Hoofdredacteur

Bart Verhaeghe schrijft met Club Brugge een indrukwekkend ondernemersverhaal. Maar een kampioen op het veld is nog geen beurskampioen.

Tien jaar nadat hij aan boord is gekomen bij de West-Vlaamse voetbalclub - eerst als adviseur, bestuurder, dan als voorzitter en in 2012 als eigenaar - stoomt Bart Verhaeghe Club Brugge klaar voor de beurs. Hij gaat er op zoek naar miljoenen euro die een nieuwe turbo moeten zetten op zijn boomende voetbalbedrijf. De lefgozerij van Verhaeghe en het traject dat hij neerzette bij blauw-zwart verdient respect.

Toen de vastgoedondernemer zijn intrede maakte, was Club een ingedommelde ledenvereniging zonder businessplan, zonder langetermijnvisie en zonder succes. Lokale notabelen runden de club, er groeide gras in de kleedkamer, supporters van de tegenstander zongen 'Ze worden nooit meer kampioen', verwijzend naar de toen recentste titel, die al van 2005 dateerde. Verhaeghe ging in zijn beginjaren in het voetbal een paar keer stevig op zijn bek, maar met vallen en opstaan en ondanks veel hoongelach kreeg hij het huis op orde.

Het siert Verhaeghe ook dat hij zijn dromen, onder meer van een modern en groter stadion, wil financieren met privégeld.

Club Brugge steekt er elk jaar wat meer bovenuit in België, is vaste klant in het lucratieve kampioenenbal van de Champions League, en is een financieel gezonde, snelgroeiende kmo. Terwijl recordkampioen Anderlecht schuiven moet uitkuisen op zoek naar centen om te overleven, boekte Club Brugge vorig jaar 24,5 miljoen nettowinst op 137 miljoen euro omzet. Met een spaarpotje van 40 miljoen euro kan het tegen een stootje. En de club slaagt er tot nog toe in zich niet te verbranden aan de vele schandalen die de voetbalwereld rijk is.

Het siert Verhaeghe ook dat hij zijn dromen, onder meer van een modern en groter stadion, wil financieren met privégeld. Dat klinkt evidenter dan het is in België. Concurrent AA Gent is de enige voetbalclub die er de voorbije jaren in slaagde een groot stadiondossier in ons land binnen te koppen. Jammer genoeg hangt rond die operatie tot op vandaag een laag mist, en waren er enkele onduidelijke tussenkomsten van de stad Gent en een lokale intercommunale watermaatschappij nodig om de operatie tot een goed einde te brengen. Het voetbal geniet in België al een fiscaal gunstregime dat terecht wrevel opwekt, daar hoeft geen 'ons kent ons' bovenop om megaprojecten te doen slagen.

Dan doet Verhaeghe er beter aan geld bij de talrijke Club-supporters te gaan zoeken. Hondstrouwe fans steken wat graag centen in een voetbalbedrijf dat ze sowieso als het hunne beschouwen. Toch moeten ze opletten. Voetbalbedrijven zijn zelden een goede investering. Deels door de grilligheid en onvoorspelbaarheid van de sector. Een topspits met een gebroken been kan een boekjaar verknallen. Deels omdat clubs vaak te duur naar de beurs trekken. Voetbal is emotie, en wie zich door zijn hart laat leiden betaalt vaak te veel. Goed voor gewiekste ondernemers met grootse dromen. Maar de al te vurige supporter riskeert een owngoal.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud