'Brusselaars vrezen belazerd te worden in Belgisch spel'

(tijd) - Dat het Brussels Gewest zich hard opstelt in de Zaventem-onderhandelingen, is niet meer dan logisch, zegt de Brusselse minister-president, Charles Picqué (PS). 'Jullie moeten beseffen dat de Brusselaars vrezen - en altijd hebben gevreesd - te worden belazerd in het Belgische spel. Het is dus niet meer dan normaal dat we onze belangen beschermen.' De achterdochtige houding belet niet dat Picqué een vurig pleidooi houdt voor meer samenwerking tussen de gewesten.

Het worden opnieuw cruciale dagen voor de luchthaven van Zaventem. Woensdag buigen de federale en de gewestregeringen zich tijdens het Overlegcomité opnieuw over het spreidingsplan voor de luchthaven van Zaventem. Vrijdag, 7 oktober, probeert Picqué via pendeldiplomatie met de Vlaamse minister-president Yves Leterme een Vlaams-Brussels voorakkoord te vinden. Vanaf 15 oktober wordt het helemaal menens. Vanaf die dag kan Brussel dankzij een arrest van het hof van beroep een dwangsom van 25.000 euro van de federale regering eisen voor iedere schending van de Brusselse geluidsnormen. Wellicht gebeurt dat ook. 'Als ik dat niet doe, dreig ik mijn meerderheid te verliezen', geeft Picqué toe.

Volgens de Brusselse minister-president, met roots in het Oost-Vlaamse Deinze, zijn Vlaanderen en Brussel gedoemd tot een akkoord te komen over de luchthaven. Net zoals ze gedoemd zijn economisch samen te werken. Ook Picqué besteedt het komende jaar nadrukkelijk aandacht aan economie, net zoals de Waalse en Vlaamse regering.

Charles Picqué: 'We mogen niet op onze lauweren rusten. Toen ik in 1989 voor het eerst minister-president van het Brussels Gewest werd, heb ik vooral gestreden tegen verloedering en geprobeerd de stad te vernieuwen. Dat was een eerste fase en ze is nog niet af. Nu hebben we een economische aanpak nodig. Het Brussels contract voor Economie en Tewerkstelling staat daarom het komende jaar centraal in het Brusselse beleid. Om meer laaggeschoolden aan de slag te helpen, investeren we in taal- en vormingscheques. Voorts is er meer steun voor kleine ondernemingen, de versnipperde subsidies aan ondernemingen worden gebundeld, administratieve procedures moeten eenvoudiger en er komen contactmanagers voor bedrijven.'

Is het niet frustrerend dat grote bedrijven, met honderden banen, gevestigd zijn net buiten de grenzen van het Brussels Gewest, in Vlaanderen dus?

Picqué: 'Ik heb er geen enkel bezwaar tegen dat de andere gewesten van de internationale uitstraling van Brussel genieten. Integendeel. Brussel blijft een draaischijf voor de economie van Vlaanderen en Wallonië. Het zou zinloos zijn een boekhouding bij te houden van de voor- en de nadelen die we de andere gewesten opleveren.'

'Maar ik pleit wel voor solidariteit. Ik heb soms de indruk dat de Vlamingen en de Walen de problemen van Brussel verwaarlozen of zelfs niet kennen. Het gevolg zou wel eens kunnen zijn dat Brussel verzwakt, met een lawine-effect in de andere gewesten.'

Picqué: 'Ik ben altijd verbaasd als ik onze moeilijkheden uitleg aan Waalse of Vlaamse politici. Telkens ontdekken die mensen iets over Brussel wat voor mij compleet evident is. Ik heb het dan over verpauperde wijken, de grote kloof tussen hoog- en laaggeschoolden en sociale uitsluiting. Dat komt omdat veel Walen en Vlamingen Brussel enkel beschouwen als het uithangbord van het land.'

'In Wallonië is er een gebrek aan opportunisme. De Walen weigeren Brussel te gebruiken als hefboom voor hun economische ontwikkeling. Het Waals Marshallplan verwijst nergens naar Brussel. Hoe komt dat toch? De Vlamingen daarentegen zullen Brussel nooit vergeten. Het is bij hen een beetje een verstikkende liefde, un amour étouffant. Op cultuur- en taalgebied liggen de kaarten anders, maar economisch beschouwd is het vanzelfsprekend dat we nauwer samenwerken met Vlaanderen, ook op fiscaal niveau trouwens.'

Wat bedoelt u precies?

Picqué: 'We hebben dringend nood aan een harmonisering van het fiscaal beleid van de gewesten. Bij mijn collega's van de andere deelregeringen heb ik ervoor gepleit daarover een rondetafel te organiseren. Studies tonen duidelijk aan hoe groot de fiscale verschillen zijn tussen bijvoorbeeld Evere in het Brussels Gewest en het nabije Zaventem, in het Vlaams Gewest. Het gewestelijke fiscaal beleid is erg belangrijk voor bedrijven. Ik pleit voor een geplafonneerde verlaging van de lokale fiscale druk, maar ook voor een betere afstemming van het fiscaal beleid tussen de gewesten. Vlaams minister van Economie Fientje Moerman (VLD) heeft oren naar mijn verzuchting.'

Bedrijven klagen niet alleen over de gewestelijke fiscale druk, maar ook over de gemeentelijke fiscale druk.

Picqué: 'Ook die moet omlaag. Maar u weet dat de Brusselse gemeenten krap bij kas zitten. Daarom hebben we een gewestelijk compensatiefonds opgericht om de gemeenten te ondersteunen in hun inspanningen om hun fiscale lasten te verlagen.'

Dat veel Brusselse gemeentebesturen financieel op hun tandvlees zitten, heeft dat ook niet te maken met slecht beheer?

Picqué: 'Het is ongelooflijk wat daarover allemaal beweerd wordt, vooral in Vlaanderen. De Brusselse gemeenten gooien het geld echt niet over de balk, integendeel! Dat heeft onderzoek al voldoende uitgewezen.'

'Maar dat belet niet dat het hoog tijd is dat we onze opvattingen over fiscaliteit wijzigen. Het is toch waanzinnig dat de belastingen afhankelijk zijn van je woonplaats? Zo missen de grote steden tal van inkomsten.'

We horen u graag spreken over fiscale en economische samenwerking. Geldt dat ook voor het dossier-Zaventem?

Picqué: 'Het Brussels Gewest moet natuurlijk rekening houden met de ontwikkeling van de luchthaven van Zaventem. We staan dan wel argwanend tegenover een nieuw spreidingsplan, we zijn gedoemd tot een goed akkoord. Ik kan me niet voorstellen dat Brussel een Europese hoofdstad kan blijven zonder de luchthaven.'

Staat dat niet haaks op wat u vorige maand deed? Ondanks de vraag niet te communiceren over de nieuwe plannen van de federale minister van Mobiliteit, Renaat Landuyt (sp.a), tijdens de onderhandelingen, reageerde u meteen negatief.

Picqué: 'Voorkomen is beter dan genezen. Mijn reactie was een waarschuwing. Ik was wat teleurgesteld over de nota van Landuyt. Ik heb de indruk dat hij alles doet om tot een goed akkoord te komen, maar ik vind het een provocatie dat hij overweegt alle vluchten van de route-Chabert (over het centrum van de hoofdstad) en van de route over de Brusselse ring boven het kanaal Brussel-Willebroek te laten gaan.'

'Ik word geconfronteerd met een zonderlinge toestand. In Brussel moet ik samenwerken met Ecolo en cdH, twee partijen die federaal niets te winnen hebben met het welslagen van de onderhandelingen. Op het federale niveau volgt vice-premier Didier Reynders (MR) de stand van zaken met argusogen. Hij vertelt natuurlijk alles door aan Didier Gosuin (MR) en Jacques Simonet (MR), die in Brussel oppositie voeren. Ik val tussen twee stoelen.'

En volgend jaar zijn er ook in de 19 Brusselse gemeenten verkiezingen.

Picqué: 'Dat vereenvoudigt de zaken natuurlijk niet. De druk van de Brusselse burgemeesters en van de randgemeenten wordt inderdaad groter. Bovendien beschikken sommigen over de gave de geesten op te hitsen.'

Vorige week zei de Brusselse PS-voorzitter Philippe Moureaux dat het logisch is dat er vliegtuigen boven Brussel vliegen. Een verkeerde zet?

Picqué: 'Zijn verklaring maakte deel uit van een groter verhaal, die in de eerste berichten op de radio en televisie werd geduid. Ach, Moureaux zegt wat ik altijd heb gezegd: de Brusselaars willen niet alle lasten van de luchthaven op de Vlamingen afwentelen. We vinden wel dat Vlaanderen rekening moet houden met de grotere bevolkingsdichtheid in de hoofdstad. We moeten de lasten billijk verdelen, maar een zone van 200.000 bewoners weegt zwaarder dan een gebied met 15.000 bewoners.

U zei daarnet dat het belangrijk is dat de gewesten goed samenwerken. Is het dan logisch dat de Brusselse overheid een proces over geluidsoverlast aanspant tegen de federale overheid?

Picqué: 'Dat is de stok achter de deur natuurlijk. Jullie moeten beseffen dat de Brusselaars vrezen - en altijd hebben gevreesd - te worden belazerd in het Belgische spel. Ik heb ondertussen de nodige ervaring opgedaan... We zijn een minderheid in dit land. Dus is het normaal dat we onze belangen beschermen. Indien nodig leggen we de dwangsommen en de boetes op, maar we moeten alles in het werk stellen om het te vermijden.'

Het Brussels Gewest kan de dwangsom wegens schending van de Brusselse geluidsnormen eisen vanaf 15 oktober. Gaat u dat doen?

Picqué: 'Ja, tenzij ik mijn politieke meerderheid wil verliezen. U weet wat ik bedoel. Ik word geconfronteerd met een ongelooflijke hoogspanning tussen Ecolo, het cdH (in de regering in Brussel, maar federaal in de oppositie) en de MR (in de federale meerderheid maar in de Brusselse oppositie). We lopen het risico dat onze meerderheid uit elkaar barst als we niet tot een akkoord komen. We mogen niet meer talmen. Ik hoop dat premier Guy Verhofstadt (VLD), die andere problemen zoals het loopbaaneinde en de financiering van de sociale zekerheid aan zijn hoofd heeft, dit probleem niet onderschat.'

'Ik denk dat Vlaanderen en Brussel een inspanning moeten doen om een vergelijk te vinden en dan samen naar de federale regering moeten trekken. Ik ontmoet Leterme daarom vrijdag om te spreken over de manier waarop we een gemeenschappelijk standpunt kunnen vinden.'

Mogen we overmorgen een doorbraak verwachten op het Overlegcomité?

Picqué: 'Het wordt een belangrijke vergadering. Maar tenzij er een mirakel gebeurt, zal het moeilijk zijn de zaken woensdag al af te ronden. Het dossier is nog niet rijp.'

Maar zonder akkoord op 15 oktober, eist u per inbreuk een dwangsom van 25.000 euro?

Picqué: 'We zullen dat doen als we voelen dat de goede wil ontbreekt om tot een akkoord te komen. Je moet in zo'n dossiers altijd één vraag stellen: wie zal politiek van een akkoord profiteren? Verhofstadt? Ja. Ikzelf? Natuurlijk. Het cdH? De MR? Ecolo? Ik weet het niet.'

Katrien VERSTRAETE

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud