Senior writer

Natuur en milieu moesten in het verleden vaak buigen voor de landbouw. Nu is het andersom. De boeren moeten een antwoord op deze nieuwe realiteit vinden.

Een uitspraak van de Raad voor Vergunningenbetwistingen werpt een donkere schaduw over de landbouwsector in ons land. De Raad schrapte de vergunning voor de bouw van een grote kippenstal in het Limburgse Kortessem. Die voldeed nochtans aan de geldende normen in Vlaanderen. Maar de Raad oordeelde dat de Vlaamse normen voor de toegelaten stikstofuitstoot te laks zijn en niet overeenstemmen met de Europese regels.

Als de Raad in alle dossiers deze strenge houding aanhoudt, wordt dat een majeur probleem voor vele Vlaamse veehouderijbedrijven die willen uitbreiden. Een doemscenario dreigt bovendien als deze uitspraak aangegrepen wordt om het hele stikstofbeleid in Vlaanderen onder vuur te nemen.

Grootschalige intensieve veeteelt - kippenkwekerijen, varkenshouderijen en kalverbedrijven - stoot, door de mestproductie die ermee gepaard gaat, veel stikstof uit die de biodiversiteit in onze contreien aantast. De natuur verdient het beschermd te worden. Maar een aantal landbouwactiviteiten wordt daardoor in een erg strak keurslijf gestoken.

Semi-industrieel

Landbouw is een semi-industriële activiteit geworden. Om rendabel te zijn moeten landbouwbedrijven voldoende groot zijn. En ze moeten internationaal concurrerend zijn, want de markt van landbouwproducten kent geen grenzen.

Hebben we in Vlaanderen, met zijn beperkte ruimte, zulke grootschalige veehouderijbedrijven wel nodig? Moeten we niet eerder inzetten op kleinschalige boerderijen die vooral produceren voor de lokale markt? Het klinkt mooi. Maar zijn de consumenten bereid extra in de portemonnee te tasten voor een duurder lokaal product dat in de supermarkt in de rekken ligt naast een goedkoper ingevoerd product?

De Vlaamse veehouderijbedrijven zijn een spil in een keten met een aanzienlijk economisch gewicht. Zijn we bereid die activiteiten en jobs zonder meer op te geven?

Terugschalen betekent zo goed als zeker dat onze kippen-, varkens- en kalverboeren het nog moeilijker krijgen om het hoofd boven water te houden. En dan worden we voor dit deel van onze voedselvoorziening helemaal afhankelijk van het buitenland. Willen we dat?

De Vlaamse veehouderijbedrijven produceren nu ook voor de buitenlandse markt. Ze zijn de spil in een keten met een aanzienlijk economisch gewicht: stroomafwaarts de vleesverwerkende industrie en voedingsnijverheid, stroomopwaarts de veevoederleveranciers. Zijn we bereid die activiteiten, en de vele jobs die ze opleveren, zomaar op te geven?

Technologie

Natuur en milieu zijn belangrijk. Economische welvaart ook. Het komt erop aan die twee te verzoenen. Dat is lastig. Maar we moeten een evenwicht tussen beide zoeken, ook in dit netelige stikstofdossier. De grootste inspanning moet onvermijdelijk van de landbouwsector komen, want langs de kant van natuur en milieu is er weinig speelruimte.

Technologie kan een stuk van de oplossing bieden. Ze kan helpen de stikstofuitstoot van de veehouderij drastisch terug te dringen. Dat vergt zware investeringen, die terugverdiend moeten worden. Dat zal de trend tot schaalvergroting wellicht nog versterken.

De natuur moest vaak buigen voor de landbouw. Nu is het andersom. De boeren zullen een antwoord moeten zoeken op deze nieuwe realiteit.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud