Besparingsregering

©Saskia Vanderstichele

Willen we meer mensen aan het werk krijgen, dan is een verlaging van de loonlasten een absolute noodzaak. Maar opgelet dat het geen vestzak-broekzakoperatie wordt.

Het was een van de weinige thema’s waar elke partij het over eens was in de verkiezingscampagne: de lasten op lonen moeten omlaag. De loonhandicap van onze bedrijven is de voorbije jaren alleen maar toegenomen. Dat met een schok verbeteren, is een van de voornemens van de centrumrechtse coalitie die in de steigers staat. De vier partijen rekenen met de maatregel op 30.000 extra jobs, vernam De Tijd. Al valt, als de bestaande kortingen mee in rekening worden gebracht, de schok terug op ‘slechts’ 2 tot 2,5 miljard euro. Dat komt neer op een lastenverlaging voor de bedrijven van minder dan 2 procent. Dat is niet zo gigantisch.

Het principe valt alleen maar toe te juichen. ‘De creatie van jobs is de sleutel voor de financiering van onze pensioenen en gezondheidszorg’, verklaarde coformateur Charles Michel (MR) gisteren. Willen we niet dat onze welvaartsstaat ontploft, dan zullen we met meer mensen moeten werken en langer moeten werken en dus ook bijdragen betalen. Maar bedrijven gaan pas investeren in werkgelegenheid in België als die arbeid niet buitensporig duur is in vergelijking met andere Europese landen. Over de concurrentie met ­lagelonenlanden spreken we dan nog niet eens.

Alleen moeten de vier regeringspartijen er wel op toezien dat op korte termijn het begrotingsplaatje wel klopt. Bij een te leveren inspanning van 17 miljard euro - in de praktijk zal de soep minder heet gegeten worden dan ze werd opgediend - gaan door een verlaging van de RSZ-bijdragen eerst op korte termijn minder ontvangsten binnenkomen. Dat verzwaart de besparingsinspanning. Pas op langere termijn zijn de positieve effecten van jobcreatie voelbaar.

In de tussentijd is het belangrijk dat die lastenverlaging niet zomaar ‘gecompenseerd’ wordt door allemaal andere belastingverhogingen. Anders blijft het overheidsbeslag even groot en wurgt dat de economische slagkracht.

De enige oplossing is dan vakkundig te besparen. Niet met de botte bijl, maar zeer gericht. De toekomstige regering moet er zorgvuldig over waken dat ze het economisch herstel niet kapot saneert en toch op het niet-essentiële bespaart. Een huzarenklus. Dat de onderhandelaars voor die besparingen willen werken via allerlei ‘normen’, een principe waardoor op verschillende domeinen weer overal een beetje wordt bespaard, is niet het beste vertrekpunt. Als deze coalitie echt een breuk wil maken met het verleden, moet ze op dat vlak echt keuzes durven te maken. En niet zomaar overal besparen.

Of zoals overheidsmanager Frank Van Massenhove het dit weekend in De Tijd verwoordde: ‘Iedere regering hoort een besparingsregering én een investeringsregering te zijn.’ Het drama is dat we nu dreigen uit te monden in besparingsregeringen die ook snijden in dingen die wel werken. Of dat er niet voldoende kan worden geïnvesteerd in dingen die echt nodig zijn omdat er geen reserves zijn aangelegd tijdens de jaren met een sterke economische groei.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud