<B>Pigment</B> over revolte voetbalclubs tegen FIFA: Bosman II komt eraan

(tijd) - België dreigt bijna tien jaar na het Bosman-arrest opnieuw het toneel te worden voor een grootse verandering in de voetbalwereld. Sporting Charleroi diende een klacht in tegen de wereldvoetbalbond FIFA nadat zijn Marokkaanse middenvelder Abdelmajid Oulmers zwaar geblesseerd teruggekeerd was van een interland. De club eist een vergoeding. Nu de G-14, de koepel van de rijkste 18 ploegen van Europa, Charleroi steunt en desnoods op het hoogste echelon zijn gelijk wil halen, zou de zaak-Oulmers wel eens verstrekkende gevolgen kunnen hebben.

Charleroi-speler Abdelmajid Oulmers speelde in november vorig jaar met de nationale elf van Marokko tegen Burkina Faso toen hij in één actie zowel scoorde als zwaar geblesseerd raakte na een tackle van Anderlecht-verdediger Lamine Traoré. De middenvelder was maar liefst zeven maanden werkonbekwaam en Charleroi besloot een klacht in te dienen tegen de FIFA bij de handelsrechtbank van Charleroi. De Karolingische club pikt het niet dat zij moet opdraaien voor de medische kosten van een blessure die haar speler opliep tijdens een interland en vindt dat de FIFA een compensatie moet betalen. De rechtszaak wordt vandaag ingeleid.

De eis tot compensatie voor het afstaan van internationals is niet nieuw. De G-14, de koepel van de 18 rijkste clubs van Europa (Real Madrid, Barcelona, Valencia, Marseille, Paris Saint-Germain, Olympique Lyon, Bayern München, Borussia Dortmund, Bayer Leverkusen, Arsenal, Manchester United, Liverpool, Ajax, PSV, Porto, AC Milan, Inter Milaan en Juventus) roept al langer dat het niet kan dat de clubs hun spelers gratis moeten afstaan aan de nationale federaties, maar wel verantwoordelijk zijn voor de mogelijke medische en financiële gevolgen van zo'n interland.

De G-14 diende in maart 2004 al een klacht in bij de Zwitserse Competitie Commissie (Comco). De belangengroepering is ervan overtuigd dat de FIFA-regels die bepalen dat de clubs een speler verplicht en zonder vergoeding moeten afstaan in strijd zijn met de Zwitserse competitiewetgeving. De G-14 diende in Zwitserland klacht in omdat de FIFA in het Zwitserse Zürich gevestigd is. Een uitspraak van de Comco laat nog op zich wachten.

Het water is daardoor erg diep geworden tussen de G-14 en de FIFA. De wereldvoetbalbond weigert elke dialoog met de G-14 en erkent de organisatie zelfs niet. Omdat de G-14 zijn greep op de voetbalwereld wil vergroten, besliste het de klacht van Charleroi als Europese Economische Belangenvereniging (EEIG) mee te ondersteunen.

'Dat we net de zaak van Charleroi mee onderschrijven, is puur toeval', legt Thomas Kurth, algemeen directeur van de G-14, uit. 'Charleroi had een zeer concrete zaak tegen de FIFA, maar werd door de wereldvoetbalbond onder druk gezet om de zaak te laten vallen. De club heeft ons daarop gecontacteerd en wij hebben besloten er onze schouders onder te zetten.'

Naar alle waarschijnlijkheid stelt de handelsrechter een prejudiciële vraag aan het Europees Hof van Justitie in Luxemburg om te onderzoeken of de FIFA-regels strijdig zijn met de Europese wetgeving. Als de Europese rechter Charleroi volgt in zijn stelling dat de FIFA-regels niet wettelijk zijn, dan krijgt het verdict Europese navolging. In die zin loopt de Oulmers-zaak alvast parallel met de zaak-Bosman van bijna tien jaar geleden. Toen velde het Europees Hof een arrest dat bepaalde dat de transferregels van de UEFA in strijd waren met de Europese wetgeving over het vrije verkeer van werknemers in de Unie.

In het geval van Oulmers is het de vraag of de FIFA de clubs kan verplichten hun spelers gratis af te staan voor het spelen van interlands. Het lijkt erop dat de clubs meer geld willen van de FIFA, maar eigenlijk gaat de zaak dieper dan dat. Los van de financiële compensatie zijn de clubs vooral op zoek naar inspraak in de structuur van het voetbal. Volgens de clubs misbruikt de FIFA zijn monopolie en moet de rechtszaak in eerste plaats het monopolie van de FIFA aan de kaak stellen.

De clubs vinden dat ze zich moeten neerleggen bij regels die zonder hun inspraak werden opgesteld door een instantie die op sommige vlakken een concurrent is. De FIFA (met landenkampioenschappen) en de clubs (met clubcompetities) vissen voor een deel in dezelfde marketing-, sponsorings- en televisierechtenvijver. Dat de clubs vragen hebben bij het verplicht gratis ter beschikking stellen van hun werknemers om een concurrerende instantie geld te laten genereren, lijkt niet meer dan redelijk.

'De federaties krijgen de spelers van de clubs en zijn niet eens verplicht hen te verzekeren', zegt Thomas Kurth, general manager van de G-14. 'Als er iets gebeurt met een speler, draait de club er alleen voor op. We hebben niets tegen internationale voetbalwedstrijden, maar het kan niet dat de clubs geen inspraak hebben in de organisatie en de kalender van de interlands. De internationale kalender weegt te zwaar op de clubs. Er is de Afrika Cup in januari-februari, het Europees kampioenschap in juni, de Copa America in juli, de Asia Cup in juli en augustus en de Olympische Spelen eveneens in augustus. Dat allemaal bovenop de normale voetbalkalender. Waarom kan de Afrika Cup niet in juni gespeeld worden? Tunesië heeft onlangs geboden op de Wereldbeker van 2010, dus dat betekent dat het klimatologisch toch mogelijk is op dat moment te spelen in Afrika? Ook het Europees kampioenschap en de Copa America moeten toch terzelfdertijd kunnen plaatsvinden?'

'Het wordt er bovendien niet beter op. De Europese voetbalbond UEFA telt 52 leden. Voor de kwalificatiegroepen van het tornooi Euro 2008 maakte de UEFA bekend dat er zes groepen met zeven ploegen en één groep met acht ploegen zijn. Dat betekent dat er opnieuw meer wedstrijden moeten gespeeld worden. Te veel is te veel.'

'FIFA's manier van besturen is niet meer aangepast aan de hedendaagse voetbalrealiteit', vervolgt Kurth. 'Het FIFA-systeem functioneerde toen de spelers van de nationale ploeg in hun geboorteland voetbalden, maar sinds het Bosman-arrest is dat niet langer het geval. Het voetbal is veel internationaler geworden. Ik kan begrijpen dat de FIFA dat een spijtige zaak vindt, maar het is nu eenmaal de realiteit. Kijk naar de nationale ploeg van Brazilië bijvoorbeeld. Hoeveel voetballen er daarvan in Brazilië?'

Kurth wil daarom op het internationale niveau dezelfde scheiding tussen het profvoetbal en de federatie zoals die er nu is op het nationale niveau. In België is die scheiding vorm gegeven door de oprichting van de Profliga. De G-14 legde dat al voor aan de FIFA, maar ze kreeg als antwoord dat hun statuten geen interventie toestaan van de clubs. Waarom veranderen ze hun statuten dan niet gewoon? 'Dat moet je hen vragen', ontwijkt Kurth even het antwoord. 'Maar het lijkt me duidelijk dat ze hun macht niet graag delen.'

Juridische experts zijn het erover eens dat Charleroi en de G-14 een sterke zaak hebben. 'Volgens mij is de FIFA te ver gegaan in zijn rol de regels van het spel vast te leggen in de verplichte en niet vergoede vrijgave van de internationale spelers', zei Stephen Weatherill vorige week in de Engelse krant Financial Times. Weatherill is professor Europees recht aan de universiteit van Oxford. 'De unilaterale en belastende aard van het systeem werkt misbruikend.'

Ook Jean-Marie Philips, voorzitter van de Profliga, geeft toe dat hij zich als jurist al afvroeg of de FIFA de clubs wel kan dwingen spelers af te staan. 'De problematiek is er al langer maar ik zie ook niet meteen een oplossing', zegt Philips.

Het blijft voorlopig gissen naar de impact van een eventueel verdict in het voordeel van Charleroi en de G-14. Toen het Bosman-arrest tien jaar geleden geveld werd, vroegen de clubs zich af of dat voor hen een goede zaak was, maar de zaak-Oulmers speelt in ieder geval in hun kaart. En aangezien de beste spelers (lees: de internationals) veelal bij de rijkste en beste clubs spelen, is het niet ondenkbeeldig dat het vooral de beste clubs ten goede zal komen.

Kurth kan daar maar gedeeltelijk mee instemmen. 'Aan de Wereldbeker bijvoorbeeld nemen 32 landen deel. Dat komt neer op ongeveer 700 spelers. Je gaat me niet vertellen dat die allemaal van de rijkste clubs komen. Het klopt misschien dat het merendeel bij grote clubs zit, maar je mag ook niet vergeten dat die clubs grote inspanningen doen om internationals aan te trekken of op te leiden. Sommige spelers worden van jongsaf aan bij de club opgeleid, dan mag die club toch mee profiteren van het systeem?'

Kurth hekelt ook het argument dat de betere clubs mee profiteren als hun spelers zich tonen tijdens interlands. Hij wijst op de nadelen die eraan verbonden zijn. 'Zodra een speler international wordt, gaat hij loonsverhoging vragen. Vaak is er zelfs een clausule in het contract die ervoor zorgt dat dat automatisch gebeurt. Het klopt misschien dat spelers hun transferwaarde opdrijven op een internationaal toernooi, maar net zoals er een club is die daarvan profiteert, is er ook een club die daar de dupe van is. Het mes snijdt aan twee kanten.'

Eén ding weet Kurth zeker. 'De manier waarop het voetbal geleid wordt, zal sowieso veranderen. Clubs zullen sterker vertegenwoordigd worden in de verschillende beslissingsorganen en er zal rekening moeten gehouden worden met hun mening. Ik wil nog eens benadrukken: het gaat niet om het geld. De media focust te veel op het bedrag dat de clubs willen losweken van de FIFA ter compensatie voor hun internationals. Dat is niet waar het om draait. Het gaat om het afdwingen van een manier van besturen die aangepast is aan het voetbal van vandaag. Als belastingbetaler mag je toch ook deelnemen aan het bestuur?' Stijn DE GROOTE

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud