Financiële markten kunnen de Belgische economie steviger en weerbaarder maken. Dat jongeren de weg naar de beurs terugvinden, kan daarom een deel van de oplossing zijn.

Vindt een nieuwe generatie beleggers de weg naar de beurs? Een onderzoek van de financieeltoezichthouder FSMA suggereert van wel. In de turbulente maanden maart en april kochten particuliere beleggers drie keer meer dan ze verkochten. En vooral jongeren -  in dit geval zijn dat mensen tussen de 18 en de 35 - toonden interesse.

Het is goed nieuws, waarbij enkele waarschuwingen horen. Niet elke investering op de financiële markten loopt goed af, leert alleen al de crash van de Duitse fintechgroep Wirecard, die maandag opbiechtte 1,9 miljard cash te missen. Een ander voorbeeld is de neergang van de met schulden beladen modegroep FNG.

Het is goed dat jongeren de weg naar de beurs ontdekken.

Toch mogen dergelijke mislukkingen geen reden vormen om de beurs op zich de rug toe te keren. Iedereen moet zijn verantwoordelijkheid nemen. Wie in Wirecard investeerde, wist al jaren dat commotie heerste rond het succes van het bedrijf. Wie in FNG investeerde en de moeite nam de balans te bekijken wist dat de schulden de zwakke plek waren. In goede tijden is winst de vergoeding voor risico. In slechte tijden is er alleen verlies.

De belangrijkste reden waarom we financiële markten nodig hebben, is dat ze de collectieve oerinstincten - de drang iets op te bouwen en de angst het weer te verliezen - ombuigen naar iets wat ook maatschappelijk zinvol is. Dat laatste is het koppelteken spelen tussen de spaarder en bedrijven. Tussen de gezinnen en de ondernemers. Tussen zij met geld zonder ideeën en zij met ideeën zonder geld.

Geweldig systeem

Een van de zwakheden van de Belgische economie is dat het koppelteken al jaren niet meer werkt zoals het ooit wel werkte. De lijst met beursintroducties is de voorbije jaren mager en de lijst met bedrijven die de beurs verlieten te groot.

Dat komt omdat een goed werkend financieel systeem niet eenvoudig is. Er is veel voor nodig. Genoeg handel. Genoeg informatie en analistenadviezen. Genoeg toezicht. Genoeg transparantie voor de investeerders. Genoeg financiering voor het bedrijf zelf. Maar als ze eenmaal werken, vormen markten een geweldig systeem. Ze schuiven de risico’s van het economisch leven door naar zij die ze, de bluts met de buil, durven te dragen. En ze schuiven ze weg van zij die voor die gemoedsrust bereid zijn iets te betalen.

Meer zelfs: een van de kwetsbaarheden van de Europese economie is net dat die te weinig steunt op financiële markten om die risico’s te verspreiden. In plaats daarvan leunt ze heel sterk op de banken, die het geld van de spaarder via leningen naar de bedrijven loodsen.

Net daardoor deed de financiële crisis van tien jaar geleden bij ons de banken veel meer pijn dan in de Verenigde Staten. En net daardoor duurde het ook langer voor Europeanen om de crisis te verteren. Met de coronaschok dreigt de sequel van dat verhaal.

Het is daarom niet toevallig dat een van de tien prioriteiten van de vorige Europese Commissie een kapitaalmarktenunie was, om bedrijven aan goedkopere financiering te helpen, de spaarder meer opties te geven en de hele economie weerbaarder te maken. Het plan staat opnieuw hoog op de agenda van deze Commissie. Als het echt wil slagen, moeten genoeg mensen de beurs omarmen.

Om die reden is het goed dat jongeren de weg naar de beurs ontdekken. Dat ze het op een doordachte en voorzichtige manier mogen doen. En dat ze de eerste zwaluw mogen zijn van een investeringslente.

Lees verder

Gesponsorde inhoud