Advertentie

<B>Pigment:</B> Medicijnen werken niet altijd en overal

(tijd) - Allen Roses, een topman van het farmaceutische bedrijf GlaxoSmithKline, liet zich onlangs ontvallen dat 'meer dan 90 procent van de geneesmiddelen maar werkt bij 30 tot 50 procent van de mensen'. De pers sprong erop, want dit was toch schokkend nieuws? Neen, zeggen farmacologen. Medicijnen hebben nu eenmaal een beperkte efficiëntie, dat is bekend. Ze is bovendien moeilijk voorspelbaar. Te veel factoren bepalen of medicijnen pakken of niet pakken.

Sommige sectoranalisten vinden de uitspraak van Allen Roses een uitschuiver van jewelste. Ze vergelijken zijn proza met de fatale woorden van de Britse tycoon Gerald Ratner meer dan een decennium geleden. Die richtte in 1991 zijn juweliersimperium zelf te gronde met de zin: 'Mijn peperdure winkels hebben zo'n succes omdat ze pure rommel verkopen.' Ratners uitspraak ging de bedrijfsgeschiedenis in als de grootste flater aller tijden. De ontboezeming van Roses loopt dat risico niet. In de medische wereld en de farmaceutische sector is het, zegt men, een publiek geheim dat veel producten bij heel wat patiënten niet werken.

'Dat is inderdaad niet nieuw', zegt Frans Belpaire, hoogleraar farmacologie van de Universiteit Gent. 'Het is al langer geweten dat bepaalde mensen op bepaalde geneesmiddelen minder of sterker reageren dan anderen.'

'Hoofdzakelijk twee dingen beïnvloeden de werking van geneesmiddelen. De genetische opmaak van een persoon en omgevingsfactoren sturen geneesmiddeleninteracties, wat ze minder werkzaam maakt of juist meer. Ziektetoestanden, leeftijd en nog andere factoren hebben ook een invloed', weet Belpaire. 'Elk geneesmiddel wordt door het organisme verwerkt. Dat wil zeggen dat het bijvoorbeeld na orale toediening door het maag-darmkanaal moet, om in het bloed terecht te komen dat het vervoert naar verschillende weefsels en de plaats waar het werkzaam is.'

'Je mag niet vergeten dat geneesmiddelen lichaamsvreemde stoffen zijn', gaat Belpaire voort. 'Die moeten dus op een of andere manier uit het lichaam geëlimineerd worden, hetzij via de nieren, hetzij na afbraak door enzymen. De afbraak gebeurt hoofdzakelijk in de lever, maar ook gedeeltelijk in de darm. Er zijn geneesmiddelen die bijna volledig door de nieren worden geëlimineerd, andere bijna volledig door de lever, en andere door beide samen.'

Het genetische profiel van de mens grijpt op dat niveau in, weet Belpaire: 'De enzymen die er aan te pas komen, moeten door het lichaam worden aangemaakt. Hier spelen genen een rol. Bepaalde individuen in een bevolkingsgroep missen sommige genen die de enzymen die zorgen voor de afbraak tot uitdrukking brengen. Sommige geneesmiddelen worden door deze mensen slecht verteerd omdat ze bijvoorbeeld het enzym niet aanmaken. Men noemt ze trage metaboliseerders.'

De concentratie van het geneesmiddel ligt bij dergelijke mensen te hoog, waardoor ze last hebben van te veel bijwerkingen of schadelijke effecten. Soms gebeurt het dat het lichaam het geneesmiddel zelfs niet opneemt, omdat bijvoorbeeld een transporteiwit het geneesmiddel bij opname in de darmcellen terugstuurt naar de darm, waardoor het niet arriveert op de plaats van werking.

'Bij kankergeneesmiddelen komt dat frequent voor', zegt Belpaire. 'Je kan trouwens niet op voorhand weten of en hoe een geneesmiddel bij iemand zal werken, omdat verschillende factoren spelen om het medicijn uiteindelijk op de juiste plek in het lichaam te krijgen, en in voldoende concentratie.'

Er zijn ook etnische verschillen in de werking van geneesmiddelen, legt Belpaire uit. 'Dikwijls is dat te wijten aan het feit dat voor bepaalde enzymen meer snelle metaboliseerders bestaan in de ene etnische groep dan in andere groepen. Dat verschil ziet men soms voor bepaalde farmaca tussen Japanners en Kaukasiërs.'

'Voor het ene geneesmiddel zijn al die verschillen belangrijker dan voor het andere. In het geval van bètablokkers bijvoorbeeld is dat niet zo erg. Men heeft daar veel speling, de therapeutische marge is groot, zoals men zegt. Anders wordt het bij geneesmiddelen met een kleine therapeutische marge. Ik denk aan antistollingsmiddelen. Daar ligt het veel kritischer. Dat is ook bij antidepressiva het geval.'

Gert Laekeman, hoofd van de Dienst voor Geneesmiddelenkennis en Geneesmiddelenvoorlichting van de KULeuven, beaamt dat medicijnen beperkingen hebben, maar wijst erop dat dat niet de enige maatstaf is om het nut te evalueren. 'Bij kankergeneesmiddelen ligt het percentage laag. Drie op de vier patiënten worden er niet mee geholpen. Therapeutische efficiëntie of kosten-batenanalyse zijn echter niet de enige criteria. Er is ook de maatschappelijke vraag: moeten we één patiënt op de vier dan maar laten creperen?'

Laekeman spreekt tegen dat gegevens over de efficiëntie van geneesmiddelen uit het zicht van het grote publiek worden gehouden: 'Het is absolute nonsens om te beweren dat de soms geringe werkzaamheid van geneesmiddelen een goed bewaard geheim is. Wie de website van het Belgisch Centrum voor Farmacotherapeutische Informatie (BCFI, www.bcfi.be) raadpleegt, vindt daar genoeg informatie. Dat wordt helemaal niet toegedekt. Ook vanuit Europees niveau is genoeg informatie beschikbaar.'

'We moeten daarbij ook de vraag stellen wanneer iets 'werkt'', gaat Laekeman verder. 'Middelen tegen hoge bloeddruk werken in 60 procent van de gevallen. Maar het is niet omdat de bloeddruk vlotjes naar beneden gaat, dat de levensverwachting stijgt. Er zijn nog veel andere risicofactoren. Bij zware geneesmiddelen, en daar zitten die tegen hart- en vaatziekten bij, ziet men dat steeds meer de eis naar 'overleving' primeert, niet het onmiddellijke effect van het medicijn. Men kijkt steeds meer op langere termijn, de mortaliteit moet worden verminderd. En dat is niet in een handomdraai vast te stellen.'

De teneur in de media was dat de publieke opinie misleid wordt als het op de efficiëntie van geneesmiddelen aankomt. Het informeren van de patiënt is misschien nog voor verbetering vatbaar, geeft Laekeman toe, 'maar hoe dan ook, wie het wil weten, kan het weten. Bij ons zal er een apart deel komen op de website van het BCFI. De bedoeling is dat het niet te technisch en te specialistisch wordt.'

Kan dergelijke informatie niet ook worden opgenomen in de bijsluiter van geneesmiddelen? De overheid werkt aan een herziening van de bijsluiter, weet Laekeman. 'De informatie over de werkzaamheid van de geneesmiddelen zal echter in de zogenaamde wetenschappelijke bijsluiter staan. Die is bedoeld voor artsen en apothekers en is te vinden in compendia van geneesmiddelen. Patiënten kunnen die altijd navragen bij hun dokter.' We hoeven ook niet terug te keren naar vroegere situaties, meent Laekeman. 'België stak jaren geleden zijn nek uit om de bijsluiters eindelijk eens in begrijpelijke taal te gaan formuleren. Men is afgestapt van de techniciteit, men mag de klok niet terugdraaien. Informatie over de werkzaamheid van geneesmiddelen vraagt echter wel een toelichting, en die is zeer technisch.'

Allen Roses vestigde ook de aandacht op een ander punt, vindt Laekeman: 'Er is geen antwoord op de algemene vraag hoe zinvol het toedienen van bepaalde geneesmiddelen is. Er zijn wel al aanwijzingen bij bepaalde vormen van borstkanker. Of men weet al dat men niet iedereen met een hoog cholesterolgehalte cholesterolverlagers (statines) moet geven. Het hoge niveau is op zich namelijk niet zo gevaarlijk, wel in combinatie met andere risicofactoren zoals erfelijke belasting. De discussie over de terugbetaling van statines gaat daar over. Men gaat langzamerhand wel in de richting van genetische richtingaanwijzers.'

'Het aantal mensen bij wie echt geen enkel middel helpt, is relatief klein. Bij iemand met reumatoïde artritis kunnen zeer veel middelen worden ingezet, omdat er zeer veel verschillende klassen van dergelijke medicijnen zijn. Je kan algemeen stellen dat hoe meer middelen er voor een bepaalde aandoening zijn, hoe minder efficiënt ze elk zijn. Als één bepaald middel volledig afdoend zou zijn, zou er ook maar één op de markt zijn.'

Franky VAN HAMME

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud