Blaffende ECB bijt niet

(tijd) - De Europese Centrale Bank (ECB) zal de kortetermijnrente onveranderd laten. Nochtans wijzen enkele factoren op aanstormend inflatiegevaar. De Europese economische groei komt evenwel maar niet uit de startblokken. Tot dat gebeurt, is een stevige anti-inflatieretoriek het enige wapen waarover de bank in de praktijk beschikt.

De Europese economische indicatoren staan op groen. Gezien de druk op de Amerikaanse economie is dat opmerkelijk. Het consumentenvertrouwen berekend door de Conference Board viel terug tot zijn laagste niveau in twee jaar als gevolg van de orkanen. De voorbije jaren herstelde het consumentenvertrouwen telkens na afloop van het orkaanseizoen. De vraag is of dat op de energiemarkten ook dit keer het geval is, gezien de impact van de furies Katrina en Rita.

Zal de Amerikaanse industrie standhouden? Onwaarschijnlijk als de consument het laat afweten. Voor deze week gaan de analisten uit van een daling van de ISM-indices voor diensten en industrie van 53,6 naar 52 punten en van 65 naar 59 punten.

Tegenover de dalende Amerikaanse macro-indicatoren staan stabiele tot stijgende Europese indices. De Duitse IFO-index steeg verder. Eerder ging ook al het Belgische ondernemingsvertrouwen de hoogte in. Deze week kunnen tal van andere belangrijke macro-economische indicatoren die positieve evolutie bevestigen.

De 'standvastigheid' van de Europese economie zal de anti-inflatie-retoriek van de ECB in de nabije toekomst voeden. De ECB vindt dat de kortetermijnrente van 2 procent zich op een niet aangepast 'crisisniveau' bevindt. Er zijn tal van argumenten om die kritiek kracht bij te zetten.

De monetaire politiek versoepelde de jongste maanden de facto als gevolg van de verzwakking van de voor de handel gewogen wisselkoersevolutie van de euro. De jaar op jaargroei van de geldhoeveelheid M3 kwam in augustus uit op 8,3 procent. Voor de leningen aan de privé-sector lag de stijging op 8,4 procent. De toename van de geldhoeveelheid overstijgt al enkele jaren de nominale economische groei. Dat leidt tot een liquiditeitenoverschot.

Een nominale economische groei die enige tijd hoger ligt dan de geldhoeveelheid kan dat overschot wegwerken. Idealiter gebeurt dat door een sterk toenemende reële economische groei. Maar de kans is groot dat die hogere groei zal worden gerealiseerd door een stijgende inflatie. Vrijdag werd de inflatie in de eurozone nog geraamd op 2,5 procent, de grootste stijging sinds mei 2004.

Ook de hogere olieprijzen doen niet het beste verhopen voor het inflatiepeil. Het inflatoire karakter van de hogere olieprijzen blijft totnogtoe beperkt. Maar de ECB vreest vooral voor het tweederonde-effect: stijgende energieprijzen die aanleiding geven tot hogere looneisen. Voorlopig blijft looninflatie achterwege door de forse loonmatiging in landen als Duitsland en Nederland.

Zal de Europese Centrale Bank effectief de rente optrekken? In haar boodschappen zal ze alsmaar meer de nadruk leggen op het gevaar van inflatie. Hopelijk slaagt de ECB er zo ook in de inflatieverwachtingen de kop in te drukken. Maar net als de voorbije jaren is het zeer moeilijk de monetaire politiek te verstrakken zolang de groei laag blijft. Het zal dus blijven bij blaffen zonder bijten.

Koen DE LEUS

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud