Begrotingsoverschot moet naar 1,5 procent om Zilverfonds te stijven

(tijd) - Om de kostprijs van de vergrijzing te kunnen opvangen, is het nodig dat het begrotingsoverschot tegen 2010 opgetrokken wordt tot 1,5 procent van het BBP. Dat overschot moet integraal naar het Zilverfonds vloeien. Dat schrijft de Hoge Raad van Financi?n in zijn jaarverslag voor 2002. Voor 2003 neemt de Raad genoegen met een overschot van 0,3 procent.

Paul van Rompuy, voorzitter van de afdeling 'Financieringsbehoeften' van de Hoge Raad van Financi?n, overhandigde het jaarverslag gisteren aan de federale ministers van Begroting, Johan vande Lanotte (sp.a), en van Financi?n, Didier Reynders (MR). Die overhandiging kan beschouwd worden als het offici?le startschot van de begrotingsopmaak voor 2003. Vandaag maakt de federale regering al de resultaten bekend van een tweede begrotingscontrole voor 2002. Grote ingrepen worden daarbij niet verwacht.

Maar in de komende jaren moeten de verzamelde overheden van dit land wel een ambitieus begrotingsbeleid voeren, schrijft de Raad in zijn verslag. Dat is in hoge mate ge?nspireerd door een rapport dat in april voorgesteld werd door de pas opgerichte Studiecommissie voor de Vergrijzing. Uit die ramingen 'blijkt duidelijk dat het louter aanhouden van een budgettair evenwicht over de horizon 2002-2030 niet volstaat om het hoofd te bieden aan de bijkomende sociale kosten van de vergrijzing', schrijft de Raad.

Het lopende stabiliteitsprogramma voor de overheidsfinanci?n mikt al op een overschot van 0,7 BBP-procent tegen 2005. De Raad pleit ervoor dat dit overschot tegen 2010 opgetrokken wordt tot 1,5 procent. Dat percentage moet dan minstens vijf jaar aangehouden worden. Het overschot moet volledig overgedragen worden naar het Zilverfonds. De versnelde afbouw van de schuld en de rentelast, die het gevolg is van de stortingen in het Zilverfonds, kan gebruikt worden om de kostprijs van de vergrijzing op te vangen. De Studiecommissie voor de Vergrijzing schat dat het aandeel van de pensioenen en gezondheidszorgen in het BBP tussen 2005 en 2030 met 4,1 procent zal stijgen.

De Hoge Raad vraagt wel dat er tegelijk werk wordt gemaakt van 'een structurele verhoging van de werkgelegenheidsgraad'. Want 'zelfs een lichte verhoging van de leeftijd waarop men uit de arbeidsmarkt treedt, heeft een substantieel budgettair effect'.

Voor volgend jaar toont de Hoge Raad zich niet overdreven streng. Volgens het stabiliteitsprogramma moest in 2003, voor alle overheden samen, een begrotingsoverschot van 0,5 BBP-procent bereikt worden. Maar omwille van de tegenvallende conjunctuur neemt de Raad genoegen met 0,3 procent.

De ministers Reynders en Vande Lanotte lieten in een gezamenlijke reactie weten dat ze het eens zijn met de aanbevelingen. Ze wijzen er wel op dat het streefdoel van een overschot van 0,3 procent in 2003 'een niet te onderschatten inspanning' zal vergen, omdat het gerealiseerd moet worden op een moment dat de belastingverlaging op kruissnelheid komt en enkele eenmalige factoren, die de begroting van 2002 gunstig be?nvloeden, wegvallen.

IB

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud