Ben vs Wen

©mfn online editor import

2009 was het jaar van China. Terwijl het ‘rijke’ Westen kuchend uit de Grote Recessie overeind krabbelt, is het in China business as usual. Het IMF raamt dat de Chinese economie dit jaar 8,5 procent groeit, nauwelijks minder dan de 9 procent in 2008 en 2010. Vergelijk dat met de ontwikkelde economieën: die stevenen af op een collectieve waardevernietiging van 3,4 procent, voorafgegaan en gevolgd door een schuchtere groei van 1 procent in 2008 en 2010.

(tijd) - China haalde dit jaar zo goed als zeker Japan in als de grootste Aziatische economie en de tweede economie ter wereld na de Verenigde Staten. En onttroonde Duitsland als grootste exporteur ter wereld. Logisch dus dat China een grotere inspraak eist en krijgt op het wereldtoneel.

China is nu al een van de invloedrijkste stemmen in de G20, die het ‘westers’ G8-clubje onttroond heeft als het wereldwijde overlegorgaan. Maar net zoals de opmars van de VS aan het begin van de vorige eeuw niet zonder wrijvingen met het toenmalige nummer één - het Verenigd Koninkrijk - verliep,  verloopt ook nu de ‘cohabitation’ tussen de tanende en de opkomende grootmacht niet rimpelloos.

Peking bekijkt het nulrentebeleid in de VS met een scheef oog. Liu Mingkang, voorzitter van de Chinese bankcommissie, waarschuwde dat dat nulrentebeleid wereldwijd, vooral in opkomende markten, zeepbellen dreigt op te blazen.

Ben Bernanke kaatste begin december in ongewoon duidelijke taal de bal terug. Hij bezwoer Amerikaanse senatoren dat er in de VS ‘geen nieuwe zeepbellen’ zijn. Het buitenland is een andere kwestie, maar dat is zijn probleem niet. ‘Landen die daarover bezorgd zijn, hebben eigen instrumenten om zeepbellen in eigen land te bestrijden’, stelde Bernanke. Lees: als China bezorgd is over lokale zeepbellen, moet het zijn munt maar laten stijgen om de economie af te koelen.

Want daar knelt het schoentje. China koppelt de yuan sinds midden 2008 strak aan de dollar. Europese en Amerikaanse oproepen om de yuan te laten verstevigen, en zo westerse exporteurs wat meer ademruimte te verschaffen, vallen in dovemansoren. ‘Niets van’, herhaalde dit weekend Wen Jiabao in een zeldzaam interview. ‘De yuan stabiel houden is onze bijdrage aan de internationale gemeenschap, op een tijdstip waar de wereldmunten gedevalueerd zijn’, sneerde de Chinese premier aan de Amerikanen.

Wen zou beter moeten weten. De yuan koppelen aan een tuimelende dollar is niet de munt ‘stabiel’ houden. Bovendien voert China door de muntkoppeling de facto het Amerikaanse nulrentebeleid in. En dat voedt de lokale vastgoedzeepbel en inflatie, twee trends waar Wen zich in hetzelfde interview terecht zorgen over maakt.

De Chinese premier kan eens bij de Aziatische buren spieken: op 29 december 1989 piekte de Japanse Nikkei, voortgestuwd door de lokale vastgoedzeepbel, op net geen 40.000 punten en leek het een kwestie van tijd eer Japan de VS als dé economische grootmacht zou inhalen. Exact 20 jaar later is Japan nog altijd zijn uiteengespatte vastgoedzeepbel aan het uitzweten.

Kurt Vansteeland
Chef Geld&Beleggen

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud