Telenet en DPG Media vormen front tegen de internationale streamingreuzen. Maar is hun bondgenootschap sterk genoeg om het hoofd te bieden aan de buitenlandse agressoren?

De vijand van mijn vijand is mijn bondgenoot. DPG Media en Telenet, de groepen boven de concurrerende commerciële tv-stations VTM/Q2 en VIER/VIJF, gaan samen een betalende streamingdienst - met tv-series, films en andere programma's - opzetten. Zo willen ze een vuist maken tegen de almaar populairdere internationale streamingplatformen als Netflix en Disney+, die kijkers weglokken bij de traditionele tv-zenders en hun verdienmodel onder druk zetten.

In de mediawereld is een omwenteling bezig. Lineair tv-kijken kalft af. Als de commerciële zenders minder kijkers kunnen bekoren, hebben ze het ook moeilijker adverteerders aan te trekken en daaruit inkomsten te puren. Zowel DPG Media als Telenet wordt daarmee geconfronteerd. En omdat jongeren steeds meer tv via het internet consumeren, komen ook de inkomsten die Telenet haalt uit kabelabonnementen onder druk te staan.

Een winkel die weinig waren in de rekken heeft, trekt geen klanten.

Beide bedrijven moéten dus iets doen. En ze werken daarvoor beter samen in plaats van elk hun eigen gang te gaan. Om de concurrentie met de internationale reuzen aan te kunnen moeten ze de geïnteresseerde kijker in Vlaanderen een ruim en divers aanbod van series en films aanbieden. Een winkel die weinig waren in de rekken heeft staan, trekt geen klanten. Maar dé troef die Telenet en DPG Media kunnen uitspelen zijn producties van eigen bodem. Die doen het nog altijd goed bij een belangrijk deel van de tv-kijkende Vlamingen.

VRT

Om beide redenen zou het goed zijn als ook de VRT zich aansluit. Als openbare omroep, vooral gefinancierd via een overheidsdotatie, voelt de VRT financieel niet de impact van het veranderende kijkgedrag. En ziet ze niet meteen de noodzaak om mee te stappen in het initiatief van haar commerciële concurrenten. Het Vlaams regeerakkoord van Jambon I 'vraagt' echter dat de VRT daaraan meewerkt.

De VRT kan niet doen alsof de omwentelingen in de mediawereld volledig aan haar voorbijgaan.

Dat is nodig om het project een grotere slaagkans te geven. De VRT kan niet doen alsof de omwentelingen in de mediawereld volledig aan haar voorbijgaan. Dat de openbare omroep het spel volgens andere regels mag spelen dan de commerciële stations verstoort de concurrentie. Het moet niet verder evolueren naar flagrante concurrentievervalsing. Het speelveld moet enigszins gelijk zijn. 

Als de Vlaamse tv-bedrijven niets ondernemen, worden ze sowieso platgewalst door de internationale reuzen. Maken ze met hun streaminginitiatief, en met de steun van de VRT, wel een kans? Zeker is dat niet. De ervaring in de digitale wereld, die geen grenzen kent, is dat de winnaar alles neemt en er weinig overblijft voor lokale spelers.

Twee of drie directe concurrenten, met verschillende doelstellingen, doen samenwerken in een joint venture op de cruciale eigen thuismarkt is evenmin evident. Er moeten duidelijke afspraken worden gemaakt over de strategie en de verdeling van de lasten en de inkomsten. Als het project de verwachtingen niet inlost, ontstaan onvermijdelijk spanningen tussen de initiatiefnemers. Verschillende kapiteins op het schip, dat werkt misschien een poosje. Maar niet op de lange termijn.

Lees verder

Gesponsorde inhoud