<B>Pigment over Tony Blair:</B> De macht van de sofa

(tijd) - De Britse premier, Tony Blair, leed vorige week voor de eerste keer in acht jaar een nederlaag in het Lagerhuis. Dat wees een omstreden regeringsontwerp voor een strengere antiterreurwet af. Toch is de kans klein dat 'Tefal Tony' zijn stijl van regeren zal veranderen. 'De sofa is de plek waar hij beslissingen neemt', zegt Lance Price, oud-woordvoerder van Downing Street 10. 'Dat is Blairs manier van werken: hij nodigt je uit voor een informele discussie. Op de sofa worden dan openhartige, nuttige gesprekken gevoerd.'

Het was 3.30 uur 's nachts. De Britse minister van Financiën, Gordon Brown, was net in Israël geland toen zijn gsm ging. De Labour-functionaris uit Londen belde, zei ze, omdat ze bang was dat de regering voor de cruciale stemming over de nieuwe terreurwet straks stemmen tekort zou komen. En een nederlaag zou hard aankomen. Het zou niet alleen een klap zijn voor de omstreden wet, maar ook voor de autoriteit van de premier. Want het zou gaan over de eerste nederlaag van Tony Blair in het Lagerhuis.

Brown wist wat hem te doen stond. Hij liet zich bij de Israëlische en Palestijnse regeringsleiders verontschuldigen en nam het eerste toestel terug naar Londen. Hij was het vliegveld van Tel Aviv niet af geweest. Niettemin verloor Labour het amendement om terreurverdachten negentig dagen in voorarrest te houden, en wel met een onverwacht grote meerderheid van 31 stemmen.

Het zijn zware tijden voor Tony Blair. De zwaarste sinds... de laatste zwaarste tijden. Maar verhalen over het einde van Labours succesvolste regeringsleider zijn, zeggen zijn medewerkers, schromelijk overdreven. Blair heeft meer politieke stormen meegemaakt. Ze dienden enkel om de mythe van 'Tefal Tony' te voeden. Blair bleef niet alleen overeind, hij is de populairste Britse partijleider. Onder Blair won Labour drie verkiezingen. Maar het zijn niet de kiezers die hem dwarszitten, het zijn zijn eigen fractieleden.

Blair was nooit geliefd in zijn partij, die hem ziet als een vreemde eend in de socialistische bijt. Hij hing nooit het traditionele Labour-credo aan en neigde des te meer naar het vrijemarktconcept. 'In feite', zegt kamerlid Roy Hattersley, 'is er geen premier sinds de Tweede Wereldoorlog, inclusief Margaret Thatcher, die zo heilig gelooft in de economische geneeskracht van de markt als hij.'

Labour vergaf het hem allemaal omdat Blair de partij kiesbaar maakte. Het was met Labour als met Engelse voetbalsupporters. Als fan van Manchester United of Chelsea walg je misschien van de buitenlandse miljardairs die de club bezitten en met helikopters naar het stadion komen, maar die nieuwe eigenaren garanderen de club wel een plaats bovenin de eredivisie.

Blair was, toen hij in 1997 Downing Street betrok, een nieuw soort politicus. Jong, de betrokken vader van een opgroeiend gezin, iemand die je je achter een winkelwagentje in Marks & Spencer kon voorstellen. Hij bracht, behalve zijn ambities en een rotsvast geloof in zijn eigen kunnen, een eigen stijl mee. Van huis uit een jurist was zijn politieke ervaring beperkt tot de oppositiebanken. Hij had nooit een ministerie bestuurd. Het meest ingewikkelde dat hij overzien had, schamperde de oppositie, was een gezinsvakantie naar Korfoe.

Desondanks was Blair niet van plan zich de stoffige, antieke gebruiken van Downing Street te laten aanleunen. Hij benoemde speciale adviseurs waar zijn voorgangers ambtenaren hadden ingezet. Hij leunde zwaar op een handjevol bevriende Labour-medewerkers. Zijn informaliteit werd zijn handelsmerk. Op persconferenties is zijn taalgebruik bezaaid met 'hey guys' en 'you know'. 'Hi', was zijn eerste opmerking tegen de uiterst correcte kabinetssecretaris Robin Butler. 'Spreek me alsjeblieft met Tony aan.' Vorig jaar gaf diezelfde Butler in zijn onderzoeksrapport naar de oorlog in Irak een vernietigend commentaar op de slordige, 'sofastijl van regeren' die Blair invoerde.

Blair bestuurt vanuit de zitbank, bevestigt Lance Price, die de eerste jaren een van de woordvoerders van 'Nummer Tien' was. De Britse premier is een liefhebber van vrijetijdskleding en elektrische gitaren, en hij vermijdt bureaus en harde, rechte stoelen liever. 'De sofa is de plek waar de beslissingen genomen worden', zegt Price. 'Dat is Blairs manier van werken: hij nodigt je uit voor een discussie. Hij is heel informeel, iedereen in Nummer Tien spreekt elkaar aan bij de voornaam. Op de sofa worden openhartige, nuttige gesprekken gevoerd. Ik vond het altijd een hele eer een van die mensen te zijn die de premier op die manier beter leerden te begrijpen.' Het probleem is echter dat die besprekingen niet officieel zijn, dat er geen notulen gemaakt worden 'en dat het heel goed mogelijk is van die bijeenkomsten weg te lopen met andere mensen die allemaal een andere indruk hebben van wat er nu eigenlijk gezegd is'.

De sofastijl irriteerde niet alleen kabinetssecretaris Butler, 's lands meest vooraanstaande regeringsambtenaar, maar is een doorn in het oog van de meeste ministers. Lang voordat het Britse kabinet op donderdagochtenden is aangeschoven voor de een uur durende vergadering, heeft Downing Street de belangrijkste beslissingen al genomen. De presidentiële instincten van Tony Blair hebben het idee van een gezamenlijk commando getorpedeerd. 'Er is geen gezamenlijke verantwoordelijkheid omdat er geen gezamenlijkheid is', zegt gewezen minister Clare Short. 'Er zijn enkel opdrachten van bovenaf.' Voeg daarbij de klacht van de fractie dat ze permanent genegeerd wordt, en Blairs autocratische stijl zou op een lijn zitten met die van Stalin, Mussolini, Napoleon en Thatcher. Waarbij de vergelijking met de laatste voor Labour het pijnlijkst is.

Qua temperament is de Britse regeringsleider iemand die liever afgaat op zijn instinct dan op advies van anderen. Zijn geduld met instituten en systemen is minimaal. 'Hij wil niet horen dat iets niet gedaan kan worden', zegt Price. Hij herinnert zich hoe sommige collega's met slaande deuren uit een 'sofabespreking' terugkwamen, klagend dat 'hij het fucking onmogelijke' wil.

Blair heeft emmers vol van 'the vision thing', maar details vervelen hem. Hij is sterk geneigd zelf zaken over te nemen en ministers opzij te schuiven. Of het nu gaat om Noord-Ierland, de terreurwet of Irak. Dat plotselinge ingrijpen hoeft overigens niet lang te duren. Een Europees parlementslid vergeleek de aandacht van de Britse regeringsleider voor de Europese Unie met die van een vuurtoren: een straal die heel intensief en gericht is, maar altijd van korte duur.

De Britse premier kent maar een manier van besturen en die laat zich samenvatten als 'ik ga, volg mij'. Elf jaar lang heeft de partij zich door Blair laten leiden. Zijn charme, scherp gevoel voor tactiek en beoordelingsvermogen maakten hem leider. Zijn capaciteit als geen ander de gemoederen van de kiezers te verwoorden, maakten van hem een uitgelezen premier. Dankzij zijn overtuigingskracht volgde Labour hem zelfs naar plekken waar het niet heen wilde, zoals Irak.

Maar niet meer. Het is met vertrouwen in politici als met maagdelijkheid, schreef de Britse zondagkrant The Observer. Het heeft alleen maar waarde als het intact is. Blairs persoonlijke overtuigingskracht overhaalde de Labour-fractie destijds te geloven dat Saddam Hoessein massavernietigingswapens bezat. Toen er geen gevonden werden, werd Blair gezien als manipulator, en de oorlog als zijn grootste politieke misrekening.

Volgens de pas verschenen, omstreden memoires van de Britse oud-ambassadeur in Washington Christopher Meyer, is Blair geen sterke leider. Hij zou zich voor de kar van de Amerikaanse president, George W. Bush, hebben laten spannen. Hij zou zich hebben laten inpakken door de glamour, glans en macht van Washington, door de helikopters die hem van hot naar haar brachten, de acteurs uit Hollywood, de zoemende limousines. In plaats van de Amerikaanse president tot omzichtigheid te manen inzake Irak, zoals Frankrijk en Duitsland deden, liet Blair na zijn invloed in Washington aan te wenden en Bush af te remmen.

Dit is Blairs derde en laatste regeertermijn. Hij stapt op voor de volgende verkiezingen. Omdat hij zich sterk bewust is van zijn politieke nalatenschap, heeft de premier zich gestort op een laatste poging de Britse sociale infrastructuur te reorganiseren. Hij heeft haast zijn levenswerk af te maken. Sommige Labour-parlementsleden hebben haast om van hem af te komen.

Blair verloor zijn eerste stemming en de fractie heeft bloed geproefd. Labour-rebellen weten zijn nederlaag aan arrogantie, een weigering te luisteren, advies te accepteren en de fractie te raadplegen. Er is weinig kans dat zijn radicale hervormingsprogramma het daglicht zal zien. En dat, gelooft hij zelf, is zijn grootste falen: dat hij in de eerste jaren van zijn premierschap, toen zijn meerderheid hem onaantastbaar maakte en de goodwill unaniem was, toegaf op dingen waarin hij geloofde. Hij sloot te veel compromissen. Hij had toen in de vierde versnelling door moeten stoten om de openbare diensten te hervormen.

Blair heeft acht jaar lang met absoluut gezag geregeerd. Vergeet gedragscodes of constitutionele aardigheden: in de Britse politiek kan een partijleider met een meerderheid van pakweg honderd zetels doen wat hij wil. Aan het hof van Tony kon de cultuur van regeren-via-de-sofa wortel schieten, om sindsdien te bloeien zoals het zelfs tijdens het Thatcher-tijdperk niet gedaan had.

Maar sinds de verkiezingen in mei heeft Blair aan gezag ingeboet. De gloriedagen zouden voorbij zijn, zijn laatste regeertermijn een vallen en opstaan naar een haastig, onelegant einde. 'Alle politieke carrières eindigen in een mislukking', zei het parlementslid Enoch Powell eens. Het is onwaarschijnlijk dat het beter wordt voor Blair. Partij en fractie zijn hun geloof in hem aan het verliezen. Alleen Blair heeft nog alle vertrouwen in zichzelf.

Lia VANBEKHOVEN

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud