Belgische cementproductie kreunt onder Duitse import

BRUSSEL (tijd) - Bij de cementbedrijven CBR en Holcim, het vroegere Ciments d'Obourg, wordt drastisch in het personeelsbestand gesnoeid. De toenemende invoer van cement, vooral vanuit Duitsland, dwingt de bedrijven maatregelen te nemen om de kosten te drukken. Nadat de grondstoffen- en energiekosten tot een minimum zijn teruggedrongen, volgt nu de pijnlijkste besparingsronde, die op de loonkosten, zeggen vertegenwoordigers van beide bedrijven.

De cementsector maakt een crisis door. Het verbruik stagneert, terwijl de invoer een opstoot kent. Dat dwingt de bedrijven in de sector tot ingrijpende maatregelen. Sedert vier à vijf jaar vindt een stabilisatie in het verbruik van cement plaats. In 2000 lag het verbruik nog boven 6 miljoen ton om dan te dalen naar 5,50 miljoen ton in 2002. Dat niveau wordt gehandhaafd. In vergelijking met de jaren 90 is sprake van een daling met 3,4 procent.

Jean-Pierre Jacobs, de algemeen directeur van de Federatie van de Belgische Cementnijverheid (Febelcem), vindt de situatie geenszins alarmerend. Hij wijst erop dat de daling in het verbruik in Frankrijk en Duitsland veel sterker is geweest. Hij stelt dat de laagconjunctuur in Duitsland wel bijzonder lang aanhoudt en dat er nauwelijks verbetering in zicht is.

De situatie in ons land zal niet snel verbeteren, vreest Jacobs. 'Noch de residentiële noch de bedrijfsmatige bouwmarkt gaat er op vooruit. Op de residentiële markt neemt de omvang van woningen af, terwijl het aandeel van renovaties groter is dan ooit tevoren. In renovaties ligt het cementverbruik uiteraard lager dan in nieuwbouw.'

'Voor een opleving in de niet-residentiële bouw blijft het wachten op een sterke verbetering van de algemene economische conjunctuur. Dan zijn er de openbare werkzaamheden, die ook niet meteen een mooie toekomst voor zich hebben. De HST-werken naderen hun einde. Gelukkig is er nog de Antwerpse Ring.'

Tegenover een stagnerende markt staat een forse toename van de invoer. In 2003 bedroeg het totale volume van ingevoerde cement 1,16 miljoen ton. Dat is een stijging met 43 procent ten opzichte van de 816.000 ton van 2002. De omvang van het fenomeen is van die aard dat de huidige penetratiegraad van de invoer reeds meer dan een vijfde van het Belgische cementverbruik bedraagt. Tien jaar geleden was dat nog 9 procent. En de trend zet zich door.

In de Belgische cementsector zijn drie producenten actief: CBR, een dochter van het Duitse HeidelbergCement, Holcim België, een dochter van het Zwitserse Holcim, en CCB, een dochter van het Italiaanse Italcementi.

André Jacquemart, de algemeen directeur van CBR en het Nederlandse ENCI, stelt dat vooral de invoer vanuit Duitsland voor problemen zorgt. In 2002 hielden de invoer van landen binnen en die van buiten de EU elkaar nog in evenwicht. Die situatie is vorig jaar drastisch veranderd. De invoer vanuit de EU-landen vertegenwoordigde toen zowat 75 procent van het in België ingevoerde volume.

Buiten de EU profileerden vooral de landen rond de Middellandse Zee (Egypte-Turkije) en de Aziatische landen zich als sterke exporteurs. Jacquemart meent dat de oplopende transportkosten als gevolg van de hoge olieprijzen en het gebrek aan aangepaste schepen de invoer van buiten de EU afremmen.

Daartegenover staat de invoer vanuit Duitsland die de hoogte is ingeschoten. De langdurige bouwcrisis in Duitsland en de daaruit voortvloeiende overcapaciteit aan cement zijn daar debet aan. Bovendien dient opgemerkt dat de Duitse markt niet de consolidatie heeft doorgemaakt die in ons land heeft plaatsgevonden. Tal van kleinere cementproducenten brengen er producten op de markt die voldoen aan de kwaliteitseisen die in ons land en de EU van kracht zijn. Zij slagen erin die producten goedkoper op de markt te zetten. Dat betekent niet dat er van dumpingpraktijken sprake is, zegt men bij CBR. Wel dat er op het scherp van de snede wordt verhandeld.

Volgens André Jacquemart en ook Vincent Bichet, de algemeen directeur cementexploitatie bij Holcim France Benelux, hebben de binnenlandse cementproducenten in het verleden een sterke klantenbinding kunnen opbouwen via hun dienstverlening. Dat gebeurde via een op maat berekende levering van verschillende soorten cement, beton en aggregaten. Die dienstverlening vertegenwoordigde een meerwaarde waarvoor de klant wilde betalen. Bovendien hebben de Belgische cementproducenten directe en persoonlijke relaties met hun klanten opgebouwd. De Duitse import daarentegen loopt via een netwerk van traders. Daarbij verdwijnt de persoonlijke band tussen leverancier en klant.

Omdat de prijzen van de concurrerende producenten beneden een bepaald niveau zijn gezakt, is het prijsverschil in sommige gebieden en marktsegmenten echter zo groot dat klanten naar de concurrentie overstappen, constateren de Belgische producenten. Het verschil met Duitse producten ligt rond 15 procent, stelt Bichet. De invoer vindt zijn weg naar alle verkoopkanalen. Dan gaat het zowel om de kleinhandel, de betoncentrales als de aannemers.

Op het vlak van kostenstructuur ziet Jacquemart weinig verschil tussen Duitsland en België. Maar door de crisis op de Duitse bouwmarkt voeren de cementproducenten er al jarenlang een felle prijzenoorlog. Zij hebben kostenbesparingen gerealiseerd die in die tijd volkomen onrealistisch leken. Daarbij werd zowel de organisatie als de productie aangepakt.

Dat de strenge milieuwetgeving in ons land een concurrentieel nadeel zou opleveren, ontkent Jacquemart. Zeker tegenover Duitsland is er weinig verschil in reglementering. Tegenover de landen in het Midden-Oosten en Azië is er wel degelijk een groot verschil. Maar de transportkosten maken dat verschil gedeeltelijk ongedaan, al speelt de lage dollarkoers dan weer in het voordeel van die importeurs.

Bichet stelt dat de productiekosten in de cementbedrijven uit twee hoofdelementen bestaan. Er zijn de energie- en grondstofkosten en de vaste kosten die voor ongeveer 60 procent uit personeelskosten bestaan. Sedert jaren worden de energiekosten teruggedrongen. Door de valorisatie van afvalstoffen werden de thermische kosten steeds verder teruggedrongen en bereiken ze zelfs het nulpunt. Aan de elektriciteitskosten zal verder worden gesleuteld bij een verdere liberalisering van de sector.

Voorts zijn er de vaste kosten, personeel uitgezonderd. Op dat vlak hebben de bedrijven aan schaalvergroting gewerkt om de kosten te drukken. Eerder dit jaar werden de activiteiten van CBR in België en van ENCI in Nederland al onder een noemer ondergebracht. Bij Holcim werd de entiteit France Benelux in 2002 gecreëerd.

Voorts zijn er de kosten van verzekeringen, belastingen, onderhoudskosten,... Kosten waaraan nauwelijks te tornen valt. En er zijn de personeelskosten. Zij vormen de laatste en de pijnlijkste schakel in het besparingsscenario.

Ontslagen zouden er zowel vallen bij Holcim als CBR. Bij CBR zou het om 200 banen gaan en bij Holcim om 115 werknemers. CBR telt in België productiecentra in Gent, Lixhe (bij Luik), Antoing (Doornik) en Harmignies (Bergen) en er is de hoofdzetel in Brussel. De 200 banen zouden vooral in Lixhe, Harmignies en in Brussel sneuvelen. Harmignies lijdt niet direct onder de Duitse invoer, wel onder die uit landen als Denemarken en Egypte, licht Jacquemart toe. In Harmignies wordt wit cement geproduceerd en daarom blijft de site buiten de Duitse invoersfeer. In Antoing blijft alles bij het oude. En ook in Gent vallen geen ontslagen. Gent is een maalstation dat hoogovencement produceert met slakken van de fabriek van Sidmar. De klinker, grondstof voor de cementproductie, wordt er aangeleverd vanuit Antoing.

In Nederland heeft ENCI productiecentra in Maastricht, Rotterdam en IJmuiden. Daar zouden 260 banen verloren gaan. In Maastricht wordt de stillegging van de cementoven overwogen. De vestiging zou dan enkel nog als maalinstallatie opereren. Vanuit Lixhe zal dan de klinker worden aangevoerd, zoals de maalinstallatie van IJmuiden al vanuit Antoing wordt bevoorraad. Voor de Nederlandse klanten zal de operatie geen verschil uitmaken.

De activiteiten van Holcim vinden plaats in de cementfabriek van Obourg, de maalinstallatie van Haccourt (Luik) en de terminal in Antwerpen. Daar bevindt zich een maalstation voor specifieke soorten cement waaronder hoogovencement. De terminal zal de regio Antwerpen en Zuid-Nederland bestrijken. Bij Holcim zouden 115 banen sneuvelen in de fabriek van Obourg. Tegen 2007 moet de fabriek zodanig hervormd en geherstructureerd zijn dat ze uitkomt op een kostenniveau en een productiviteit die haar voortbestaan verzekert.

Bij Compagnie des Ciments Belges (CCB), de derde speler op de Belgische markt, is geen herstructurering van het personeelsbestand aan de orde, zegt Jean-Jacques Carbonelle, de algemeen secretaris.

Jacobs stelt dat niet op een verbetering van de markt kan worden gewacht vooraleer tot maatregelen over te gaan. Hij meent dat bedrijven economisch gezond moeten kunnen opereren, ook wanneer de conjunctuur tegen zit. 'De toestand mag er heel wat slechter uitzien dan in 2000, er is geen sprake van een catastrofe,' zegt Jacobs.

Jacquemart en Bichet bevestigen dat de resultaten de jongste jaren terugvallen. Precieze cijfers per land worden door geen van beide groepen meegedeeld. Bichet stelt dat de afdankingen er komen op het ogenblik dat de gang van zaken nog niet dramatisch is. Dat laat ook toe de nodige middelen voor een herstructurering met een industrieel plan voor de komende jaren uit te trekken. Dat plan moet de toekomst van de Belgische vestiging in Obourg veilig stellen. Alleen al het budget voor vorming wordt verdubbeld. Op die manier kunnen werknemers tot een grotere polyvalentie worden omgeschoold.

Jacquemart voegt eraan toe dat veel oudere werknemers CBR wellicht zullen verlaten en dat daarom een belangrijke mate van kennisoverdracht naar jongere werknemers zou moeten plaatsvinden. De hoogte van de herstructureringskosten kan nog niet worden vastgelegd want de onderhandelingen over de reorganisatie lopen nog.

WB

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud