'Belgisch textielinterieur speelt nog steeds mee op wereldniveau'

GENT (tijd) - De Belgische textielinterieurfabrikanten scoren nog steeds hoog in de wereldranglijsten. België is de op een na grootste fabrikant van meubelstoffen en van badstof. Toch dreigt ook hier het Chinese gevaar onder de vorm van de massale invoer van Chinese zitmeubels. Daardoor dreigt de sector een belangrijke afzetmarkt, de Oost-Europese meubelfabrikanten, kwijt te spelen. 'Bovendien gaat om oneerlijk eenrichtingsverkeer. Onze uitvoer naar China wordt onmogelijk gemaakt door torenhoge niet-tarifaire heffingen', zegt Fa Quix, algemeen directeur van de textielfederatie Febeltex.

'Intirio is goed begonnen. De fabrikanten zijn hoopvol. Ook op de buitenlandse textielbeurzen Domotex en Heimtextil in januari was de stemming positief. Hopelijk zal dat optimisme zich de komende maanden in een aantrekkende activiteit in de textielsector vertalen', zegt Fa Quix, algemeen directeur van de textielfederatie Febeltex.

Januari en februari zijn voor de textielfabrikanten traditioneel drukke reismaanden. Dan is het beurzentijd en slaan de meeste fabrikanten van huislinnen en interieurdecoratie achtereenvolgens hun tenten op in Frankfurt op Heimtextil of in Hannover op Domotex. De huislinnen- en decoratiebeurs in Gent vormt de hekkensluiter van de voorjaarsbeurzen.

Interieurtextiel is het belangrijkste deelsegment van de Belgische textielnijverheid, goed voor 42 procent van de omzet. Interieurtextiel is de verzamelnaam voor alle vormen van binnenhuistextiel gaande van tapijt, meubelstoffen, gordijnstoffen, bedlinnen tot en met huishoudlinnen. In ons land zijn 220 bedrijven actief in de sector. Die draaien samen een omzet van zo'n 2,730 miljard euro. Tapijt is de belangrijkste niche in de subsector, goed voor de helft van de omzet van interieurtextiel.

Op Intirio is de tapijtsector, op een hier en daar verdwaald karpet na, traditioneel niet aanwezig. Zonder de tapijtboeren telt de interieurdecoratie in ons land een 100-tal bedrijven, goed voor zo'n 8.000 jobs. Bovendien heeft de sector nog steeds wereldallures.

België is nog steeds de grootste producent van matrastijk ter wereld. Na Italië mag ons land zich de grootste meubelstoffenfabrikant noemen. België is ook de op een na grootste producent van badstof. 'Dat zijn zaken die nauwelijks geweten zijn. Dat is het eeuwige probleem van de sector. Iedereen denkt dat de textielsector op sterven na dood is. Terwijl de sector nog heel wat goed bedrijven telt', zegt Quix.

Toch kan ook Quix niet verbloemen dat 2005 de annalen van de textielgeschiedenis zal ingaan als slecht. 'Vorig jaar zat zowat alles tegen, zeker in de eerste jaarhelft. Er was de dure euro die de export buiten de eurozone bemoeilijkte, het zwak consumentenvertrouwen en de slabakkende consumptie in de EU, de stijging van de energiekosten en van de grondstofprijzen voor ondermeer synthetische vezels', verduidelijkt Quix. Daardoor liep de uitvoer van interieurtextiel, goed voor 70 procent van de omzet, met 11 procent terug. 'Vorig jaar was moeilijk, maar naar het einde van het jaar trad er een verbetering op en de eerste signalen van 2006 zouden er op wijzen dat de verbetering aanhoudt', zegt Quix.

Hoewel het afschaffen van de textielquota begin 2005 nauwelijks gevolgen heeft gehad voor interieurtextielfabrikanten dreigt het gele gevaar de sector toch onrechtstreeks parten te spelen. 'De jongste jaren neemt de invoer van Chinese zitmeubels enorm toe. Hierdoor dreigt de textielinterieursector een belangrijke afzetmarkt te verliezen. Er wordt nog steeds een groot deel van de zitmeubels voor de Belgische markt in Oost-Europa gemaakt. De Oost-Europese meubelfabrikanten zijn belangrijke afzetnemers van Belgische meubelstoffen. Als zij van de kaart worden geveegd door de Chinezen heeft dat ook zijn repercussies voor de Belgische meubelstoffabrikanten', zegt Quix. 'Te meer omdat onze meubelstoffabrikanten niet met gelijke wapens kunnen vechten tegen hun Chinese collega's. China en India zijn in theorie potentiële afzetmarkten voor België. Maar in de praktijk krijgen we er geen voet aan de grond. Bovenop de 15 procent officiële invoerrechten komen zoveel andere heffing waardoor je aan een meerkost van 50 à 100 procent komt. Dat moet dringend iets aan gedaan worden', besluit Quix. Gerda ACKAERT

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud