Belgisch imago krijgt deuk bij investeerders

(tijd) - Op de lijst van het World Economic Forum (WEF) met de meest concurrentiële landen zakte België deze week van de 25ste naar de 31ste plaats. Het rapport verdeelde gisteren de Belgische politieke wereld in believers en non-believers. Helaas leggen heel wat buitenlandse investeerders hun oor niet te luisteren in de Wetstraat, maar hebben ze wel het WEF-lijstje met veel aandacht gelezen.

Premier Guy Verhofstadt (VLD) en de Vlaamse minister-president, Yves Leterme (CD&V), reageerden gisteren uiteenlopend op de slechte beurt die ons land maakte. Verhofstadt relativeerde het rapport. Leterme nam het au sérieux. De cijfers komen niet als een verrassing, zei de Vlaamse minister-president.

Leterme kan het zich politiek makkelijker veroorloven die conclusie te maken dan zijn federale tegenhanger, premier Guy Verhofstadt (VLD). Leterme is nog maar een dik jaar minister-president. Zijn partij was de vijf jaren daarvoor niet aan de macht. Als het slecht gaat met de economie, is dat niet zijn schuld, luidt de politieke redenering.

Tegelijk heeft hij het voorbije jaar het juiste discours gevoerd om de cijfers van het WEF ernstig te kunnen nemen. Leterme riep in het Vlaams Parlement al meermaals op tot een 'sense of urgency': de mensen moeten zich ervan bewust worden dat onze welvaart niet vanzelfsprekend en zelfs in gevaar is. In zijn Septemberverklaring trok hij maandag voluit de kaart van meer investeringen in het economische weefsel.

Voor premier Guy Verhofstadt ligt het politiek moeilijker om het rapport van het WEF klakkeloos te aanvaarden. Hij is al sinds 1999 aan de macht en moet aantonen dat hij de problemen al hééft aangepakt. Verhofstadt wees er gisteren op dat de Belgische concurrentiekracht volgens recente studies beter wordt. Het WEF gaat er bovendien vanuit dat België een tekort op de begroting heeft en dat klopt niet, reageerde de woordvoerder van Verhofstadt.

Geeft het rapport een fout beeld van de Belgische economie? Misschien wel. Helaas is het een beeld dat kan tellen. Het WEF is niet zomaar een clubje dat lijstjes maakt. Vorig jaar namen 2.250 mensen deel aan het World Economic Forum in het Zwitserse Davos. Ze kwamen uit 96 landen. Onder hen twintig staatshoofden en zeventig ministers. Ruim de helft van het gezelschap vertegenwoordigde het topkader - de decision makers - van de grootste duizend bedrijven ter wereld. Microsoft-baas Bill Gates is elk jaar van de partij in Davos.

Het rapport van het WEF - de organisatie heeft de studie zelf gemaakt - wordt naar alle leden van het selecte Zwitserse clubje doorgemaild. En zoals dat gaat met rapporten, wordt het niet altijd tot in de kleine lettertjes gelezen. Net daarom maakt het WEF een snelle samenvatting door 117 landen te ordenen volgens hun concurrentiekracht. 'Zes plaatsen achteruit' zijn wellicht de drie woorden die bij de meeste decision makers blijven hangen als ze aan de Belgische concurrentiepositie denken.

De nuanceringen van premier Guy Verhofstadt houden inhoudelijk wellicht steek, maar herstellen niet de schade die het Belgische imago heeft opgelopen bij de buitenlandse investeerders. Het probleem is niet zozeer dat België op het concurrentielijstje Qatar, Chili en Maleisië moet laten voorgaan. Het probleem is vooral dat van de oude EU-lidstaten alleen Griekenland en Italië het slechter doen.

Wie vanuit Frankrijk België binnenrijdt via Valenciennes, kan dat vaststellen aan de grote Toyota-fabriek die vlak bij de grens is neergezet. Frankrijk haalde die investering binnen, omdat het van Valenciennes een fiscaalvriendelijke 'zone franche' maakte, een lokmiddel dat Wallonië nu in haar Marshallplan heeft opgenomen.

'Wij bewegen niet, terwijl landen als Frankrijk, Nederland en Duitsland maatregelen nemen om de arbeidsmarkt te hervormen en het ondernemerschap te bevorderen', reageerde Rudi Thomaes van de werkgeversorganisatie VBO gisteren. Volgens hem werpen die maatregelen vruchten af. In Duitsland en Nederland stijgt de export, met als gevolg dat het marktaandeel van België daalt. De christelijke vakbond ACV relativeerde het belang van lijstjes.

'De PS beseft maar al te goed dat de economische ontwikkeling van België kan worden verbeterd', zei de woordvoerster van partijvoorzitter Elio Di Rupo. Ook op federaal niveau is de regering volgens haar op de goede weg om de concurrentiepositie van ons land te verbeteren. 'Het debat over het loopbaaneinde en de sociale zekerheid is daarom van cruciaal belang.'

Bart HAECK

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud