd.

Er zal tegen maart ook een uitgebreide zaal over techniek en wetenschap klaarstaan, en vooral een over schilderkunst. 'We hebben zeventig schilders geselecteerd uit de grote traditie van deze contreien, van Van Eyck tot Magritte', zegt Hubert. 'Van elk van hen stellen we één werk ten toon. De meeste daarvan zijn afkomstig van de vroegere Paribas-collectie, die nu aan Dexia toebehoort.'

'We hebben het groots opgevat', beaamt René Schyns, de afgevaardigd bestuurder van de VZW Collections et Patrimoines, die tien jaar geleden 750.000 bezoekers wist te lokken naar 'Ik was 20 in '45', een tentoonstelling over de Tweede Wereldoorlog. Hij grijpt meteen naar de statistiek: 'We gaan met 4.000 objecten uit 185 musea over 6.600 vierkante meter.'

De doelgroep is overduidelijk het breedst mogelijke publiek. De nadruk in de presentatie zal op visualiteit en sfeer liggen. Maar welk België gaat men uitbeelden? 'We hebben gewoon geopteerd voor the best of', zegt Jacques Broun, die het concept van de tentoonstelling uitwerkte. 'We willen op thematische basis - van kunst over wetenschap tot gastronomie, reizen of sport - het beste bijeenbrengen van wat in dit land ooit is gerealiseerd. We hebben uiteindelijk vooral dingen moeten weigeren.'

Ook elders staan projecten rond 175 jaar België op stapel. Op 4 februari pakt het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in Tervuren uit met de tentoonstelling 'De koloniale tijd'. De bedoeling is de hele koloniale geschiedenis van België weer de revue te laten passeren, maar dan met het nieuwe materiaal en de nieuwe inzichten van de afgelopen decennia.

Veertien dagen later is Bozar, het voormalige Paleis voor Schone Kunsten in Brussel, aan de beurt met 'Visionair België'. Dat moet een artistieke evocatie worden van dit land door de 71-jarige Zwitserse tentoonstellingsmaker Harald Szeemann. Die mocht eerder al de Documenta in Kassel en de Biënnale van Venetië organiseren, en nam in soortgelijke projecten als in Brussel ook al Oostenrijk, Zwitserland en Polen onder handen. Bozar kondigt aan dat Szeemann 'het geestelijk klimaat van België weliswaar hoofdzakelijk evoceert door middel van kunstwerken, maar bovendien en tegelijk ook voortdurend met de vinger wijst naar de literatuur, de wetenschapsbeoefening, de uitvindingen, de zeden, gewoonten en tradities, het geloof van het Belgische volk en zijn strijdbaarheid'.

Een maand later pakken de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten in Brussel uit met 'Romantiek in België (1830-1865)', een overzicht van kunstwerken uit de regeerperiode van Leopold I. Op 4 mei etaleert het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen 'Mosselen natuur', waarin de mossel in al haar aspecten - van kunstvoorwerp tot micro-economie - centraal staat. Het Koninklijk Museum voor Kunst en Geschiedenis volgt op 25 mei met 'Art nouveau en design'. In Bozar ten slotte begint op 15 juni een tentoonstelling van de Vlaamse kunstcollectie, waarin de drie grote Vlaamse kunstmusea - van Brugge, Gent en Antwerpen - het ontstaan van hun collecties verhalen.

Wie er niet genoeg van kan krijgen, kan 's avonds ook op de buis terecht. Nu al test Canvas-presentator Herman Van Molle elke donderdag de parate kennis over het vaderland in 'België in alle staten'. Vanaf januari gaat de VRT 'De Grootste Belg' kiezen, in een formule die eerder in Groot-Brittannië en Duitsland werd uitgetest, en op dit ogenblik in Nederland loopt. Uit een eerste stemming bij onze noorderburen, waarbij koningin Beatrix (41ste) net achter DJ Tiesto (40ste) eindigde, haalde de KRO tien kandidaten, die in tien afleveringen worden gepresenteerd en geprezen. De voorbije weken wisselden gewezen minister-president Willem Drees, Johan Cruijff en Pim Fortuyn elkaar af aan de kop van de stand van de stemmingen. In Engeland won Winston Churchill, in Duitsland Konrad Adenauer. De formule krijgt bij ons een typisch-Belgische invulling. Canvas en RTBf kiezen elk apart hun 'Grootste Belg'. Beide omroepen plannen hun finale op dezelfde dag, waarschijnlijk volgend jaar in november. Wie de scores wil optellen - of vergelijken - kan dat dan gemakkelijker.

Ver van dit tricolore vuurwerk houdt Adrien Lenaerts nog steeds de wacht aan het monument voor de gesneuvelden van 1830 aan het Martelaarsplein in Brussel. Lenaerts is Brusselaar, een gepensioneerd oud-militair van wie de betovergrootvader hier begraven ligt. Al een dozijn jaren ontfermt hij zich over het vervallen monument op het plein dat zelf een architecturaal juweeltje van de achttiende eeuw is, maar decennialang een ruïne bleef. In 1830 woonde hier nog de advocaat en revolutieleider Alexandre Gendebien, die op annexatie van België door Frankrijk aanstuurde.

'Ik haal hier elke dag flessen, frietzakken en hamburgers uit', vertelt hij. 'Maar goed, vroeger waren het matrassen. Verleden jaar is hier trouwens nog een grafsteen neergehaald met een koevoet, en in stukken gebroken.' Het monument valt op door zijn pathetisch standbeeld, maar is eigenlijk een crypte met een twintigtal grafstenen voor ruim 200 doden. Die kelder kan je enkel bezoeken na afspraak met Lenaerts. 'Er is wel een bureautje onder het plein, voor een permanente gids', zegt hij, 'maar niemand wil dat doen. Het is er veel te vochtig.'

Het Martelaarsplein zelf is bijna weer in zijn oude glorie hersteld. De Vlaamse overheid is daarmee begonnen, aan de noord- en zuidkant, in de vroege jaren negentig. 'Dat is eigenlijk vrij rudimentair gebeurt van restauratie', zegt Philippe Piereuse van de Dienst Monumenten van het Brussels Gewest. 'Daarna is de vrijmetselaarsloge op de hoek van de Peterseliestraat gevolgd, en die heeft een standaard gezet die we aan de andere gebouwen hebben kunnen opleggen.'

De meeste gebouwen van de oost- en de westkant zijn opgekocht door de vastgoedfirma Deka. Vijftien van haar 21 gerestaureerde appartementen, alle met uitzicht op het kabinet van de Vlaamse minister-president, heeft ze al verkocht gekregen. Ze neemt nu ook de rest van het plein onder handen. Eind 2005 zal alles af zijn, op een hoekje na.

De kasseien van het plein vallen onder de bevoegdheid van de stad Brussel, en zullen nog wel een tijd blijven. 'Ik heb mij met mijn vrienden van Pro Belgica in het verleden tegen allerlei plannen moeten verzetten', zegt Adrien Lenaerts. 'Van parkings tot hoogbouw. Maar dit plein is wettelijk een kerkhof en daar mag je niet zomaar aan raken.'

De federale Regie der Gebouwen is eigenaar van het monument. Omdat een van de vier vrouwelijke figuren rond het centrale standbeeld dreigt te verpulveren, en de andere er nauwelijks beter aan toe zijn, heeft de Regie dan toch 350.000 euro uitgetrokken voor een bescheiden restauratie, net op tijd voor 175 jaar België. De klimop die deze zomer nog de bas-reliëfs van het monument aan het veroveren was, is inmiddels vakkundig weggesneden.

Sedert 1830 organiseert de stad Brussel elk jaar op de vierde zondag van september een kleine optocht naar het monument, met de muziekkapel van de politie voorop. Lenaerts en zijn vrienden hebben daar de jongste decennia een verlengstuk aan gebreid, met een parcours vanaf het koninklijk paleis, via de Congreskolom en de Sint-Goedele- en Sint-Michielskathedraal. Tegen 11 uur komt iedereen samen op het Martelaarsplein, weerklinkt de Brabançonne en hijsen mannen in blauwe kiel - de kledij van het revolutionaire proletariaat in 1830 - de vlag.

'Het is geen groot evenement', zegt Lenaerts. 'Driehonderd à vierhonderd man. Zelfs Le Soir schrijft er al jaren niet meer over. Maar het is een mooie traditie. Het kabinet van de Vlaamse minister-president steekt op die dag mee de Belgische vlag uit. En we hopen natuurlijk dat volgend jaar de koning komt. Zoals we dat elk jaar hopen trouwens.'

Rolf FALTER

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud